Tags

, , , ,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro]
eens, in 1986, werd er een Elfstedentocht gehouden. De beroemde schaatstocht van 200 kilometer lang langs de elf Friese steden – je moet momenteel 22 jaar oud zijn om er één te hebben meegemaakt. In 1986 was het ijs dik genoeg, en duizenden mensen gingen van start, voor de winst of voor de sport. Onder de schaatsers was ook een 18-jarige jongen, een zekere W.A. van Buren. Hij viel niet op, hij schaatste niet bijzonder snel, gewoon één van de vele amateurs die de tocht volbrachten. En toch… en toch was er iets bijzonders met deze jongen. Er schaatste een rechercheur in burger achter hem, en op het laatst vóór hem om wind te vangen. En af en toe, vooral op het laatste stuk, ging het publiek extra hard juichen als hij langskwam. Hoe kwam dat? Wat was er aan de hand? Er waren mensen die hem herkenden! W.A. van Buren was namelijk niemand anders dan prins Willem-Alexander, tegenwoordig koning Willem-Alexander. Eén iemand zag het, toen een ander, later kwam het op de radio: Hij schaatst daar! Het herkennen van die ene schaatser als de kroonprins, zorgde ervoor dat de mensen anders gingen kijken!
Iemand herkennen voor wie hij werkelijk is. Daar gaat het ook over in de Bijbelgedeeltes die we lazen. De volgelingen van Jezus juichen voor hem, als hij aan komt rijden op een ezeltje. Ze leggen hun mantels op de grond als rode loper. En waarom? Omdat ze ineens zien wie Hij werkelijk is! Ze herkennen hem, en meer nog: ze erkennen hem!
Dat is nu precies waar het om gaat, nu er hier vanmorgen 4 mensen hun geloof zullen belijden. Belijdenis doen, wat is dat? Wel, heel eenvoudig dit: belijdenis-doen is Jezus herkennen en erkennen voor wie Hij werkelijk is! [herhaal]. Dat is het thema voor de verkondiging vanmorgen.
Voor de helderheid heb ik het thema uitgesplitst in drie punten en een stukje toepassing, dat merkt u vanzelf.

[1: herkennen wie Jezus is]
Belijdenis-doen is dus Jezus herkennen en erkennen voor wie Hij werkelijk is! De eerste vraag, het eerste punt, is dan natuurlijk: wie ís Jezus dan wel? Wat is in Hem meer te herkennen dan in een ander? Daar geeft het Bijbelgedeelte over de intocht van Jezus in Jeruzalem een eerste antwoord op. Jezus gaat naar Jeruzalem, te voet, zoals vele pelgrims. Maar net voor hij bij de stad ingaat zorgt hij zelf dat er een rijdier voor hem wordt gehaald, een ezel. Waarom? Is Jezus misschien vermoeid van het lopen? Nee, dat is het niet. Maar de Heer wil dat de mensen om Hem heen gaan zien wie hij is. Zijn leerlingen begrijpen het meteen, als Hij zo aan komt rijden. Ze spreiden hun mantels op de grond als eerbetoon. Als ze Jezus zo zien, moeten ze namelijk meteen denken aan woorden van de profeet Zacharia – dat was precies Jezus’ bedoeling. Zacharia schrijft: ‘Juich, Sion! Jeruzalem, schreeuw het uit van vreugde! Je koning is in aantocht, bekleed met gerechtigheid en zege. Nederig komt hij aanrijden op een ezel’. De ogen van de leerlingen gaan open: dit is maar niet een rondreizende rabbi, dit is de koning die komen zou! Ze roepen het uit: gezegend is Hij die komt als koning! Jezus is niet zómaar iemand, hij is koning. Hij is de vredevorst die Gods nieuwe wereld brengt.
Als je belijdenis doet, heb je daar iets van gezien, van wie Jezus is. Alle vier hebben jullie een brief geschreven waarin je weergeeft waarom je belijdenis wilt doen. Eén van jullie schreef over Jezus: ‘Hij is een wonderbare God. Hij is buitengewoon. Hij is de enige God die wij als mensen kunnen aanbidden!’ Dat is juist wat Paulus schrijft in het tweede Bijbelstukje dat we lazen. “Als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is…”. Wie is Jezus? Hij is de Heer. Dat wil zeggen: degene die het voor het zeggen heeft. De HEER, dat is in de Bijbel zelfs een titel voor God. Jezus ís God! God die onder ons kwam.
Dat laatste moeten we er wel bij zeggen. Jezus de koning, de Heer – dat klinkt hoog en verheven, en dat is Hij ook. Maar er is meer te zeggen. Hij is een koning op… een ezel! Dat zegt heel veel, net als tegenwoordig de auto die je rijdt veel zegt over wie je wilt zijn. ‘Néderig komt hij aanrijden op een ezel’, zei de profeet al. Jezus zit niet hoog te paard om op iedereen neer te kijken en als veldheer te onderwerpen. Dat is nu het wonderlijke. Hij rijdt op een ezel. Als Hij bedenkt dat de stad Jeruzalem Hem niet herkent en niet erkent als koning, wordt Hij niet boos. Nee, hij húilt erom. Hij wil harten veroveren, niet landen. Hij wil liefde, geen lakeien. Hij is de liefde Zélf. In plaats van allen te onderwerpen, laat Hij zich verwerpen. Hij ging naar Jeruzalem om zich te laten kruisigen, dat wist Hij heel goed. En waarom? Om juist zo redding te brengen en leven te geven. Zó is Jezus! De nederige koning vol liefde.

[2: Jezus erkennen, of niet]
Belijdenis-doen is Jezus herkennen en erkennen voor wie Hij werkelijk is. Wie Jezus is, daar hebben we iets van gezien. Maar ten tweede, belijdenis-doen, christen-zijn, is Jezus zo te herkennen én te erkennen. Dat zijn nog twee verschillende dingen! Denk even terug aan Willem-Alexander die de Elfstedentocht schaatste. Je kon hem herkennen, misschien geholpen door een radiobericht. Maar dan kon je nog verschillend reageren. Veel mensen juichten hem toen. Maar misschien waren er ook wel die dachten: ja, dat is hem, nou en? Ik ben republikein, ik heb niks met het koningshuis!
Met het herkennen van Jezus voor wie Hij is word je geholpen in de kerk en op de catechese. U of jij mag het hier telkens horen: dít is Hem! Hij wordt u en jou voorgesteld: dit is de Verlosser, de Vredevorst! Maar… dan komt het ook aan op onze reactie. Of we Hem als zodanig érkennen. Dat je met de leerlingen roept: gezegend is Hij, de Koning! Dat je, zoals Paulus schrijft: met je mond belijdt dat Jezus de Heer is, en met je hart gelooft dat God hem heeft laten opstaan uit de dood. Het is de oudste belijdenis van de christenen: Jezus is Heer!
Als je belijdenis doet, zoals jullie vandaag, dan stem je daarmee in. Dan zeg je: Jezus is ook míjn Heer! Bij Hem wil ik horen! Zoals één van jullie schreef: ‘het geloof belijden voor in de kerk zie ik als een antwoord op Gods uitgestoken hand’. Wat is dat raak gezegd! Want God is de eerste, Hij heeft er veel voor gedaan om te zorgen dat je tot die herkenning komt. Als je christelijk bent opgevoed, of als je door je huwelijk met God in aanraking kwam. Als zijn Geest gaf dat je het zág, als zijn genade maakte dat je je overgaf. Wat is dat een zegen!
Er is ook een andere kant. Die moet ik vanmorgen ook benoemen: wie Jezus ontmoet maar afwijst, heeft niets goeds te verwachten. Wie gelooft en belijdt, zegt Paulus, die wordt gered. Gered uit een leven zonder God en hoop, een leven onder zijn oordeel. Wie Jezus echter afwijst, blijft onder Gods oordeel. Die is in Gods ogen een rebel! Jezus Zelf, zittend op zijn ezel, voorzegt de ondergang van Jeruzalem. Waarom? Omdat ze Hem niet wilden erkennen als koning. Jezus afwijzen heeft grote consequenties. Maar… kijk eens naar de tranen in Jezus’ ogen als Hij spreekt over Jeruzalems afwijzing en ondergang! De Heer is niet allereerst boos. Hij heeft verdriet. Hij wíl zo graag zegen brengen, redden, zijn liefde geven. Hij wil u en jou zo graag bij Hem hebben. Jezus zegt niet: erken mij en anders… Hij huilt, als je Hem afwijst! Denk eens aan als je iets verkeerds hebt gedaan en je moeder merkt het. Wat vind je dan erger? Als ze boos wordt, of als ze erom huilt? Wanneer geeft ze meer om je? Wat raakt jou meer? Laat je dan raken door deze tranen,wie je ook bent vandaag; laat Hij Heer mogen zijn in je leven!

[3: De gevolgen van het hem erkennen]
Belijdenis-doen is Jezus herkennen en erkennen voor wie Hij werkelijk is: de koning, de Heer, de nederige heerser vol liefde. Maar dan ten derde: wat heeft dat voor gevolgen als je Hem erkent als koning van je leven?
Dat heeft geweldige gevolgen! Allereerst mag je ontvangen! Zijn Vader is voortaan ook jouw Vader. Je mag vertrouwen op zijn vergeving als je verkeerd doet – en dat doen we, dagelijks zelfs. Maar wie zich aan Jezus overgeeft, krijgt áltijd een nieuw begin. En dat niet alleen. Je mag leven met God van dag tot dag. Je krijgt kracht voor vandaag en hoop voor de toekomst. De Heilige Geest wil je de weg wijzen in het leven, en zijn vrucht in je laten rijpen: liefde, vreugde, vrede, geduld, en nog meer. Je mag je dagelijks laten vormen naar het beeld van je Heer.
Nog een gevolg: je wordt lid van Gods familie. Allereerst natuurlijk de mensen hier in de kerk, de gemeente van Woudrichem. We zijn elkaars broers en zussen! Zoals iemand van jullie schreef: ‘…een nieuw begin mogen maken in een voor mij nieuwe gemeente. Een gemeente waar ik me steeds meer bij betrokken voel worden en ook daar mijn geloof voor wil belijden’. Als je gelooft in Jezus als Heer, krijg je er gratis al die geloofsgenoten bij, en de wekelijkse ontmoeting met God en elkaar, om je geloof te voeden en Hem te eren. Die familie is groot: niet alleen onze kerk hier in Woudrichem, maar zoveel kerken in Nederland, van welke soort ook. En wereldwijd – in Nederland maar ook in Indonesië, en in eigenlijk ieder land.
Jezus erkennen geeft je veel. En tegelijk geeft het verplichtingen als je ‘ja’ zegt tegen Hem. Als Hij de Heer is van je leven, kan niets anders nog de hoogste plek innemen. Het is als bij een huwelijk: ‘ja’ tegen die ene is ‘nee’ tegen alle anderen. Nee moet je zeggen tegen andere dingen die op de troon willen zitten in je leven. Als je gelooft, dan béloof je ook iets. Eén van jullie beschreef het zo, bij de vraag wat belijdenis-doen betekent: ‘ik beloof dat ik mij 100% inzet om me verder te verdiepen en uw woord te verspreiden’. Dat is nogal wat! Jullie beloven dat je Jezus’ weg zult volgen. Of… misschien moet ik zeggen: je belooft dat je Jezus’ weg wílt volgen. Jullie, en ik, en wij allemaal: wij schieten zo vaak te kort in geloof, in hoop, in liefde. Om over concrete misstappen maar te zwijgen. Maar je belooft: ik wil Jezus volgen, zo goed ik kan! En gelukkig: je hoeft het niet zelf te doen. God geeft kracht, door zijn woord en Geest!
Geloven is geen weg van succes. Het is de weg achter Jezus aan. Jezus ging naar Jeruzalem om te lijden. Hij werd gekruisigd! Belijden – daar zit het woord ‘lijden’ in. Lijden aan jezelf en je hardnekkige zonden, lijden misschien ook als je niet wordt begrepen, als je geloof wordt afgewezen of uitgelachen. Ook dat kan een gevolg zijn als Jezus je Heer is. En toch: zijn weg is verreweg het beste. Zijn liefde is beter dan dit leven!

[Toepassing en oproep]
Belijdenis doen is Jezus erkennen. We hebben er heel wat over gehoord. Maar nu tenslotte: hoe sta jij of hoe staat u hier nu in? Wie is Jezus Christus voor jou, en welke plaats heeft hij in je leven?
We zitten hier als een heel gevarieerde groep. Toch wil ik je, wie je ook bent, allemaal dezelfde vraag meegeven: wie is Jezus voor jou?
Als u of jij zelf eens belijdenis hebt gedaan, denk daar vandaag eens aan terug. En vraag je af: wie is Jezus voor jou? Hoe heeft je geloof, je leven in Jezus’ spoor, zich sindsdien ontwikkeld? Ben je erin gegroeid, of ben je in slaap gesukkeld, of ben je bijna afgehaakt? Vandaag kan een dag zijn om je belofte van eens te vernieuwen!
Er zijn hier vast ook jongeren en ouderen in ons midden die zeggen: ik geloof zeker wel! Ik erken Jezus Christus als de Heer. Maar belijdenis doen, nee, dat is er nog nooit van gekomen! Maar waarom niet? Met je mond belijden én met je hart geloven, dat gaat samen, we hoorden het uit de Bijbel. Als je Jezus wilt volgen, mag iedereen dat toch weten? En bovendien krijg je dan toegang tot het Heilig Avondmaal. Volgend seizoen is er weer de gelegenheid om belijdeniscatechese te volgen. Is dat iets voor jou, of voor u? Denk er eens over!
Wellicht zijn er hier tieners of volwassenen of wie dan ook die denken: ik weet het nog niet zo met God en met Jezus. Wie was hij nu echt? Is Hij belangrijk voor mij? Ga dan op onderzoek uit! Laat het er niet bij zitten, maar ga het uitzoeken. Ik kan niet anders dan zeggen: Hij is het! De Heer, de koning op een ezel, de vredevorst, de verlosser. Hem te kennen is een vreugde, dat is niet uit te leggen! Ga dan op zoek tot je Hem herkent als wie Hij werkelijk is, ga op zoek tot ook u of jij hem kunt, misschien wel moet erkennen als koning van je leven. De Heilige Geest wil je helpen!

[slot]
Zo zijn we hier vandaag bijeen, in deze feestelijke belijdenisdienst. Wat is het geweldig om hier vier mensen te hebben die openlijk hun geloof belijden. Die Jezus herkend hebben als de Redder, die hem willen erkennen als koning van hun leven. Moge het ons allemaal bemoedigen en aansporen om voor het eerst of opnieuw ook ons geloof in Hem te belijden, met hart en mond. Want Jezus Christus, de koning aan het kruis, verdient al onze eer! Daar gaan we een lied van zingen, een lied dat één van de catechisanten heeft uitgekozen. “Heer, U bent mijn leven, de grond waarop ik sta…”
Amen

Advertenties