Tags

, ,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro]
vanmorgen vierden we hier in de kerk het Heilig Avondmaal, de maaltijd van de Heer. Vanavond is het daarom nu een dienst van dankzegging. Of, zoals ze ook wel zeggen, een dienst van nabetrachting – zo zag ik het in de liturgie staan. Maar wat is dat eigenlijk, en waarom zou je zo’n dienst houden?
Het leuke is, dat die twee namen ‘dienst van dankzegging’ en ‘dienst van nabetrachting’, een heel verschillende nadruk leggen. ‘Nabetrachting’ is een ouderwets woord voor ‘nabeschouwing’, zoals je die op de televisie wel ziet na een sportwedstrijd. ‘Nakaarten’, om het eens oneerbiedig te zeggen. Als je zegt ‘nabetrachting’, dan valt de nadruk op onszelf en hoe je de viering ‘s morgens hebt ervaren. Het gaat dan over vragen als: hebt u vanmorgen deel kunnen nemen aan de viering van het Avondmaal, of miste u daarvoor het geloof? En als u hebt deelgenomen, hoe was dat? Heb je Gods nabijheid mogen ervaren, heb je een zegen ontvangen, of deed het je eigenlijk niets? En hoe komt dat dan? Kortom, de nadruk valt dan op degene die deelneemt.
Als je echter spreekt van een dienst van dankzegging, valt de nadruk aan de andere kant. Dan staat centraal wat God gegeven heeft, niet zozeer op hoe wij dat ervaren. Dan past daarbij gezang 354 ‘God zij gezegend! Laat ons dank bewijzen, Hem die met zijn drank en spijze/ ja met zijn lichaam ons verkwikken wilde’.
Voor beide invalshoeken is iets te zeggen. Vanavond wil ik echter geheel insteken bij het element van de dankzegging, zoals psalm 116 ons daarin voorgaat, de psalm die vanmorgen ook centraal stond.

[de weldaden]
Centraal zet ik vers 12 uit deze psalm “wat zal ik de Here vergelden voor al zijn weldaden die Hij mij bewees?”
Weldaden, dat zijn goede dingen die je ontvangt. En inderdaad, die geeft de Here ons zeker! Er is genoeg reden om te danken vanavond. Gaat het dan speciaal om het Heilig Avondmaal, dat geschenk van God tot versterking van ons geloof? Nee, eigenlijk niet, hoewel het inderdaad een weldaad is om het te mogen vieren. Maar eigenlijk zouden we elke week de maaltijd van de Here moeten vieren, zoals Calvijn al zei – en zou je dan elke zondagavond een dankdienst moeten houden daarvoor? Nee, niet het ritueel moet centraal staan, maar dat waar het naar verwijst. Dát is de diepste reden om dankbaar te zijn. Het brood wijst naar Christus’ lichaam dat Hij gaf voor ons, de wijn wijst naar zijn vergoten bloed, de hele maaltijd wijst naar de verzoening, de gemeenschap tussen God en mens die door Hem hersteld is. Dát zijn de weldaden die de Here geeft, en daar mogen, ja moeten we dankbaar voor zijn. Niet alleen in een speciale dienst als vanavond, maar elke dag van ons leven.
Vanmorgen noemde ik al wat van die weldaden die de Here geeft. De psalm is een danklied voor ontvangen redding, en dat is de eerste en grootste weldaad die ook wij mogen ontvangen. Redding. Verlossing uit de duisternis en mogen leven in Gods licht. Redding uit de macht van de zonde en de dood, en gezet worden in de vrijheid van Gods kinderen. Daaraan is nog zoveel verbonden vergeving, verzoening, vernieuwing, aangenomen worden tot kinderen. En dat álles mogen we ontvangen door de Here Jezus, die zijn leven gaf voor ons. Dáár wees het heilig Avondmaal ons op. Alleen al daarom is het zo goed om het telkens weer te vieren. Wij kunnen gericht zijn op duizend dingen, ook in de kerk: missionair zijn, de toekomst van de kerk in ons land, maatschappelijke vragen. Maar dan wijzen brood en wijn ons naar waar het écht om gaat: dat Jezus, onze Heer, zichzelf gaf uit liefde, en dat we dáárvan mogen leven. Daaruit volgt de rest, zoals onderlinge verbondenheid, hoop voor de toekomst, vertrouwen, en zoveel meer. Weldaden genoeg!

[uitleg ‘vergelden’]
Nu vraagt de psalmdichter zich af: “wat zal ik de Here vergelden voor al zijn weldaden die Hij mij bewees?” Eenvoudig gezegd: wat kan ik teruggeven voor alles wat ik krijg? Een goede vraag, en een diepe!
We moeten hier wel oppassen voor misverstanden. Het gaat hier niet om een moeten: nu ik zoveel krijg, moet ik natuurlijk ook iets terugdoen. Dat is wel een natuurlijke en goede impuls, maar als je zo denkt is dat veel te zakelijk. Nee, weet u nog hoe de psalm begint? ‘Ik heb de HEER lief’- het is uit liefde. Als je van elkaar houdt, wíl je de ander blij maken, geven wat je hebt. Niet omdat het moet, maar omdat de aard van de liefde is!
Het gaat daarom ook niet om een soort ruilhandel: God geeft ons dingen, en dan geef ik iets terug en dan staan we weer gelijk. Hoe zou dat ooit kunnen? Zijn geschenken zijn zo groot – hij geeft eeuwig leven, vergeving van de grootste schulden, en ga zo maar door. Wat moet je daar tegenover stellen? Zijn liefde is nooit letterlijk te vergelden. De relatie is asymmetrisch, niet die tussen twee gelijke geliefden. Misschien moet je eerder denken aan een kind, dat met Vaderdag binnenkort een tekening geeft. Het staat niet in verhouding tot alle zorg, voedsel, kleding en onderdak die het kind kreeg. En toch is de vader er blij mee!
Welnu, zo mogen ook wij de Here proberen iets terug te geven voor alles wat Hij ons geeft. Zijn weldaden vergelden.

[concretisatie: wat Hem te geven?]
Hoe kunnen wij dat dan doen? De psalm geeft gelukkig zelf een antwoord op de vraag, in de verzen 13 tot en met 19. Misschien kunt u de Bijbeltekst erbij houden, die staat afgedrukt bij de morgendienst, op pagina 4. Hoe kunnen we de Here zijn weldaden vergelden? Laten we gewoon de psalmwoorden langsgaan, daar kunnen we heel concrete dingen van leren. Ik volg de psalm niet op de rij af, maar ik heb de inhoud van de verzen 13 en verder verdeeld in twee hoofdlijnen. Als eerste de Here vergelden met WOORDEN , en ten tweede met DADEN. Woorden en daden dus, en we beginnen met de woorden

[de beker v.h. heil heffen]
Als eerste zegt de dichter: ‘Ik zal de beker van het heil heffen’ – je kunt ook vertalen ‘de beker van de redding’. Wie denkt er dan vandaag niet aan de zilveren beker die we vanmorgen lieten rondgaan? Samen het Heilig Avondmaal vieren is al een manier om de Here de eer te geven. In de tijd van de psalm moeten we denken aan de beker waarmee een wijnoffer werd gebracht. Die beker werd geheven, terwijl de offeraar God prees om wat hij gedaan had. Heel hedendaags gezegd: [hef glas water]: “Op de Here die ons redt!” Zó is het ook als we samen Avondmaal vieren. Paulus zegt : dan verkondigt u de dood van de Heer, totdat Hij komt. Het Avondmaal is niet alleen goed voor ons, het eert ook de Here! Dus wilt u de Here eren, kom dan in dankbare gehoorzaamheid aan Jezus’ opdracht zijn maaltijd vieren. Het is geen goed teken als mensen wegblijven uit de kerk als het Avondmaal is. Nee, dan moet je er juist zijn, om de beker van het heil te heffen tot zijn eer!

[de naam van de HEERE aan/uitroepen]
Als tweede staat er ‘ik zal de naam van de HERE aanroepen’. Opvallend is dat dat ook al in vers 4 staat, waar de dichter in nood tot de Here riep. Hier gaat het echter om een situatie waar de dankbaarheid de toon aangeeft. Beter is het dan ook om hier te vertalen ‘ik zal de naam van HERE uitroepen’. Ook zo kun je de Here zijn weldaden vergelden, door uit te spreken wie Hij is. Tegen andere mensen, en tegen Hem zelf. Het Bijbelse woord daarvoor is prijzen. Doet u dat wel eens? Zeggen hoe goed God is, tegen anderen, en ook als u bidt tegen Hem zelf? Ons gebed bestaat vaak voor een groot deel uit vragen en verzoeken. Maar spreek het ook úit, wie de Here voor u is! Zeg het maar ‘U bent groot en goed, U bent heilig en vol liefde’ En ga zo maar door. Het is zoals in een relatie: die wordt versterkt als je positieve dingen tegen de ander zegt. En de Here krijgt de eer die Hij verdient.

[offer van dankzegging]
Hier hoort ook bij wat de psalm noemt ‘een offer van dankzegging brengen’, vers 17. Destijds waren er letterlijk dankoffers op het altaar, maar het kan ook in de psalm al figuurlijk bedoeld zijn: God je dank geven. Dit offer kunnen ook wij brengen! Prijzen is om wie de Here zelf is, danken is voor wat Hij geeft. Doet u dat vaak? Niet alleen danken voor een fijne dag of gezondheid, maar juist danken voor de kernzaken waar het Heilig Avondmaal je op wijst. Zeg het maar ‘dank u Here, dat u mijn zonden vergeeft. Dank u dat ik welkom ben bij U. Dank dat mijn leven geborgen is, voor altijd’. Enzovoorts. Wie dankt en God prijst, wordt geestelijk opgetild. Het doet je geloof groeien. En zo vergeld je de Here iets voor al zijn weldaden. Hem daarvoor danken is toch wel het minste?

[in de tegenwoordigheid van zijn volk]
Zo kunnen we de Here eer geven in woorden. Als je allen bent, maar nog meer als we hier samen zijn in de kerk. Samen lofliederen en dankpsalmen zingen is geweldig goed, samen aanbidden heeft kracht. De psalm zegt, twee keer zelfs, ‘in de tegenwoordigheid van al zijn volk’. Samen hem eren in lied en gebed.

[‘ik ben uw dienaar etc’]
De Here zijn weldaden vergelden kan met woorden, maar ook met daden. Ook daar spreekt de psalm van. Dien Hem met je daden!
Hierover spreken de woorden uit vers 16: ‘Och HEERE, ik ben Uw dienaar, een zoon van Uw dienares’. Letterlijk: uw slaaf, de zoon van uw slavin. Wat wil dit zeggen? Wel, dit: in Israël had je twee soorten slaven: zij die door schulden in slavernij waren geraakt – zij moesten bij het jubeljaar worden vrijgelaten. En er waren slaven die al generaties in de de familie waren – zij dienden hun hele leven en werden niet vrijgelaten. Nu zegt de dichter met deze woorden ‘ik ben Uw dienaar, een zoon van Uw dienares’ dat hij bij de laatste categorie hoort. Hij zegt feitelijk: Here, aan U bied ik mij aan als slaaf voor altijd. Niet tijdelijk, om als het ware mijn schuld af te betalen bij u, maar levenslang! U wil ik dienen, ik geef mijzelf aan U!
Zouden dat ook niet onze woorden moeten zijn? Dat je héél je leven, elk terrein en al je levensjaren, aan de Here geeft. Dat je trouw álles doet wat hij in de Bijbel gebiedt, en leeft voor Hem? “neem mijn leven, laat het Heer, toegewijd zijn aan uw eer” – zoals een bekend lied zegt. Dat mag ook onze reactie zijn, als je op je laat inwerken wat de Here geeft! En ach ‘slaaf’: dat woord roept verwarring op. Laten we het maar ‘liefdedienst’ noemen. “God heb ik lief”, dáár begint de psalm mee!

[geloften nakomen]
Tenslotte zegt de dichter nog: ik zal mijn geloften nakomen. Blijkbaar had hij in zijn nood dingen aan de Here beloofd: als U mij redt, zal ik een offer brengen, bijvoorbeeld. En nu, nu de Here hem inderdaad gered heeft, komt hij zijn belofte na.
Ik vind het lastig om dit naar nu over te zetten. In elk geval: de dichter geeft God waar Hij recht op heeft. Misschien kun je denken aan giften die je geeft aan het werk voor Hem. Ook zulke daden doen me in het vergelden van Gods genade.

[slotvoorbeeld: nooit evenwicht]
Ach, en zullen we zo ooit kunnen ‘vergelden’ wat God geeft? Nee, totaal niet. Het is als een relatie waar de ene partij gehandicapt is en vaak hulp nodig heeft van de ander. Als je in zo’n relatie zit en je blijft erop focussen dat je veel meer krijgt van je partner dan dat je kunt teruggeven, dan houd je het niet vol, dan gaat het niet goed. Dan zie je het veel te veel als een weegschaal die in balans moet zijn. Of je gat dan proberen wat je niet kunt, of je geeft het maar helemaal op. Maar het is geen weegschaal! Zo werkt het niet als je van elkaar houdt! Dan reken je niet, dan geef je beide wat je kunt. Dan gaat het goed, ook als dat niet ‘even veel’ is.
Juist zo is het in het leven van het geloof. Natuurlijk kunnen wij de Here nooit zijn oneindige liefde en onvoorstelbare gaven vergelden, dat op één of andere manier we quitte staan. Dat zou den we diep in ons hart misschien wel willen, je wilt niet bij wie dan ook in de schuld staan. Maar vergéét alstublieft die gedachten van schuld en weegschaal en balans. Het gaat in het leven van het geloof om liefde. Die rekent niet, die geeft als vanzelf. Omdat de Here Jezus u zó liefhad, werd Hij mens, ging Hij de weg naar het kruis, zonder eerst te berekenen hoeveel dat He, wel zou kosten! Zo is zijn liefde.

[slot]
En wij? Zouden wij dan ook niet alles geven? Ons leven, onze daden, onze woorden? Mag dat ook wat kosten!? Kies niet de makkelijke weg, van een beetje braaf leven en af en toe dankjewel zeggen. Nee, gá ervoor om de Here te prijzen en te danken telkens als je bidt! Gá ervoor om in alles Hem te willen behagen. Niet omdat dat moet, maar omdat je niet anders wilt!
En wat is dan de beste motivatie? Dat we telkens weer diep beseffen wat voor weldaden de Here ons geeft. Het Heilig Avondmaal wees erop: Jezus gaf zijn lichaam en bloed in de dood, en daardoor mogen wij bij Hem welkom zijn. Vergeven, verzoend, verbonden met Hem voor eeuwig. Daarom: Hem zij de eer, in alle eeuwigheid.

Amen

Advertenties