Tags

, ,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro: Yuri van Gelder]
de Olympische spelen zijn inmiddels weer een week achter de rug. Maar ieder die het een beetje gevolgd heeft, weet nog wel hoe Yuri van Gelder naar huis werd gestuurd. De grote man op de ringen, die Nederland ongetwijfeld een medaille zou hebben bezorgd. Echter, zover kwam het niet. De spelen waren nog maar amper begonnen, of Yuri werd uit het Nederlandse team gezet en op het vliegtuig terug naar hier. Grote consternatie natuurlijk bij de sportfans. Wat was er aan de hand? In een korte officiële verklaring werd gezegd dat het was ‘wegens het verlaten van het olympisch dorp en alcoholgebruik’. Later kwamen er meer details naar buiten, maar dat doet er nu niet toe.
Waar het me nu om gaat is dat zo’n beetje iedereen meteen zijn oordeel klaar had, op TV, in krantencolumns, op Facebook… Velen oordeelden: schande, dit besluit! Moet je daarvoor een medaille weggooien, dat iemand een biertje drinkt? Zo’n zware maatregel past echt niet, disproportioneel! Enzovoorts. Anderen riepen: Helemaal terecht! Hij zal zich wel zwaar bezopen hebben en misdragen. Weet je nog dat hij eerder aan de cocaïne was? Zo iemand moet je hard aanpakken!
Wie er gelijk had? Geen idee, ik heb het verder niet echt gevolgd. Maar wat me toen zo opviel: wat een stellige meningen allemaal! Wat een oordelen en afschrijven, hetzij van de sporter, hetzij van degenen die hem schorsten. En dat allemaal op basis van één zinnetje in een kort persbericht. Iedereen vond er wat van, had zijn oordeel klaar. En zo zijn we precies bij het onderwerp van vanmorgen. “oordeel niet, opdat u niet geoordeeld wordt”.

[jij die anderen oordeelt]
Woorden van Jezus zelf, in de Bergrede. “Oordeel niet, opdat je niet geoordeeld wordt”. En ze lijken wel bijzonder bij onze tijd te passen. Wat zit onze maatschappij er vol van. Dat van Yuri van Gelder is maar één recent voorbeeld, maar gaat het niet voortdurend zo? Op TV zie je deskundigen die over alles en iedereen een mening hebben, en het zelf vooral het beste weten. In krantencolumns laten de stukjesschrijvers hun licht schijnen over wat er niet deugt volgens hen. En op internet en sociale media is iedereen zijn eigen deskundige geworden die luid roept wat hij of zij vindt. Wij weten het, en zíj zijn echt stom. Zij: de Hagenezen, of de Westlanders, of de linkse lui, of de Wilders-aanhangers… In elk geval degene die jij niet bent. Oordeel, oordeel, oordeel. Herkenbaar?
Maar dit is niet alleen iets van de media nu. Het is van alle tijden, anders had Jezus dit niet hoeven zeggen. Zit in ieders hart niet die neiging, om anderen te beoordelen, en al snel te veroordelen – af te schrijven of weg te zetten? Je ziet iemand, en voor je het weet heb je die ander al in een hokje geduwd. Ik zal gewoon eerlijk wat gedachten van mezelf noemen. Er trekt iemand wat langzaam op bij het invoegen op de snelweg, iemand met grijs haar – en door mijn hoofd gaat meteen: weer zo’n bejaarde die niet kan autorijden! Fietst er een jongere langs die muziek luistert, niet via oordopjes maar recht uit de telefoon in zijn hand, zodat iedereen kan meegenieten, dan denk ik: echt zo’n aso! Zeker als hij ook nog een petje en een trainingsbroek draagt. En ga zo maar door, ook dingen die ik hier maar niet zal noemen.
Oordelen, veroordelen. Hebt u dat nooit? ’t Is echt niet mooi, wat er in je hoofd kan opkomen. Hoor je dat iemand longkanker heeft, en je denkt: heeft hij vast aan zichzelf te wijten, vast veel gerookt. Heeft iemand zich zorgvuldig en mooi gekleed, denk je: wat een ijdeltuit. En bij het tegenovergestelde denk je: wat een slons!
Hoe vaak per dag hebt u een oordeel klaar? Als ik er bij mezelf op let, dan schrik ik!

[wat erachter zit: zelfrechtvaardiging]
Waarom doen we het eigenlijk? Waarom zetten we een ander zo snel weg? Ik vrees dat dat een vervelende reden heeft. Als je een ander veroordeelt, bevestig je daarmee dat je zélf aan de goede kant staat. Die oudere dame kan echt niet autorijden – en dat wil zeggen: ik hoor bij degenen die het wél kunnen. Hij is een aso – dus ik ben beschaafd. Zij weet zich niet te kleden – ik kan dat beter. Eigenlijk komt het hier op neer: door een ander omlaag te duwen, duw je jezelf naar boven. Blijkbaar hebben we dat nodig. Zijn we misschien toch niet zo zeker over onszelf?
Opvallend is dat degenen die het hardst roepen zelf meestal niet de volmaaktste mensen zijn. Jezus maakt dat wel heel duidelijk met zijn vergelijking van de balk en de splinter. Ben jij zo iemand die de splinter, of beter: het stukje zaagsel, in andermans oog ziet? Voel jij je de goede en is de ander degene waar wat mee is? Houd toch op – er zit een balk in je eigen oog! Wat maak je je dan druk om dat stukje zaagsel bij een ander? Je moet er gewoon om lachen, om deze scherpe tekening van onze Heer. Maar het legt de vinger op de juiste plek: hoe verschillend we andere mensen beoordelen, vergeleken met onszelf.
Als een ander ons bekritiseert, hebben we altijd een excuus. ‘Ja, maar…’. ‘Ja, maar ik was moe’. Of ‘ja, maar dit is een nieuwe auto, ik moet nog wennen’. Of ‘Zij begon…’ Of het komt door de omstandigheden, of het was een eenmalig foutje, of… Onszelf veroordelen we niet. Goed, we doen dingen fout, maar ten diepste zijn wij OK. Maar bij een ander… díe is gewoon wat je van hem of haar ziet, en daar gelden geen excuses. Eén ding dat ons niet bevalt in uiterlijk of woorden of gedrag, en die ander is al afgeschreven, veroordeeld. Voor jezelf ben je genadig, barmhartig, geduldig, om eens wat Bijbelse woorden te gebruiken. Zo toegeeflijk dat we zelfs hele balken niet meer zien. Maar bij de ander zie je elke splinter…

[God oordeelt jou]
Wat komen Jezus’ woorden dan dichtbij! Oordeel níet. Wat schiet ik hier enorm tekort, als ik eerlijk ben. En u misschien ook wel…
Jezus zegt echter meer dan dat je niet moet oordelen. Hij zegt ook niet dat je moet proberen een evenwichtiger mens moet worden, die geen behoefte heeft zich beter te voelen. Jezus zegt dit: ‘oordeel niet, opdat je niet geoordeeld wordt’. En die tweede helft, die is fundamenteel. Opdat ik niet geoordeeld word – ik zelf geoordeeld? Door wie? Wel, door God. Jezus vermijdt hier met een Joodse manier van spreken het woord ‘God’, maar het is wel duidelijk dat het gaat over Gods beoordeling van mensen.
Kijk, en dat verandert de zaak ineens fundamenteel. Wij zien de wereld vaak zo: ik sta hier en kijk rond, en oordeel over anderen. Die is dom en die is raar, en die lijkt me wel een leuke kerel. Zo sta je zelf op de hoogste plek, die van de rechter. Dat voelt fijn – jij oordeelt, en niemand oordeelt jou! Maar Jezus keert het om. Hij wijst omhoog, naar God boven mij. En als ik Hem in beeld krijg, worden de rollen anders verdeeld. God staat op die hoogste plek, waar ik dacht te staan. En ik ben gewoon één van die mensen die beoordeeld word. Waar ook wel het één en ander van te zeggen is. O…
Jezus zegt scherp: “met de maat waarmee je meet, zal er ook bij u gemeten worden”. Zo, in deze positie voel je ineens hoe makkelijk je geoordeeld hebt. Wat als God daarboven net zo makkelijk en hard oordeelt en afschrijft als ik zelf? Nu voel je hoe oneerlijk dat is. Maar ook als Hij eerlijk oordeelt, hoe kom ik er dan af? God beoordeelt ons, inclusief al ons geoordeel. Hoe wij de mensen die Hij schiep en liefheeft zo makkelijk wegzetten. Wat Hij daar van vindt is niet onduidelijk…

[kijk naar jezelf en je fouten]
Geloof, écht geloven in God daarboven, leert je niet te oordelen. Dan heb je aan jezelf genoeg. Wij zijn niet op onze plek als rechter over iedereen die we tegenkomen. Dat is niet onze taak. Eén is er die allen beoordeelt, die ook mij beoordeelt. Tegenover jezelf kun je je misschien rechtvaardigen door anderen weg te zetten en jezelf beter dan hen te voelen. Maar bij God werkt dat niet! Dan gaat het om wie je echt bent! Wie dat beseft, hoeft niet meer zo nodig naar een ander te kijken. Die gaat eindelijk zichzelf beoordelen – ja, dan moet je jezelf véroordelen. In wat je denkt over anderen, wat je zegt, doet… Hoe ziet dat eruit in Gods ogen? Dan besef je: ik moet veranderen. Dan leer je jezelf wel kennen, en dat valt niet mee!
Volgende week vieren we hier het Heilig Avondmaal. We hoorden een gedeelte uit het formulier, over dat je jezelf moet beproeven. Dat is eigenlijk precies waar het om gaat: dat je niet meer anderen veroordeelt, maar dat je eens nagaat hoe je eigen leven eruit ziet in Gods ogen – dat je jezelf beoordeelt. Doe dat dan ook eens serieus, deze komende week! Waarom? Om je je ware plek te leren kennen: geen rechter over anderen, maar een mensje die door God beoordeeld wordt. Want zó is het, voor iedereen. En geloven begint nu juist waar je dat erkent. Want door die erkenning ga je veranderen. Je gaat beseffen dat je moet leven van genade. Dat je het niet redt met hoe goed je wel denkt te zijn. Je gaat vragen om, zoeken naar genade, vrijspraak, barmhartigheid. En dat is het begin van het nieuwe leven!

[wie leeft van genade…]
Want ben je eerlijk geworden, zoek je een uitweg, dan zul je die vinden ook – bij diezelfde God die u en mij beoordeelt! Want voor alle duidelijkheid, Jezus leert ons geen God als afstandelijke hemelse oordeler – in de hele Bergrede spreekt Hij over de ‘Vader in de hemel’. Ja, de Here oordeelt. Maar Hij schrijft mensen niet zomaar af op hun daden. Jezus zegt dat God zal oordelen zoals jij doet. En dat is niet best! Maar gelukkig is er meer te zeggen.
Als je eerlijk wordt, als je jezelf gaat veroordelen in plaats van anderen – dan zal de Vader je niet veroordelen. Ook al schiet je vaak tekort en val je terug. Maar als je je bekeert, eens en steeds opnieuw, dan is er genade voor je bij God, en barmhartigheid en geduld. Veel dieper dan we voor ons zelf hebben – daar had ik het eerder over. Wij zien onze eigen fouten door de vingers, of weten een excuus. Maar God lost het echt op. Door Jezus, onze Here. Want als je het hebt over oordelen: Hij liet zich veroordelen. Hij nam al dat oneerlijke ge-oordeel van mensen op zich. Hij droeg het weg, de dood in. Opdat er een nieuw begin is voor ieder die bij Hem hoort. Ieder die zichzelf leert kennen en leert leven uit zijn genade. Dat is nu precies wat we aankomende zondag mogen vieren in het Heilig Avondmaal!

[…kan genadig zijn]
Zo leven uit Gods genade heeft tenslotte ook zijn uitwerking in je dagelijks leven. Als je leeft van Gods genade, hoef je je eigenwaarde niet te halen uit het omlaag duwen van anderen. Als je weet dat de Vader je vergeeft, kun je ook vergeven, mild en barmhartig zijn. Dan kun je zelf genadig zijn voor anderen, in plaats van veroordelend.
Dat is iets dat je moet leren – het zit zó ingesleten in ieder mens om je oordeel klaar te hebben. Maar je kúnt erin groeien. Sommige oude kerkvaders zagen dit zelfs als de kern van het hele geloof: nederig denken over jezelf, en nooit een ander veroordelen. Ze hebben dit woord van Jezus zelf aan hun zijde. Laten wij daarom uit alle macht proberen om níet te oordelen. Niet in hokjes te denken en níet af te schrijven.

Een heel goede oefening daarvoor is deze: als een ander onaardig is of vervelend reageert, probeer dan eens iets te bedenken dat die ander verontschuldigt. Een reden waarom iemand zo doet! Doet de caissière kortaf, bedenk dan eens: misschien heeft ze thuis ruzie gehad. Misschien heeft ze een kind dat de hele nacht gehuild heeft… Probeer eens zó te denken. Is iemand nogal afstandelijk, denk dan niet: wat een kille vrouw, maar denk eens hoe het komt. Misschien heeft ze veel negatieve ervaringen opgedaan en is ze daarom voorzichtig. Misschien is ze niet opgegroeid met veel liefde… Weet u veel? Oordeel naar de liefde!
Misschien moeten we ook gewoon over minder dingen een mening hebben. Over Yuri van Gelder’s schorsing, over het burkini-verbod in Frankrijk – waarom moet ik daar iets van vinden? Heb ik aan mijzelf niet genoeg, denk ik soms dat dat allemaal wel OK is? Laten we oppassen dat we niet besmet worden met de ziekte van deze tijd, waar je alleen meetelt met een gepeperde mening over zoveel mogelijk dingen. Oordeel níet! Wat een rust, als dat me zou lukken…
En het moge duidelijk zijn: dit gaat ons niet lukken uit onszelf. Boven alles hebben we daarvoor de heilige Geest nodig,en het gebed. God zelf moet u vernieuwen, en mij! En dat wil Hij ook. Ook daarvoor is het Heilig Avondmaal een middel

[slot]
“Oordeel niet, opdat u niet geoordeeld wordt”. Het zijn woorden die een spiegel voorhouden. Hou zit het bij ons, bij u, bij mij? Beoordeel niet een ander, beoordeel jezelf in het licht van deze spiegel van Jezus zelf. Belijd je oordeelsdrang, vraag vergeving en vernieuwing. En kom zó komende zondag naar de Tafel van de Here. Opdat we Hem daar ontmoeten en leven uit zijn kracht alleen.

Amen

Advertenties