Tags

, ,

[vooraf: jas v Jozef op de kansel klaarleggen]

Lieve broers en zussen in de Here Jezus,

[intro]
ik mag jullie vandaag iets vertellen over het tiende gebod, de laatste regel uit de tien geboden. “Wees niet jaloers op wat een ander heeft, je wordt zielsgelukkig als je zo leeft”. Niet jaloers zijn, daar gaat het over. Maarre…
→ zijn jullie wel eens jaloers? Wanneer dan?
Ik kan me het best voorstellen! Als iemand in jouw huis nieuwe kleren heeft gekregen, en jij niet. Of als er een feestje is, en je denkt dat een ander een groter stuk taart krijgt. Dan kun je al heel snel jaloers worden!
Thuis heb ik twee kinderen, een tweeling, twee jongens. En die letten daar héél erg op: of ze wel hetzelfde krijgen als de ander. Of hun broer niet vaker voorin mag met de auto, of ze allebei wel een even groot stuk worst krijgen bij de boerenkool. Mijn vrouw en ik worden er wel eens moe van!
En laat ik eerlijk zijn: ik ben af en toe ook wel eens een beetje jaloers. Volgens mij is iedereen dat wel eens!
Maar nu zegt de Here God dus in de Bijbel, in zijn regels: ‘wees niet jaloers!’ Waarom niet? En hoe doe je dat, het gaat toch vanzelf?

[verhaal Jozef]
Om dat uit te leggen gaan we even naar het verhaal van Jozef. We hoorden het net uit de Bijbel. Jozef is een zoon van vader Jakob. Jozef heeft nog een heel aantal broers, eigenlijk halfbroers. En die broers, die zijn jaloers op Jozef. Weet je hoe dat komt? Jozef heeft iets wat zij niet hebben! Hij heeft een mooie jas, een jas, met allerlei prachtige kleuren. En daarom zijn ze jaloers.
Moet je kijken, ik heb hier die jas van Jozef mee gebracht
→ vind je hem mooi? Zou je zelf ook zo’n jas willen hebben?
Als het goed is, past deze jas me precies.
→ zal ik hem eens aantrekken? [doe dat]
→ staat hij goed?
Kijk, nu kunnen we ons het verhaal van Jozef en zijn broers nog beter voorstellen! Jozef heet deze mooie jas, en alleen hij. Zijn broers hebben gewoon bruine kleren, lang niet zo mooi. Dat is eigenlijk niet eerlijk, hè?
→ kun je je voorstellen dat Jozefs broers jaloers waren?
Ik ook hoor!

[niet jaloers zijn]
Maar nu iets belangrijks. Als een ander iets moois heeft, mag je best denken: ik wou dat ik ook zoiets had. Dat denk je vanzelf. Maar weet je wat jaloers is? Als je dan boos wordt, en als je lelijke dingen gaat doen omdat die anders iets heeft wat jij niet hebt. Dat mag niet! Maar dat is nu precies wat die broers van Jozef wel deden!
Ze dachten niet alleen: tjonge, zo’n jas zou ik ook wel willen hebben… Nee, ze kregen een hekel aan hun broer. Ze wilden niet meer met hem praten. Dat is toch niet aardig? Dat is toch niet goed? Maar het wordt nog erger. Een tijd later doen de broers van Jozef heel slechte dingen tegen hem. Jullie kennen het verhaal misschien wel. De broers zijn op het veld, ver weg. Dan komt Jozef ze opzoeken. En als Jozef bij ze is…
→ wat doen ze dan?
Ze gooien Jozef in een put. Dat mag toch niet! Eerst wilden ze hem zelfs doodmaken. Dat deden ze gelukkig niet. Maar dan doen ze iets heel ergs ze verkopen hun eigen broer als slaaf naar een ver land! Wat een slechte dingen!
En waar begon het nu allemaal mee? Met dat ze jaloers waren. En dáárom zegt God tegen ons: wees niet jaloers! Want: daar ga je slechte dingen van doen.
Dat gebeurt nog steeds. Bijvoorbeeld als een ander nieuwe kleren heeft en jij niet. Dat je dan jaloers wordt en zegt: ik vind ze stom, ik vind die kleren lelijk! Daar wordt die ander verdrietig van. En het is niet eens waar. Of je gaat ruzie maken. Niet doen, zegt de Here God! Dat is niet fijn voor anderen. En het is ook niet fijn voor jezelf.
→ even een vraag: als je jaloers bent, word je daar nou blij van?
Nee hè. Als je jaloers doet, dan wordt het donker in je hart. Dan kun je niet blij zijn.
En daarom: wees niet jaloers. Probeer maar liever om blij te zijn voor die ander. Of denk aan dingen die je wel hebt. Dat je niet denkt: hé, hij heeft een iets groter stuk taart – dan wordt je hart donker. Denk maar liever: hé, wat fijn dat ik zelf een lekker stuk taart heb! Dat werkt veel beter.

[anderen niet jaloers maken]
Maar even weer terug naar het verhaal. De broers van Jozef doen niet goed, omdat ze jaloers zijn. Maar weet je, de vader van Jozef doet ook niet goed. Hij geeft alléén aan Jozef iets moois, en aan zijn andere zonen niet.
→ Is dat eerlijk?
Nee natuurlijk! Hij had dat níet zo moeten doen. Zo máákt hij de andere broers jaloers, en dat is zijn schuld. En Jozef zelf is ook niet verstandig. Hij gaat pronken met zijn jas [doe voor], en met zijn dromen. Dat is niet goed!
We moeten ook oppassen dat we een ander niet jaloers máken. Dus als je naar de dierentuin gaat met je familie, ben je daar natuurlijk blij over. Maar je moet het er maar niet de héle dag over hebben want dan worden anderen jaloers! En soms kun je anderen blij maken. Heb je zelf een zak snoep gehad, moet je niet alleen roepen ‘ik heb een zak snoep gehad (2x)!’ Dan worden de anderen vast jaloers. Misschien kun je beter zeggen: ‘ik heb een zak snoep gehad, wil jij ook een snoepje?’ Dat helpt tegen jaloers worden!

[zoek het bij Jezus]
De Here God zegt dus: Wees niet jaloers! Maar dat is best moeilijk. Hoe kun je dat nu goed doen? Daarvoor hebben we de kracht van God nodig, de kracht van Jezus. Want Jezus deed het goed, hij was nooit jaloers. Hij wilde niet alles hebben. Op een keer was hij in de woestijn, en toen wilde duivel Hem in de val lokken. Hij zei tegen Jezus: ik zal je alle rijkdom van de hele wereld geven, als je mij aanbidt! Maar Jezus zei: echt niet! Ik wil niet alles hebben – ik wil doen wat mijn Vader vraagt! Hij was sterker dan het kwaad, dan de verleiding.
Díe kracht hebben wij ook nodig. De kracht van Jezus. Daar mag je om vragen aan God, om bidden: Heer, help mij om niet jaloers te zijn! Help mij om tevreden te zijn en niet alles te willen hebben wat een ander heeft!
En soms, dan ben je toch jaloers. Dan ben je boos, doe je boos, omdat een ander iets heeft. Dat is niet goed. Maar als je het merkt, vraag dan maar om vergeving! Die wil God jou geven, om Jezus’ wil. Hij wil het weer licht maken in je hart, Hij wil je weer blij maken. Dus ben je jaloers? Bid snel in je hart tot God! Want Hij maakt alles anders.

Amen

Advertenties