Tags

, ,

Gemeente van Jezus Christus, kinderen, tieners en volwassenen,

[het verhaal: twee stoeten]
kijk, daar loopt een grote groep mensen door het Joodse land! Je hoort ze al aankomen: ze praten en lachen, het is een vrolijke drukte. Boven hen schijnt de warme zon, en hun voeten laten het stof opwaaien van de droge weg. Ze lopen tussen de velden, op weg naar het stadje daar in de verte. Wie zijn deze mensen? Waar komen ze vandaan? Het zijn Jezus en zijn leerlingen, en nog veel andere mensen. Jezus loopt in het midden, en de rest gaat met Hem mee. Ze praten onder elkaar over wat Jezus allemaal gedaan heeft. Wonderlijk waar is het, wat je hoort! Gisteren heeft Jezus nog iemand beter gemaakt die ziek was. Maar dat was niet de eerste keer! Hij heeft veel ongelooflijke dingen gedaan. Ik hoor twee mensen uit de groep met elkaar praten: weet je nog, van die keer dat Hij water in wijn veranderde? Weet je nog, van die keer dat hij de storm liet ophouden? Ja, Jezus is geweldig, vinden ze allemaal. Hij vertelt ook zo mooi over God! Ze willen graag bij Hem zijn. Nu, op weg met Hem, is de wereld licht, en het leven lacht!
Bijna zijn ze bij het stadje aangekomen, Naïn heet het. Die naam betekent ‘lieflijk’, en dat past precies bij hoe ze zich voelen. Maar kijk! Daar komt nog een stoet mensen. Ze komen uit het stadje. Dit is een heel andere stoet. Deze mensen kijken niet blij. O nee! Ze kijken somber en verdrietig. En moet je zien, ze dragen een doodskist mee. Het is een begrafenisstoet. Het lijkt wel of er een wolk voor de zon komt. Deze mensen zijn stil. Het enige wat je hoort is gesnik van mensen. Vooral één vrouw moet hard huilen. Het is de moeder van de jongen die nu begraven wordt. Haar man was al gestorven, en ze had maar één kind. Eén zoon, die voor haar moest zorgen als ze oud werd. Maar nu, nu is haar zoon óók gestorven. Nu heeft ze niemand meer. Als ze straks terugkomt, is ze alleen in huis… De andere mensen achter haar kunnen haar niet troosten. Ze kunnen alleen maar meegaan naar de begraafplaats. Wat een verdriet!
Zo ontmoeten de twee groepen mensen elkaar bij de stadspoort: de groep rond Jezus, en de begrafenisstoet. Eén groep vrolijk, en een groep verdrietig. Wat zal er nu gebeuren? Lopen ze gewoon langs elkaar? Of zullen al die opgewekte mensen nu ook stil worden? Zal het verdriet de vreugde uitdoven?

[Jezus’ ontferming]
Jezus ziet de droevige mensen ook. Hij ziet die moeder die haar zoon kwijt is. Hij ziet haar grote verdriet. En het ráákt Hem! Jezus krijgt medelijden met haar. Hij lijdt met haar mee – hij wordt er ook verdrietig van. In de grondtekst staat er ongeveer dat hij het in zijn buik voelde, van binnen. Misschien heb jij dat ook weleens meegemaakt, als je iets verdrietigs zag of meemaakte, dat je het van binnen helemaal voelde: ‘ahh, wat érg!’ Zo is het ook bij Jezus. Hij voelt met mensen mee! God voelt met mensen mee. Als wij verdriet hebben of pijn, ráákt dat Hem!
Maar Jezus is niet alleen aangedaan door het verdriet dat ze tegenkomen. Hij wordt ‘met innerlijke ontferming bewogen’, zegt de oude vertaling. Ontferming, dat wil zeggen: Hij wil deze vrouw troosten, helpen. En let op wat Hij dan doet! Jezus loopt recht op haar af. Hij zegt: ‘huil maar niet!’ Wat is dat nu? Zou je niet huilen als je kind dood is? Maar Jezus zegt dat niet voor niets. Hij gaat naar de dode jongen toen. Hij raakt hem aan. Hij zegt: Jongen, ik wil dat je opstaat! En… het gebeurt! De dode jongen gaat overeind zitten. Hij begint te praten. Hij leeft weer! En Jezus geeft hem terug aan zijn moeder.

[het wonder, link met Elia-verhaal]
Wat een ongelooflijk wonder is dit! Stel je voor dat jij daar bij was geweest, of ik. Ik zou compleet verbijsterd zijn. Een dode die levend wordt?!?!?! Maar het gebeurt. Wonderlijk waar. Zo’n groot wonder had Jezus nog nooit gedaan.

Iedereen is natuurlijk diep onder de indruk. Wat is Jezus voor een bijzonder iemand, dat hij dít kan doen! Wie is Hij? Sommige mensen zeggen tegen elkaar: God heeft weer een profeet naar ons toegestuurd. Ze moeten denken aan een verhaal uit de Bijbel, dat wij net ook hoorden. De profeet Elia liet ook eens een kind weer levend worden door Gods kracht. Dan moet Jezus ook wel een grote profeet zijn! Ja, eigenlijk nóg groter. Elia moest er hard voor bidden, drie keer zelfs. Jezus doet het gewoon zó, met een paar woorden. Ja, Jezus komt van God, dat is wel duidelijk geworden!

[zo is God!]
Maar nu nog een stapje dieper, dat had ik aan de kinderen in de oudere groepen beloofd. Wat heeft dit grote wonder met jouw leven te maken? Wat heb ik eraan, of u, dat Jezus vroeger heel bijzondere dingen liet gebeuren?
Wel, Jezus ís niet zomaar iemand van vroeger. Jezus is God zelf die gekomen is om de mensen te helpen. In Jezus zie je hoe God is. Hoe Hij nog stééds is. En hoe is God dan? Hij is iemand die met mensen bewogen is, die om ons geeft. Hij wordt geraakt door ons verdriet en onze zorgen. En Hij wil je helpen. Wonderlijk waar! Weet je, het grootste wonder, het diepste in alles wat er gebeurt vind ik niet dat Jezus weer een wonder doet. Het diepste is wat er staat over Jezus: Hij heeft medelijden met die verdrietige moeder, het ráákt hem. De oudere vertaling zegt het toch mooier: Hij is met innerlijke ontferming bewogen. Kijk, en dát is God ten voeten uit!

Ik weet niet hoe jij of hoe u over God denkt. Hij is niet iemand die hoog daarboven aan de knoppen draait. Hij gééft om mensen, om jou en mij! Daarom is Jezus gekomen. God zag hoe wij met zijn allen weggeraakt zijn bij Hem, door eigen schuld. Hij ziet hoe moeilijk het leven kan zijn. Dat er dood en verdriet is gekomen, en hoe we elkaar vaak ook het leven zuur maken. Om dat op te lossen is Jezus gekomen, bij ons, in onze wereld, toen in Israël rond het jaar nul. Om de diepste oplossing te brengen moest Hij zelfs zijn leven geven. Maar dat wílde Hij doen. Omdat Hij bewogen is met mensen. Omdat God geeft om jou en om mij en om u!
De wonderen van Jezus laten zien hoe Hij dingen weer goed maakt. Ze laten zien hoe Hij wil helpen. Ze wijzen vooruit naar de dag dat God álles goed zal maken! Wonderlijk waar.

[onze hoop nu en voor de toekomst]3
Wat geweldig is het dat we dat mogen weten! Dat God nog steeds dezelfde is als toen. Dat Jezus nog steeds om ons geeft en wil helpen. Wat is het belangrijk om dat te geloven! Want er is genoeg in de wereld dat verdriet geeft of zorgen, dat gewoon ellendig is. Als je wordt gepest op school, of als je ziek bent. Of misschien gaat het met jóu wel goed, maar mis je je oma of opa die is gestorven, of iemand anders. Of… ach, er kan zoveel zijn. Maar dan mag ik jullie vanmorgen vertellen: God weet ervan. Van al je verdriet en van al je problemen. En Hij wil je helpen, Hij wil je troosten. Hij wil dingen veranderen. Vertel al die dingen maar tegen Hem als je bidt. Je mag ze gewoon tegen God zeggen, misschien stil op je kamer. En dan zul je merken dat het verschil maakt. Dat je je anders voelt, en dat dingen ook anders worden. Voor God is niets onmogelijk! Weet je nog wat Jezus zei: ‘huil maar niet!’ En Hij maakt alles anders.

Ja, dit wonder van Jezus laat zien hoe de Heer niets liever wil dan mensen helpen. En tegelijk wijst het vooruit, naar Gods nieuwe wereld. Want nu is er nog genoeg dat niet klopt, dat niet meteen opgelost wordt. In je eigen leven, maar ook in de grote wereld. Denk aan oorlogen, denk aan mensen en kinderen die honger hebben. Wat is er niet veel verdriet en kwaad! Eens, toen Jezus op aarde was, hielp hij al mensen. Er werden er genezen, deze jongen werd zelfs weer levend. Maar de hele wereld veranderde Hij niet. Nog niet! Maar… eens zal dat wel gebeuren! Jezus heeft daar de basis al voor gelegd, toen Hij stierf en weer opstond. Hij heeft beloofd: eens… eens maak ik alle dingen nieuw! Eens komt Gods nieuwe wereld. Daar zal geen ziekte meer zijn en geen dood, daar is geen pijn en geen verdriet. Ieder die op Jezus vertrouwt mag daar komen. Daar zal God bij de mensen wonen. Dan wordt alles anders, alles goed. Daar mogen we naar uitzien. Wonderlijk – Waar! Hij heeft het zelf gezegd.

Amen