Tags

, ,

Uit de Bijbel is gelezen: Handelingen 8:26-40

Gemeente van Jezus Christus,

[intro:persoonlijk]
(Een aantal persoonlijke noten, hier op internet weggelaten)
Onlangs was ik begonnen aan een serie preken vanuit het Bijbelboek ‘Handelingen’, en vandaar dat we daar vanmorgen ook uit lazen. Een Bijbelgedeelte waarin iemand gedoopt wordt, dus heel toepasselijk.

[de man van de einden der aarde]
Wie wordt er gedoopt in dit Bijbelhoofdstuk? Een man uit Ethiopië, ver bij Israël vandaan. En niet zomaar een man. Dit is een machtige man, een soort minister uit dat verre land. Hoe komt hij hier in Israël verzeild? Wat komt hij doen? Ja, hij kwam om de God van Israël te aanbidden. Maar hoe kan het dat juist híj gedoopt wordt? Daar is maar één antwoord op: het is de leiding van de God van Israël. In heel de geschiedenis zie je hoe God de leiding neemt om de dingen zo te laten gaan als Hij wil.
God stuurt Filippus naar een bepaalde weg. Hij zorgt dat de Ethiopiër juist op dat moment die weg nam. Hij zorgt dat de man juist woorden uit de Bijbel leest waar Filippus bij kan aanknopen. En hij maakt dat ze op het juiste moment langs water komen zodat de man gedoopt kan worden. Deze doop is duidelijk Gods plan!
Maar waarom moet het zo gaan dan? Dat heeft de maken met de opdracht die Jezus gaf toen Hij wegging. Hij had gezegd tegen zijn leerlingen “jullie zullen mijn getuigen zijn, in Jeruzalem, in Judea en Samaria, en tot aan de einden der aarde”. In het voorafgaande kon je lezen hoe deze woorden in vervulling gaan. De boodschap over Jezus klonk in Jeruzalem, de stad waar alles begon. Mensen gingen in Hem geloven in Judea en Samaria, de provincies van het Joodse land. Maar dan – de einden van de aarde? Hoe gaat ze daar komen? Wel, daar zorgt God zelf voor. Hij laat de einden der aarde naar de leerlingen komen – in de persoon van deze Ethiopiër, iemand letterlijk van het einde van de toen bekende wereld.
De doop van deze man is een teken hoe Gods heilsplan de wereld omspant. Iedereen is welkom bij God. Hij wil iedereen zijn genade geven en een nieuw begin. Ook mensen uit de verste streken. Ook mensen uit het Westland, van de Europese kust – vanuit het perspectief van toen leven wij ook aan de einden der aarde. Maar God zegt: ook díe mogen erbij horen. En dáárom wordt straks Sem gedoopt!

[horen over Jezus]
Wat maakt dat de man uit Ethiopië gedoopt wil worden? Hij was in Jeruzalem geweest, bij de tempel. Hij had een boekrol van de profeet Jesaja gekocht – peperduur destijds. Hij wil duidelijk méér weten van het geloof. Alleen… hij zit te lezen op zijn mooie wagen, en hij snapt er niets van. “Hij is als een lam naar de slachting geleid” – wie? “in zijn vernedering is zijn oordeel weggenomen” – wat mag dat betekenen? Het zijn woorden uit Jesaja 53, een hoofdstuk waarin veel van Jezus te herkennen is. Maar deze man begrijpt het niet – nog niet!
Gelukkig, daar is ineens Filippus. Hij vraagt, met een vriendelijke woordspeling: versta je wat daar staat? Nee dus! Hij wordt uitgenodigd om erbij te komen zitten op de wagen. En Filippus gaat vertellen over Jezus. Over zijn dood, zijn vernedering, zijn oordeel, hoe hij als een lam was dat werd geslacht. Maar ook hoe Jezus is opgestaan uit de dood. Hoe Hij leeft en nieuw leven brengt. Kortom, wie Jezus is en wat Hij geeft! Er gaat een wereld open voor de Ethiopiër.
“Hij verkondigde hem Jezus” zegt de Bijbel kortweg. Als je het christelijk geloof moet samenvatten in één woord, dan is dat Jezus. En Hij is het ook naar wie de doop wijst. ‘Jezus’, zegt het doopwater! Dopen is niet een geboortefeest – welnee, deze man wordt volwassen gedoopt. Dopen is zelfs niet ‘Gods zegen ontvangen’ – dan kun je je kind beter laten opdragen. Nee, dopen is aan Jezus verbonden worden. Ondergaan in het water, zoals Hij stierf. Er weer uit oprijzen, schoon en nieuw, zoals Jezus opstond. Dopen in delen in zijn dood en leven! Zeker bij de volwassendoop zie je dat goed, maar het geldt ook als een kindje de doop ontvangt.

[barrières toen]
De Ethiopiër wil graag bij Jezus horen. En daarom, als hij water ziet, wil hij gedoopt worden. Een spontane wens. “Wat verhindert mij gedoopt te worden?’ Wonderlijke vraag misschien. Waarom zegt hij niet gewoon ‘mag ik gedoopt worden?’. Nou, er zijn nogal wat dingen die een verhindering zouden kunnen vormen. Om te beginnen: wat weet hij nu helemaal van het geloof? Zou Filippus niet zeggen: je moet nog veel meer leren, dán mag je erbij horen? Ga nog maar verder lezen in die boekrol, volg geloofsonderwijs in Jeruzalem, enzovoorts. Zal dit de doop verhinderen?
Maar er zijn nog meer barrières. De barrière van ras bijvoorbeeld. Hij is zwart, en de God van Israël is toch de God van de Joden? Is hij, met zijn andere ras en afkomst, wel welkom? In Jeruzalem mocht hij alleen in het buitenste voorhof van de tempel komen, het zogenaamde ‘voorhof van de heidenen’. Mag hij dan wel bij Jezus horen?
En nog een barrière is er, misschien nog wel de diepste. De vertaling die wij lazen noemt hem een ‘kamerheer’, maar letterlijk staat er een ‘eunuch’ – iemand die gecastreerd is. Dat gebeurde in die tijd vaak, dat een koningin liefst alleen mannen als dienaar had die ‘onschadelijk waren gemaakt’ zeg maar. Barbaarse gewoonte. Het is al erg genoeg als je zo bent verminkt. Maar in de wet van Mozes stond ook dat zo iemand niet bij het volk van God mocht horen. Hij kon nooit een Jood worden. Kan hij dan wel christen worden?

[bij Jezus is ieder welkom, barrières nu]
Ja! Dit is nu precies de bevrijdende boodschap van dit Bijbel gedeelte. Bij Jezus wordt niemand buitengesloten. Bij Hem ben je welkom! Gods heilsplan strekt zich uit tot de einden van de aarde, hoorden we al. Maar Gods genade is ook echt voor iederéén. Jezus breekt de muren af. Of je nu Jood bent of heiden, blank of zwart: Hij wil je welkom heten. Zijn doop wast schoon, laat je delen in zijn nieuwe leven. Niet alleen voor sómmigen, maar voor ieder die wil.
We zien hier hoe Jezus de barrières opheft die er tot zijn tijd waren. Gods genade is niet meer alleen voor één volk, de Joden, maar voor alle volken. Niet alleen voor doorsneemannen, maar ook voor wie anders zijn, voor wie een handicap hebben of een afwijking van de norm, of wie niet in een hokje passen. Jezus heet je welkom bij God!
Dat geldt dus ook voor jóu, die misschien zelden een kerk van binnen ziet. Voor u, die zich niet thuis voelt tussen al die vrome mensen. Die ontmande Ethiopiër was voor mensen van toen wel de meest vreemde en afwijkende figuur die ze zich konden indenken. Dat voelde hij zelf vast ook aan, met zijn vraag “wat verhindert mij gedoopt te worden?”

Wij zijn als kerk soms wel erg burgerlijk. Maar weet dit: burgerlijkheid is geen vereiste om bij Jezus te horen. Zijn armen zijn open, en Hij trekt zelf mensen in alle soorten en maten naar zich toe. Kom maar! Of je nu een linkse vegetariër bent of een PVV-stemmer, een vrome Jood of een gekleurd iemand met een genderprobleem. Het welkom van Jezus gaat vóór al onze eisen uit.

[de (kinder)doop bezegelt dit]
Wij hebben heel snel de neiging om Gods genade in te perken of er voorwaarden aan te stellen. Latere overschrijvers voelden niet voor niets de behoefte om vers 37 toe te voegen. Het oudste manuscript waar die woorden in staan dateert uit de zesde eeuw. Dit vers zet de dingen weer een beetje recht: eerst wordt er naar het geloof van de man gevraagd, en pas na de juiste geloofsbelijdenis wordt hij gedoopt. “Het is geoorloofd” zegt dat vers, heel typerend. Maar oorspronkelijk is deze geschiedenis, is God hier verbazingwekkend vrij. De man hoort van Jezus, wil bij Hem horen ‘mag dat?’ Ja zeker! Bij Jezus zijn er géén voorwaarden. Bij de kerk wel, dat is onontkoombaar, maar Jezus’ genade gaat daar overheen.
Daarom is de kinderdoop ook zo’n diep-Bijbels iets. Al staat het niet met zoveel woorden in de Bijbel, het idee klopt helemaal: bij Jezus ben je welkom zonder eisen. Je hoeft niet eerst zo-en-zoveel catechese te hebben gevolgd, je hoeft niet eerst je geloof te belijden, je hoeft niet eerst in je leven te laten blijken dat je de geboden volgt, of te beloven dat je trouw naar de kerk gaat. Nee, vóór dat alles uit gaat Gods heilsplan dat de wereld omvat, dat alle mensen wil omarmen. Daarom mag straks de kleine Sem gedoopt worden – omdat Gods hart ook naar hem uitgaat. Omdat Jezus ook voor Hém is gestorven. Ook Sem mag sterven en opstaan met Jezus. Ook ú en ook jíj mag met Hem het nieuwe leven ingaan. Wie je ook bent. Want Gods genade sluit níemand buiten!

[slot]
En anderzijds, daar sluit ik mee af, is de doop nog maar een begin. De doop verandert je leven. Het is het begin van een weg, een weg met Jezus. Hoe zou het verder zijn gegaan met deze Ethiopiër? Hoe zal het verder gaan met de kleine Sem? We weten het niet! Eén ding is zeker, want dat staat er wel ‘Hij vervolgde zijn weg met blijdschap’. Hij had in Jezus alles gevonden wat hij nodig had!
En wat betreft Sem: dan hebben jullie, Joost en Wendy, een grote verantwoordelijkheid. Als ouders mag je Sem opvoeden. Opvoeden in allerlei opzicht, maar ook hierin: in het geloof in Jezus. Vertel Sem later maar dat hij gedoopt is, en wat dat betekent. Leer hem wie de Here is, wat Hij belooft en vraagt. Zorg dat hij, en jullie, ook de samenkomst met andere christenen zoekt. Die man uit Ethiopië was wel een uitzondering: hij moest het zonder kerk doen, en zonder medegelovigen daar in Ethiopië. Maar hier in ons land zijn gelukkig genoeg mogelijkheden om sámen met blijdschap de weg te vervolgen.
Want laat dat het slot zijn. Niet van ‘de doop verplicht tot dit en tot dat’, maar de doop geeft blijdschap. Bij Jezus is ook Sem al welkom. Als hij dat beseft, en als jullie dat beseffen, dan ga je vrolijk door het leven. Dan is deze doop het begin van een leven met God!

Amen

 

Advertenties