Tags

, , ,

Uit de BIjbel is gelezen Johannes 18:28 – 19:30 (in delen)

Gemeente van Jezus Christus,

[intro]
hoe stelt u zich een koning voor? Mijn gedachten gaan dan als vanzelf naar onze koning, Willem-Alexander, en zijn gezin natuurlijk. Maar een koning in het algemeen? En denk dan vooral aan vroeger, toen een koning niet alleen lintjes doorknipte en een troonrede voorlas die hij niet zelf geschreven heeft. Toen had een koning werkelijk macht. Een koning bepaalde wat er zou gebeuren in het land. Ik zie een statige figuur naar wie iedereen luistert. Hij is degene helemaal bovenaan, die ver boven de gewone mensen staat. Een koning: dat betekent hoog aanzien. Een paleis. Toegejuicht worden. Een koningsmantel en een kroon. Maar ook dingen als dapperheid, gezag en ridderlijkheid.
Zo is een koning. Maar dan vandaag in de Bijbel: we zien een machteloos iemand die mishandeld wordt en vernederd, die zelfs ter dood wordt gebracht. En deze persoon wordt genoemd ‘de koning van de Joden’. Een koning? Past dat wel bij elkaar? Een koning aan een kruis?

[Jezus’ koninklijke waardigheid in zijn lijden]
Toch is het zó dat Jezus ons vanavond wordt voorgesteld in het Johannes-evangelie. In het gedeelte dat we lazen is ‘koning’ duidelijk een kernwoord. Twaalf maal vinden we Jezus aangeduid als ‘koning’ – twaalf maal, het getal van de volheid. Drie maal spreekt Jezus bovendien over zijn ‘koninkrijk’, of beter vertaald: zijn koningschap. Zou dat toeval zijn?
Het lijden en sterven van Jezus wordt in alle vier de evangeliën beschreven. Er zijn echter duidelijke verschillen tussen hoe Johannes dat doet en hoe de andere evangelieschrijvers het vertellen. Om maar één ding te noemen: als Jezus ter dood veroordeeld is, moet hij het kruis dragen vanuit de stad naar de heuvel Golgotha. Uit de andere evangeliën weten we dat het kruis al snel gedragen moest worden door Simon van Cyrene, omdat Jezus Zelf daar niet meer de kracht toe had. Johannes laat dit echter weg. Ook vertelt Johannes niet over een menigte spottende mensen bij het kruis, mensen die Jezus honen en uitlachen.
Johannes kiest ervoor om al deze zaken voorbij te gaan. Weet u waarom? Johannes wil ons Jezus tonen als degene die het lijden waardig ondergaat. Koninklijk zou ik haast zeggen. Ja, dat is precies het juiste woord. We zien vandaag Jezus als Koning van de Joden.
Luister als Jezus voor Pilatus staat. Hij staat daar niet zwijgend, nee Hij spreekt, Hij spreekt met overwicht. Pilatus weet niet wat Hij moet antwoorden aan deze koninklijke, zelfbewuste figuur die geen enkele poging doet om schuld of onschuld te bepleiten. Zie hoe Jezus gekruisigd wordt. In het midden, op de ereplaats. Boven zijn hoofd staat ‘Jezus van Nazareth, de koning van de Joden’. Hij roept níet ‘mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’ Als hij roept ‘ik heb dorst!’ is dat geen wanhopige kreet. Nee, het is om wat te drinken te krijgen zodat Hij luid zijn laatste roep kan laten horen. En wat is die? ‘Het is volbracht’ – een overwinningsroep! Jezus is geen droevig slachtoffer. We zien ham vandaag als degene die met koninklijke waardigheid zijn weg gaat, ook naar het kruis! Weet u nog van vorige week: het kruis als plek van Jezus verhéérlijking!

[niet van deze wereld]
Als Jezus voor Pilatus wordt geleid, is diens eerste vraag: ‘bent u de koning van de Joden?’ Hier is het geen eretitel! Hier is het de beschuldiging die tegen Jezus is ingebracht, dat Hij claimt de koning van de Joden te zijn. Dan zou Jezus een opstandeling zijn, iemand die de Romeinen zou willen bevechten om zelf de hoogste plek in te nemen. Dan zou Jezus uit zijn op macht, rijkdom, roem; op toejuiching en populariteit bij de mensen. Er zijn er genoeg voor wie dat het hoogste is: die alles overhebben voor stemmenwinst en stijging in de peilingen, die graag hun hoofd in de krant hebben en hun achterste op een wethouderszetel of ministerspost. Ook buiten de wereld van de politiek is dit schering en inslag: mensen willen dat hun haan koning kraait, op het werk, in een vereniging, of waar dan ook.
Mensen gaan voor macht. Maar is Jezus zo? Is Híj uit op macht, op de hoogste positie in het land? Ach welnee! Hij zegt kortweg tegen Pilatus ‘mijn koningschap is niet van deze wereld’. Jezus is niet uit op macht, omdat Hij al macht hééft. Hij ís koning, Hij is degene die God naar de aarde stuurde. Maar… zijn koningschap is niet van deze wereld.
Jezus heeft geen aardse macht, geen dienaren die voor Hem vechten. Hij staat daar, geboeid, alleen. Maar iets anders heeft Hij wel: gezag. Gezag, óók nu. Pilatus wordt er onrustig van, Hij kan Jezus niet lang in de ogen kijken. ‘Iedereen die uit de waarheid is, luistert naar mij’ zegt Jezus kalm. Pilatus voelt hoe deze man een claim op zijn leven legt: erkent Hij het vreemde gezag van deze koning-zonder-kroon? Hij veroordeelt Hem, uiteindelijk, maar het vreemde gevoel blijft. En zo is het nog steeds. Jezus dwingt niemand met aardse macht. Maar als je Hem ontmoet, dan kniel je; of je mijdt Hem, stoot Hem misschien wel weg. Hij is koning, en wat mensen ook doen verandert daar niets aan, al kruisigen ze Hem. De vraag is of wíj Hem erkennen.

[de koning bespot en verworpen]
Pilatus geeft Jezus in handen van zijn soldaten. Wat doen die? Ze knielen voor Hem! Ze bewijzen Hem eer, en geven Hem de symbolen van zijn waardigheid: kroon en koningsmantel. Erkennen zij Jezus voor Wie Hij is? Nee, natuurlijk niet. In hun mond is ‘koning’ een spotnaam. ‘Gegroet, koning van de Joden’ roepen ze, en – ze slaan hem in zijn gezicht. De kroon is een kroon van dóórnen, die ze op zijn hoofd zetten. De mantel is ongetwijfeld een of andere oude soldatenmantel, geen werkelijk koningsgewaad. Als ze knielen en Hem eer bewijzen is het alleen maar bij wijze van grap. Bespottelijk! Zou deze man een koning zijn?
Eerst ‘koning’ als beschuldiging, nu ‘koning’ als spotnaam. Het begrip van de soldaten gaat niet verder dan aardse autoriteit. Ze zien iemand die niets terugzegt, op wie de spot geen vat lijkt te hebben, maar zijn gezag lijken ze niet te voelen. Voor hen is hij slechts een makkelijk slachtoffer. En toch… onwetend spreken ze de waarheid!
Pilatus probeert medelijden op te wekken door Jezus, zo toegetakeld, naar buiten te brengen. ‘Zie, de mens!’. Maar zijn poging heeft bepaald geen succes. De Joodse leiders laten Pilatus voelen dat het kiezen is: óf Jezus ter dood brengen, óf zijn positie zal wankelen. ‘Als u deze man loslaat, bent u geen vriend van de keizer!’ Dan zullen ze aan de poten van zijn stoel gaan zagen tot in Rome toe. Voor Pilatus is de keuze snel gemaakt. Aardse macht en het behoud daarvan gaan voor het hemelse gezag dat Jezus uitstraalt. Dat moet maar genegeerd, weggeduwd. Pilatus’ koninkrijk is wél van deze wereld.
En zo wordt Jezus onschuldig veroordeeld, op aandringen van de leiders van zijn eigen volk. “Hij is gekomen tot het zijne, maar de zijnen hebben Hem niet aangenomen”, zo begon het Johannes-evangelie al. Maar in alle gewoel staat Jezus rustig, ongebroken. Hij gaat naar Golgotha, koninklijk kalm. Alsof dit niet het einde is van alle hoop! En daar wordt Hij gekruisigd. “Jezus van Nazareth, de koning van de Joden”.

[koning in waarheid: aan het kruis]
Daar hangt Jezus, koning van de Joden, aan het kruis. Johannes laat ons voelen dat Hij alles waardig ondergaat, hoe vreselijk dit lot ook is. Vanaf het kruis zorgt Jezus zelfs nog voor de toekomst van zijn moeder. Hij is blijkbaar niet bezig met zichzelf of zijn pijn, maar Hij treft regelingen voor anderen. “Vrouw, zie uw zoon; zoon, zie uw moeder”. Als Jezus er niet meer is, moet Johannes, de geliefde leerling, Jezus’ moeder onder zijn hoede nemen. Van drie uur duisternis horen we niet, noch van Godverlatenheid. Nee, Jezus draagt alles met koninklijke waardigheid. De koning aan het kruis!
Ja, want intussen hangt daar voortdurend dat bordje boven Jezus’ hoofd. In drie talen zelfs, ieder moet het weten: dit is de koning! De koning van de Joden. Ook hier weer zo’n diepe ironie, zoals vaak bij Johannes. Pilatus heeft het bordje zo gemaakt om de Joodse leiders te ergeren, en die vatten het ook zo op. Ze sturen zelfs een verzoek of het gewijzigd kan worden. Dit is niet hún koning! Maar Pilatus zegt kortaf: wat ik geschreven heb, heb ik geschreven. Het stáát! En zo leest ieder die voorbijgaat, de hele dag, ware woorden. Jezus ís de koning van de Joden, de verlosser voor zijn volk. Of ze het nu willen weten of niet, hij ís de Koning. Koning, niet als beschuldiging, of als spot, maar koning in waarheid.
En toch… een koning, maar aan het kruis. Hoe kan dat ooit samengaan? Hoe terughoudend Johannes het ook beschrijft, gekruisigd worden is een vreselijk lijden. Een vernederende dood. Een akelig einde. Wat heeft Jezus aan zijn gezag, als de macht van tegenstanders wint? Hoe kan Jezus zo ooit kóning zijn?

[kruisdood tot ons heil]
Hier komen we bij het mysterie van het christelijk geloof. Het geheim van het kruis, waar neerbuigen en aanbidden de enige passen de reactie bij zijn. De kruisiging van Jezus was namelijk niet alleen de wraak van zijn vijanden! Nu Hij gekruisigd is, is niet Gods plan mislukt, nee, nu komt het grote plan juist tot zijn voltooiing. Gód heeft de macht, niet mensen. Dit sterven aan een kruis is niet Jezus’ afgang, zijn mislukking, nee, het betekent het slagen van zijn missie. Dwars door alles heen gebeurt hier wat Gód wil. Dáárom kan koning Jezus zo waardig, zo koninklijk al het onrecht, de spot en de pijn verdragen: omdat Hij weet dat Hij in de hand van de Vader is en zó zijn plan volbrengt. Daarom kan Jezus roepen aan het einde ‘het is volbracht’. Het is klaar! De missie waarvoor Hij kwam is voltooid.
Hoe past de kruisdood van Gods Zoon dan in zijn missie? Johannes vertelt ons er in dit Bijbelgedeelte niet veel over. Maar als we terugbladeren in het evangelie krijgen we er een idee van. Ik denk aan we afgelopen zondag Jezus hoorden zeggen: ‘als de tarwekorrel niet in de aarde valt en sterft, kan hij geen vrucht dragen. Maar als hij sterft, brengt hij veel vrucht voort’. Jezus’ dood is op één of andere wijze niet het einde, niet voor Hem en niet voor zijn missie. Het opent juist een nieuw begin! Hij zal opstaan, en ieder die in Hem gelooft, mag delen in zijn nieuwe, grenzeloze leven.
Of nog een laag dieper. Ik denk aan wat Johannes de Doper zei, helemaal aan het begin van Jezus’ missie: ‘zie, het lam van God dat de zonde van de wereld wegdraagt’, Toen begreep niemand het. Maar nu, nu wordt het duidelijk. Jezus draagt al de schuld, al de zonde, al het slechte en duistere van de wereld op zijn schouders. Hij neemt het mee naar het kruis. Hij rekent er voorgoed mee af, het wordt mét Hem aan het kruis geslagen. Het wordt gedood om nooit meer op te staan.
En laat ik het nu vooral persoonlijk maken. Jezus, de koning, laat zich kruisigen, om jouw en om uw kwaad weg te doen. Hij hangt daar voor mij! Voor al mijn en uw verborgen zondigheid en voor onze openbare misstappen. Voor de dingen diep in je hart en de dingen die uit je mond komen. Hij draagt het weg op het kruis! Hij sterft, om te maken dat wij eeuwig kunnen leven, in éénheid met Hem en de Vader. Hij deed dit voor óns. Voor allen die in Hem geloven, en ten diepste voor de hele wereld. Maar vooral: Hij deed dit voor mij, en voor u, en voor jou. De hoogste koning wilde de laagste dood sterven. Hij draagt álle zonde weg – ook dat wat u gisteren deed, en vandaag. Zelfs wat u morgen verkeerd zult doen. En nieuw leven kiemt uit zijn dood, zoals tarwe.

[knielen bij het kruis]
De vraag is niet of Jezus u wel wil hebben. De vraag is: herkennen we in de man aan het kruis de ware koning? Érkennen we Hem als de Heer, ook onze Heer? Wat de soldaten van Pilatus in spot deden, is de enige goede reactie, maar dan in ernst. Dat we neerknielen, bij het kruis, en dat we zeggen: gegroet, koning van de Joden, míjn koning. ‘Ik groet u vol ontzag’. Dat we buigen en Hem de eer geven. Omdat Hij de koning is, dat ook, maar bovenal omdat Hij zó’n koning is. Omdat Hij dít overhad voor mensen, voor míj. Zó diep wilde Hij gaan, zó groot was Gods plan, dat ik mag leven uit zijn dood. Nu, omdat ik mag weten dat ik welkom ben bij God, en altijd. Eéuwig leven vloeit er uit zijn sterven.
Kniel dan, kniel vandaag voor de koning. Aanbid hem, dank Hem, geef je leven aan Hem. Wees zijn onderdaan. Want Jezus is niet een dode man van toen, Hij is de Heer die lééft! Hij is nog steeds koning, verheerlijkt bij de Vader. Hij wil ook uw en jouw en mijn leven regeren. Hij wil het veranderen van een enkele reis ondergang, naar een leven dat ééuwig is.
Kniel voor de koning aan het kruis. Dan ben je in de juiste positie. Hij hoog boven mij, en ik: laag, klein. Want ik besef: het is het duister uit míjn leven dat Hem daar bracht. En tóch, en tóch wil Hij mij hebben. Hij hangt daar, met armen wijd uitgespreid!!
Wat kun je dan anders dan hem de eer geven? Dan beschaamd en tegelijk blij, je leven gaan herzien volgens de regels van zijn rijk? Hij is de koning. De koning aan het kruis. Hem zij de eer, in alle eeuwigheid!

Amen

Advertenties