Tags

,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro: alfabet]
u bent ongetwijfeld wel eens op een bruiloft geweest. En vooral vroeger, maar tegenwoordig ook nog vaak, worden daar allerlei ‘stukjes’’ gedaan. Een lied door de collega’s van de afdeling, een toneelstukje door de schoonfamilie, of een levensloop door de moeder van de bruid. Soms heel knap gedaan, soms ook iets minder boeiend. Wat je dan ook wel eens treft is het alfabet. Dat de letters van het alfabet worden afgegaan om iets over bruid en bruidegom te zeggen, al dan niet op rijm. Bijvoorbeeld: A is het Aanzoek dat Rik deed aan Marlijn, B is deze Bruiloft waar we nu samen zijn. C is de, eh… charme; enzovoorts. Als je niet oppast komen er al snel allerlei stoplappen aan te pas, om het alfabet kloppend te krijgen. Het is nog een hele kunst om daar iets moois van te maken.
Nu lazen we net psalm 111. Deze psalm is ook opgebouwd volgend het alfabet! Het Hebreeuwse alfabet natuurlijk, het is een lied uit Israël. Op het rijtje van de letters af wordt er een loflied opgebouwd. De vraag is alleen: leidt dat tot een goed gedicht? Of krijg je ook hier een hele verzameling clichés om het kloppend te krijgen?
Wel , deze psalm is een waar kunststuk. Een helder verhaal met een duidelijke boodschap. Een lied om mee in te stemmen. Luister maar!

[wat God deed]
De kern van de psalm is niet moeilijk te vinden. Het begint al in vers 2: de werken van de HERE zijn groot – wat hij doet dus. En dit keert telkens terug. In vers 3: zijn daden zijn vol majesteit en glorie. Vers 4: zijn wonderen. Vers 6: zijn werken, vers 7: zijn werken. Vers 8: ‘gedaan’ – dat is in het Hebreeuws hetzelfde grondwoord. Kortom, het gaat over Gods daden, wat Hij gedaan heeft. Daar zingt de alfabet-psalm over.
[a: Israël]
Welke daden zijn dat dan? Dan moeten we denken aan wat God voor zijn volk Israël deed. Hoe hij hen bevrijdde uit de slavernij in Egypte, en door de woestijn leidde naar het beloofde land. ‘Zijn wonderen’, vers 4, dat slaat op de tien plagen waarmee Hij zijn volk bevrijdde uit Egypte. Daarna deed Hij nog meer: in de woestijn gaf hij voedsel aan het volk, daarom spreekt vers 5. Het manna, hemels brood, veertig jaar lang. En daarna nog zo’n machtige daad van God: hij gaf aan zijn volk Israël het land Kanaän, zoals vers 6 aanwijst. Gods grote daden voor Israël. Ja, dan is het niet meer dan passend dat ze die gedenken en erover zingen!
[b: de kerk]
Maar wij? Wij zijn niet het volk Israël. En toch hebben ook wíj reden genoeg om te zingen over Gods grote daden. Wat Hij deed voor óns. Wij mogen zingen om wat Jezus deed voor ieder die in Hem gelooft. Hij bevrijdt uit de slavernij van de zonde. Hij verlost uit de macht van de dood. Ook wíj mogen een nieuw begin krijgen, net als Israël eens. Dat zijn Gods grote daden om aan te denken! Net als het volk Israël door de woestijn trok op weg naar het beloofde land, zo trekt ook de kerk van Christus door de woestijn van deze wereld naar de toekomst die God beloofd heeft. En intussen laat de Here ons niet zomaar lopen, maar helpt Hij door zijn grote daden. Hij geeft hemels brood, om het op de reis vol te houden – het Heilig Avondmaal. Hij verslaat de vijanden op de reis – het is echt een wonder dat de kerk het al tweeduizend jaar volhoudt in deze wereld, met alle vijanden van buiten, aanvallen van binnen, verdeeldheid en vervolging. De kerk is zijn werk! En om niet meer te noemen: Hij brengt ieder die van Hem is veilig thuis, zoals ook Israël in het beloofde land mocht aankomen.
Dan mogen wij wel een voorbeeld nemen aan deze psalm. Ons de daden van de Here te binnen brengen, wat Hij gedaan heeft en nog doet voor ons. Om dan daarover te zingen in deze zangdienst!

[zijn verbond]
Maar de psalm bevat nog een kernwoord: ‘verbond’. De dingen die God doet, hebben hun basis in het verbond dat God sloot. Om het heel eenvoudig te zeggen: Hij heeft zich verbonden aan Israël. Hij hun God, zij zijn volk. Dat is het verbond waarover de Bijbel zoveel spreekt.
Zo’n verbond, zo’n verbintenis heeft twee kanten, die van God, en die van de mensen. Allebei komen ze langs in de psalm. vers 5 zegt ‘Hij’, God, ‘gedenkt voor eeuwig aan zijn verbond’. Hij denkt eraan dat het volk Israël zíjn mensen zijn. En dáárom doet hij die geweldige dingen voor hen. Dáárom bevrijdde hij ze, leidde hij ze, geeft hen hun land… Maar in vers 9 komt de andere kant naar voren. Daar staat “Hij heeft voor eeuwig zijn verbond ingesteld” – letterlijk ‘zijn verbond bevolen’. Oftewel: nu moet Israël zich ook aan Gods goede geboden houden. Dat is hun kant van de zaak: het verbond houden. De Here deed zoveel voor hen, nu mogen zij dit voor Hem doen!
Nogmaals, wij zijn Israël niet. Maar dit principe geldt nog steeds. Door Jezus mogen ook wij bij de Here horen. Wat deed Hij veel voor ons! Hij gaf zelfs zijn eigen leven! Maar dan geldt ook die andere kant: dan mogen, dan moeten wij voor Hem leven. Zijn geboden houden, zijn voorschriften volgen. Daarom eindigt de psalm ook met de woorden ‘allen die ernaar handelen…’ Hij deed en doet zoveel – en wat doen wij?

[plicht of vreugde?]
Dat is het verhaal van deze psalm. Over het verbond, over wat God deed en wat wij nu mogen doen. En toch… zoals ik het nu heb voorgesteld ontbreekt er iets. Zo is de ziel eruit! Zo wordt het een soort koehandel: God deed dit voor mij, nu moet ik in ruil dat voor Hem doen. Dan wordt geloven een kwestie van je plicht vervullen. Christelijk leven “want dat hoort nu eenmaal”.
Maar is dat de toon van deze psalm? Is dat de grondtoon van het geloof? Nee! Dan mis je het belangrijkste. Deze psalm is geen plichtpsalm, maar een lofpsalm. De Here dienen is geen corvee, maar vreugde. Kijk maar hoe het begint: halleluja! Ik wil de Here loven met heel mijn hart – het hárt, daar gaat het om. Blij zijn, zoals vers 2 zegt. Dan komt dat hele stuk over Gods daden, en dan aan het einde een diepe uitspraak: de vreze des Heren is het beginsel van wijsheid. Wat is dat, ‘vreze des Heren’? Een houding van diep en liefdevol ontzag. Doet Hij zoveel voor mij? Wil Hij míjn God zijn en heeft Hij zoveel voor míj over? Ongelooflijk!
Is uw geloof zo? En het mijne? Dat je blij wordt als je denkt aan wat God voor jou deed en doet? Dat je vol wordt van ontzag en liefde, als je dat bedenkt? Dan, ja dan zul je leven voor Hem. Niet als je het slechts als je plicht ziet. Wat moet je doen, als je merkt dat je geloof slap en plichtmatig is geworden? Denken aan zijn daden! Aan Jezus die zijn leven gaf, aan gebedsverhoringen die je meemaakte, aan zijn werk door de eeuwen heen. Dat helpt zoveel meer dan jezelf nog eens op je plicht wijzen.
En tenslotte, waar staan Gods daden centraal? Dat zegt de psalm ook: waar waar dichter zingt in de de kring van de oprechten. In de gemeente dus, oftewel: hier! Daar gaat het over Gods grote daden. Hier zingen we ervan. Dan word je er weer vol van en dan gaat het leven. Daarom is een zangdienst als deze ook zo goed. Zingen over God, om te leven voor Hem! Laten we dat gaan doen (→ ELB 348)

Amen

Advertenties