Tags

, ,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro: schulden]
Steeds meer mensen in Nederland hebben schulden. Het Algemeen Dagblad meldt enige tijd geleden het volgende: “Bijna een op de vijf Nederlandse huishoudens kampt met problematische schulden; zij kunnen hun rekeningen niet meer op tijd betalen, staan rood of hebben een creditcardschuld die ze niet kunnen aflossen.” De krant plaatste vervolgens een serie artikelen over verborgen schulden om het taboe op schulden te doorbreken. Ook op TV kun je er regelmatig iets over zien. Stel dat je schuldeisers hebt. Ze willen het geld ontvangen waar ze recht op hebben. Maar jij kunt niet betalen. Wat doe je dan?
Misschien staat u regelmatig rood. Het kan snel gaan, soms door onvoorziene omstandigheden, soms door ondoordachte beslissingen. Je nieuwe salaris, of AOW, of uitkering wordt bijgeschreven en dan is een flink deel daarvan meteen op aan het wegwerken van de rode cijfers. Zo kan het gat steeds sneller steeds groter worden. Je vraagt je steeds meer af: Hoe kom ik rond? Waar kan ik op bezuinigen? Eerst op de vakantie, dan op abonnementen en dergelijke, en uiteindelijk zelfs op basiszaken zoals kleding en eten.
Dan moet er wel iets gebeuren! Misschien krijg je hulp van je familie. Of van de kerk – de kerk wil helpen en meedenken als je in de schulden zit. Je kunt het beste ook naar de schuldhulpverlening gaan om hulp te krijgen. Meestal komt er dan eerst een betalingsvoorstel, een poging om te schikken tussen schuldeisers en schuldenaar. Als het niet lukt op de minnelijke manier dan komt de rechter er aan te pas. Hij bepaalt gewoonlijk een saneringstraject, en hij kan schuldeisers dwingen daar aan mee te werken. Een tijd leven op het minimum, en dan met een schone lei beginnen. Niet leuk allemaal, maar hopelijk helpt het om weer uit het schuldendal te komen!

(bronvermelding: deze intro is ontleend aan ds. Kees Smit, zie hier)

[de nood van de vrouw]
Vanavond horen we van een arme weduwe die diep in de schulden zit. In de tijd waarin deze geschiedenis speelt had je nog geen schuldhulpverlening. Dat zie je wel in dit verhaal. De zoons van de weduwe dreigen zelfs tot slaaf gemaakt te worden. Gelukkig maar dat we in andere tijden leven!
We zien een gelovig gezin dat in de schulden is geraakt. Geloof is geen garantie voor voorspoed! De vader van het gezin was een leerling-profeet, iemand die met de HERE leefde. Maar… enige tijd geleden is hij overleden. Zijn vrouw blijft achter als weduwe, zijn kinderen als wezen. Nu moet ze alleen voor brood op de plank zorgen. Uitkeringen waren er nog niet, en blijkbaar had ze ook geen mensen om op terug te vallen. Wat nu? Als vrouw had je destijds veel minder mogelijkheden om te verdienen dan als man, en bovendien moet ze voor haar kinderen zorgen. Die zijn blijkbaar nog niet oud genoeg om zelf te gaan werken.
Om te overleven, leent de vrouw af en toe iets, of wellicht koopt ze op afbetaling. Ze kan niet anders! Maar hoe zal ze het ooit terugbetalen? Ze raakt in de schulden, haast ongemerkt. Maar dan, op een dag, staat de schuldeiser op de stoep. Hij wil geld zien! De schuldeiser dreigt zelfs haar zoons mee te nemen als slaaf. U moet weten: destijds kon je iemand die schulden had als slaaf voor je laten werken. Dat was trouwens nog niet eens zo slecht voor hen: je had dan eten en onderdak. En bovendien had de HERE God er een soort schuldsanering aan verbonden: na zes jaar werken moest een Israëliet worden vrijgelaten, dan kon hij met een schone lei beginnen.
Het lijkt echter waarschijnlijk dat de schuldeiser andere plannen heeft. Weinigen hielden zich aan Gods wetten in die tijd, velen dienden andere goden! Hij wil niet het hele gezin voor zich laten werken, hij wil alleen de kinderen. Misschien verkoopt hij ze wel door, zodat hij meteen geld ziet. Wat een ellende, wat een nood! Zou die vrouw haar zonen ooit nog wel terug zien?

[het bij God brengen]
Zo treffen we de weduwe aan in grote nood. Wat doet ze? Ze roept tot Elisa, de profeet. Of misschien kan ik beter zeggen: ze brengt haar nood bij de HERE, via de profeet. Ze vertelt wat er gebeurd is, alles. Ze houdt niet uit schaamte haar mond – ook dat kan, zeker als je schulden hebt. Nee, ze zegt wat er aan de hand is, ze legt haar nood neer bij Gods dienaar. Ten diepste: bij God zelf. Hij moet horen wat er aan de hand is! Natuurlijk niet alleen om haar hart te luchten, maar met de verwachting dat Hij haar kan helpen. Dáár gaat het om!
Deze vrouw is een voorbeeld voor ons op deze biddag. Ze brengt haar noden bij de HERE. Dat is waar je moet zijn! Hij is het adres voor al je vragen; Hij is het die kan geven wat een mens nodig hebt. Misschien zit u wel in nood op de één of andere manier. Door schulden, net als die vrouw, of wellicht op heel andere wijze. Zorgen over kinderen, zorgen over je werk of over je school of over je gezondheid. Het kan je hele leven gaan bepalen! Wat moet je dan in elk geval doen? Je noden in gebed bij God brengen. Hij kan helpen!
Of misschien hebt u of heb jij helemaal geen zorgen en nood. Alles gaat lekker zijn gangetje. En toch is het dan zo belangrijk ook ook dan te blijven bidden. Om álles met de Here te delen, je voorspoed en je vragen. Roep Hem niet alleen als er nood is! Hij is het die ons alle dingen geeft. Daarom moeten we altijd bidden om zijn zegen over ons werk en onze plannen. Hij is er niet alleen voor je ziel, maar voor heel ons bestaan!

[bezig gaan met wat je hebt, toen en nu]
Dat weet deze weduwe, en daarom gaat ze naar Gods profeet. Haar concrete situatie legt ze voor, met de vraag: help me toch! Opvallend is wat de profeet dan zegt. Hij zegt niet: ik zal voor je bidden. Hij gaat ook geen geld voor haar inzamelen. Hij zegt ‘wat heb je in huis’? Elisa wil weten welke mogelijkheden ze zelf heeft, en welke hulpbronnen. Die wil God gebruiken!
Een wijze vraag is het van Elisa. Als je in de problemen komt, kun je er passief van worden. Als je in de schulden zit, geen enveloppen meer openmaken, de regie opgeven. Als je ziek bent, alleen je ziekte nog zien. Zo kan het zelfs in het geloof: je bidt ergens voor, maar je kijkt niet wat je zelf kunt doen. De Bijbelse lijn is echter ‘bid en werk’!
‘Wat heb je in huis?’ Het is een vraag die je laat kijken wat er wél is. Het is als in een revalidatiecentrum. Als je daar terechtkomt na een ernstig ongeluk, kijken ze niet naar wat je níet kunt, maar ze gaan zoeken wat je wél kunt. Wat heb je in huis? Om daar dan verder mee te gaan te oefenen en te ontwikkelen.
Zo mogen ook wij ons afvragen: wat heb je in huis? We bidden voor gewas en arbeid vandaag, voor werk en oogst. Maar natuurlijk moet je wel zelf je inzetten op het werk of voor werk. God geeft groei, maar wij moeten onkruid wieden! Net zo is het als er in je leven allerlei problemen zijn. Je mag er voor bidden, en tegelijk mag je je afvragen: wat heb ik in huis? Wat heb ik, dat God zou kunnen gebruiken en zegenen? Hij gooit gewoonlijk geen oplossing uit de hemel, maar Hij wil onszelf in zijn oplossing betrekken!

[vertrouwen, toen en nu]
De vrouw heeft een kruikje olie in huis. Olijfolie, zoals die destijds voor van alles gebruikt werd. Eén klein kruikje. Het lijkt niet veel, maar juist dát zal de HERE gebruiken! Elisa zegt: ga overal kruiken vragen bij je buren, lege kruiken. Zet ze dan in je huis, doe de deur dicht en giet ze vol!
De vrouw zal wel gedacht hebben: moet ik weer gaan lenen? Ja, Elisa zegt het. Maar nog veel meer zal ze gedacht hebben: moet ik dít gaan doen? Lege kruiken vullen? Vullen vanuit een kruikje dat veel en veel kleiner is? Dat kan toch niet? En tóch doet ze het! Waarom? Omdat Elisa het zegt, de knecht van de HERE. De weduwe vertrouwt. Ze vertrouwt op God, ten diepste. Ze wil doen wat Hij zegt en de rest zal ze aan Hem overlaten.
Wat een les! We mogen al onze noden en zorgen bij de HERE brengen, ze uitspreken, net als deze vrouw deed. Maar we moeten ook leren vertrouwen dat Hij dan voor een oplossing zal zorgen. Al zien wij niet hoe het kan, al begrijp je niet wat Hij wil: toch vertrouwen! Dat is nu wat geloof uiteindelijk is: vertrouwen op God, voor héél je leven. Vertrouwen op hem, voor zegen op je werk en op het gewas, en vertrouwen dat Hij weet wat goed is in dat éne waar je mee zit! Doet u dat? Durft u dat?
Een profeet zegt ergens: ‘als je niet vertrouwt, word je niet gebouwd’. Dat is een geestelijke wet. Hoe meer je onvoorwaardelijk op God vertrouwt, hoe meer je zult ervaren dat Hij te vertrouwen is! Je ziet het in de geschiedenis van deze vrouw. Als ze maar een klein geloof had gehad, had ze misschien maar een paar kruiken gehaald. Dan had ze veel minder olie gehad. Maar nu: in groot vertrouwen zet ze heel haar huis vol met kruiken en vaten. En… ze kan maar blijven gieten. De wonderstroom stopt namelijk zodra het laatste vat gevuld is. Groot vertrouwen, grote zegen – klein vertrouwen, kleine zegen.
Misschien denkt er nu wel iemand: ach, en ik vind geloven zo moeilijk! Maar dan mag u de HERE ook bidden om geloof. Of Hij de olie van de Heilige Geest in u wil gieten. Vertrouwen is een opgave, maar ten diepste ook een gave – die God graag wil geven!

[Gods zorg toen en nu]
De vaten zijn vol, er is olie in overvloed. Olijfolie was heel wat waard, dus de vrouw is rijk! Elisa zegt: verkoop het maar! Dan kun je je schuld afbetalen, en van de rest kun je voorlopig leven. Wat een zegen! Wat heeft de HERE haar wonderlijk geholpen!
En zo is Hij nog steeds. Hij wil voor ons zorgen naar ziel en lichaam. En júist als we aan Hem vragen wat we nodig hebben, wil Hij het geven. Helpen in de concrete nood van het leven. Niet altijd op deze manier natuurlijk, zijn wegen zijn altijd anders. Maar Hij is dezelfde!
Dat zien we wel in het bijzonder bij Jezus, onze Heer. Elisa toonde hoe God geeft om wie in nood zit. Jezus toonde het nog veel meer. Hij vulde waterkruiken met olie, zodat een feest niet eindigde in een fiasco. Hij gaf hongerige mensen te eten, duizenden tegelijk zelfs. Hij gaf mensen hun kinderen terug, zoals deze vrouw hier haar zonen terugkreeg. In alles toont Jezus Christus het ons: de HERE heeft het goede voor met mensen. Wie tot Hem kwam met nood, werd nooit weggestuurd. En dáárom mogen ook wij vol vertrouwen onze noden bij God neerleggen. Om Jezus’ wil.
De schuld van de weduwe werd afbetaald. Maar Jezus kwam om de schuld, de geestelijke schuld, van ons allen af te betalen. Zíet u wel dat de Here wil helpen! De zonen van de weduwe mochten bij haar blijven. Maar Jezus ging vrijwillig weg uit het huis van de hemelse vader. Hij nam de gedaante aan van een slaaf. En waarom? Om ons vrij te maken! Om te zorgen dat geen schuldeiser ons meer kan wegroven uit Gods armen!
Als je dat beseft, hoe Hij in onze diepste noden voorziet, hoe Hij betaalde met zijn leven – zou je Hem dan ook niet durven vertrouwen voor de concrete dingen van het dagelijks leven? Voor je geldzorgen, voor je gezondheid, voor zijn zegen over gewas en arbeid?
En natuurlijk, ik zei het al eerder: geloof is geen garantie voor voorspoed. Maar toch: de HERE helpt ieder die in geloof tot Hem roept!

[slot]
Laten wij dan de les van deze vrouw meenemen. Laten we doen als zij. Allereerst: al je nood en behoeften en zorgen tegen de HERE vertellen, je hart voor Hem uitstorten. Tegelijk ook niet vergeten wat je zelf in huis hebt – bid en werk! En bovenal: vertrouwen dat Hij weet wat Hij doet en dat Hij het goed zal maken. Al krijg je geen antwoord op je waarom-vragen: de vrouw weet nog steeds niet waarom haar man nu zo jong moest wegvallen. Maar dit weet ze: in haar nood roept ze tot de HERE, en Hij opent een toekomst voor haar en haar gezin.
Wie zó leeft, wie zó gelooft zal het ervaren: de God van Elisa leeft nog! De God van Jezus. De HERE die om zijnentwil ook ónze God en Vader wil zijn!

Amen

Advertenties