Tags

, , ,

Uit de Bijbel is gelezen: Johannes 17, nadruk op vers 20-23

Gemeente van Jezus Christus, broeders en zusters hier aan zijn tafel,

[intro]
laten we ons in gedachten verplaatsen naar die éérste avondmaalstafel. Jezus en zijn leerlingen hebben het Pesachmaal gevierd, brood en wijn zijn rondgegaan. Dit is de laatste keer dat ze zo samenzijn, dat voelt iedereen. Jezus heeft afscheidswoorden gesproken, zijn laatste onderwijs en raad gegeven. De maaltijd is ten einde. Straks gaan ze het donker in, en wat zal er dan gebeuren?
Jezus staat dan op om te bidden. Zie Hem staan, rustig en vertrouwend. Hij neemt de gebedshouding aan, met zijn handen geheven en zijn ogen naar de hemel. ‘Vader’, zegt Hij ‘het uur is gekomen’. Jezus bidt, Hij spreekt met zijn Vader terwijl de leerlingen eerbiedig luisteren. Jezus bidt voor zichzelf. Dan horen de leerlingen hoe Hij ook voor hén bidt. ‘Vader, bewaar hen’! Wat moet dat hen hebben getroffen, deze bede voor hun bewaring. Zíj worden bij de Vader gebracht!
Maar wij mogen vanavond ook horen hoe Jezus ónze naam noemt. Hij bidt voor allen die in Hem zullen geloven. Jezus brengt ook óns bij de Vader!

[zijn bede: eenheid in Hem]
Wat bidt Hij dan? Dit: Hij bidt ‘dat zij allen één zullen zijn’. Hij bidt om eenheid en eensgezindheid onder alle christenen. Blijkbaar zag Hij al aankomen dat dat een lastig punt zou worden! ‘Dat zij allen één zijn’, dat is Jezus’ bede. Zijn laatste wens, en zo’n wens draagt altijd een bijzonder gewicht.
Echter, het gaat Hem niet zómaar om eenheid. Wat voor eenheid is het waar Jezus om bidt? Jezus bidt ‘dat zij allen één zijn, zoals U, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in ons één zullen zijn’. Het gaat dus niet maar om een organisatorische eenheid. Niet de éénheid van een wereldkerk, met één persoon als hoofd en één organisatiestructuur. Het zou wel kunnen helpen wellicht, maar zo’n eenheid kan ook knellen, en vooral: het brengt je niet noodzakelijk dichter bij God.
Jezus bidt om een andere, een diepere eenheid. Hij zegt ‘dat zij in Ons een zijn’. Eénheid door de verbinding met Hem, en in Hem met de Vader. Dáár gaat het om. Dat is een geestelijke zaak, die je niet met een fusie regelt. Daar moet voor gebéden worden!

[de gemeenschap met Hem]
‘Eenheid’ – dat is eigenlijk niet het juiste woord. Jezus wil geméénschap , daar gaat het om! Een gemeenschap van mensen die in gemeenschap met Hem leven. Dit woord staat niet in het Bijbelgedeelte, maar ik kies het bewust. Het gaat om relatie. Het wordt zelfs gebruikt voor de eenwording van man en vrouw. Het gaat om diepe verbondenheid. Met elkaar, daarover aan de volgende tafel meer, maar eerst en als basis: verbondenheid met de Here Jezus zelf, en in Hem met de Vader.
Wij hebben wel eens de neiging om sterk te benadrukken dat Jezus voor onze zonden gestorven is. Dat is zo. En daar zijn we Hem dankbaar voor natuurlijk. Maar dat brengt je nog niet in relatie mét Hem, dan is Hij slechts een middel. Jezus leert ons, vooral in het Johannes-evangelie, dat geloven dieper is. Het is niet íets aannemen, bijvoorbeeld zijn geschenk van vergeving, het is Iemand aannemen. Het is verbonden worden met Hem, en daardoor een ander mens worden. Eén worden met Hem, Hij in mij en ik in Hem. Dan is geloven sterven mét Hem – je oude mens, je zondige ik, moet sterven aan zijn kruis. En het is: opstaan met Hem, opstaan in een nieuw leven waar alles anders is.
Hoe bent u verbonden aan Hem? Ervaart u het zo? Het Hooglied zingt ervan: ‘Hij is de mijne, ik ben de zijne’. De Here Jezus wil niet alleen uw zonden vergeven. Hij wil de uwe zijn, en u de zijne maken! Een bijzondere verbinding van nabijheid en liefde.
Klinkt dit wellicht te hoog voor u? Te mystiek, te zweverig, te ongrijpbaar? Toch is dít waarvoor Jezus kwam! Om liefde te geven en te wekken. Om voor altijd zich te verbinden aan mensen zoals u en ik!

[hoe het HA daar op wijst]
Gelukkig geeft Hij ons dan het Heilig Avondmaal. Daar worden deze verheven dingen heel concreet! Hier, aan zijn tafel zie je het heel concreet voor je. Want brood en wijn wijzen ons erop: zó lief had Hij ons, dat Hij zijn leven gaf. En wat hebben wij eraan, met eerbied gesproken, dat iemand 2000 jaar geleden stierf, tenzij wij op één of andere wijze één zijn met Hem? Op het nauwst verbonden? Delend in zijn sterven en leven? Dát is het mysterie van het geloof!
En andersom zien we het ook op zijn duidelijkst, dat Hij is ons is. Want we ontvangen Jezus’ lichaam en bloed in brood en wijn. Het komt ín onsen wordt deel van ons. Wel, zó is Hij ín u of jou, door zijn Geest die in je woont.
‘Opdat zij allen één zullen zijn’ zegt Jezus. Zo mogen we hier samen zitten. En waarom één? Omdat wij in Hem zijn, en Hij in ons. Die gemeenschap van liefde mogen we hier vieren en ervaren, bij brood en wijn.

DEEL II

[introotje]
‘dat zij allen één zullen zijn’ bad Jezus. Een eenheid die zijn basis heeft in de eenheid, de gemeenschap met Hem. Maar een eenheid die natuurlijk zichtbaar wordt in de onderlinge verbondenheid. Jezus bad om éénheid voor allen die bij Hem horen.
Je zou je kunnen afvragen of dit gebed van Jezus verhoord is. Als je om je heen kijkt naar de vele kerken die er zijn, lijkt het er ver vandaan. ‘Dat zij allen één zijn’ – nee dus. Zelfs in ons eigen dorp. OK, we hebben af en toe een oecumenische viering en dat is goed. Maar wij vieren hier vandaag het Heilig Avondmaal, onze rooms-katholieke broeders en zusters doen dat elders. Júist daar waar de eenheid het duidelijkst zou moeten uitkomen, rond de tafel van de Here, ontbreekt die.
Maar aan de andere kant, is er vandaag, en deze hele week niet een diepe eenheid die de wereld omspant? Als mensen, elk in hun eigen gemeenschap, brood en wijn delen en zo één zijn met Jezus zelf? Als overal het lijden en sterven en de opstanding van onze Here herdacht en gevierd wordt? Weet u nog wat ik aan de vorige tafel zei: het gaat niet om organisatorische eenheid allereerst, maar om eenheid in Hem! Die eenheid kunnen zelfs al onze regels en kerkdingen niet uitwissen.

[onderlinge eenheid]
Eenheid, niet zomaar, maar ‘in Hem’. Daar begint het bij: dat u mag zeggen ‘Hij is de mijne, ik ben de zijne’. Ik hoor bij Hem met alles wat ik ben! Echter, daar begint het wel, maar daar moeten we niet blijven staan. Dan is het alleen ‘ik’ die bij Hem hoor, dan ontaardt het al te gemakkelijk in geestelijke egotripperij.
Als je van Jezus Christus bent, dan kom je namelijk direct in een kring te staan. Hij is niet alleen in u, Hij is ook in zoveel anderen! Er zijn zoveel anderen die ook met Hem verbonden zijn. En als vanzelf, ben je dan ook met hén verbonden. Een hele kring, of laat ik dat andere woord weer gebruiken: een hele gemeenschap in Hem.
Jezus maakt in zijn gebed een scherp onderscheid. Er is ‘de wereld’, dat zijn de mensen die niet bij Hem horen. En er is, aan de andere kant, die kring van mensen die één zijn met Hem. Die zijn niet meer thuis in de wereld. Die krijgen soms zelfs te maken met vijandschap. En daarom worden ze des te meer naar elkaar toe getrokken. Híer is het leven van Jezus, het licht en de liefde die Hij geeft, niet overal! Hier, in de kring die één is in Hem.
Wat is dat een bijzondere, geestelijke eenheid. Kijk eens om je heen hier aan de tafel [stilte]. Mensen die je misschien zelf nooit zou uitkiezen om bij te horen. Mensen heel verschillend, jong en oud, rijk en armer, van alle rassen en volken, mannen en vrouwen op gelijke voet. Allemaal: één in Hem! Ja, deze eenheid omspant zelfs de eeuwen: de gelovigen die al gestorven zijn, en degenen die nog zullen komen. Allen horen ze bij Hem!

[opdat de wereld geloven zal]
Dit is een eenheid die de wereld zonder God niet kent. Natuurlijk, je hebt daar ook innige banden en hechte groepen, gelukkig maar. Maar déze gemeenschap is uniek. Géen gezamenlijke interesses of belangen die binden ten diepste, maar de liefde van de Here Jezus. Hij die in allen is, en allen in Hem. Niet van deze wereld!
Daarom bidt Jezus er meteen bij: laat ze één zijn in Mij, ‘opdat de wereld zal geloven’. Tweemaal vraagt Hij dit zelfs. De onderlinge eenheid van christenen is een getuigenis voor de wereld! Een veel groter getuigenis dan wij vaak wel denken. Jezus gebruikt deze zelfde woorden ‘opdat de wereld zal geloven’, ook op het moment dat Hij Lazarus uit de dood opwekt. Dát was een spectaculair wonder, dat liet velen geloven! Maar nét zo’n teken is het als christenen, als wij, één zijn in liefde, één zijn in Jezus en daaruit leven. Dan hoef je niet te preken, dan mogen we het tónen, hoe goed het is om Hem te kennen. Laten we dan onze eenheid hier in de gemeente koesteren, en de eenheid met andere kerken en gelovigen zoeken. Want helaas werkt het omgekeerd ook: één van de redenen dat de wereld niet gelooft is omdat er zoveel onenigheid is tussen christenen…

[hoe HA deze eenheid toont]
Nu zitten we hier in de kring rond de tafel. Een toonbeeld van de eenheid die Jezus wil brengen. Een eenheid in Hem. Hij is in het midden. Bij Hem mogen we horen, ieder afzonderlijk, en allen samen. Zijn gemeente, die Hij kocht met zijn bloed. En daarom mogen we sámen een zijn in Hem. Als we hier aan de tafel zitten, of gezeten hebben, laten we dat dan beseffen. Hoe Jezus zich geeft aan U, dat allereerst, maar ook hoe we sámen een zijn in Hem. Als we brood en wijn ontvangen – Hemzelf ten diepste, dan mag dat ons verbinden aan Hem, en aan elkaar. Zijn leven mogen we ontvangen, delen en doorgeven, in brood en in wijn.

Amen

Advertenties