Tags

, , ,

Gemeente van Jezus Christus, jong en oud,

[intro: Korps Mariniers, het visitekaartje van…]
laatst was ik bij mensen elders op bezoek waarvan de dochter binnenkort achttien wordt. Die dochter heeft één droom: om toegelaten te worden bij het Korps Mariniers. Voor kinderen die het niet kennen: het Korps Mariniers, dat is een groep echt stoere soldaten die spannende missies doen. Als je daarbij wilt komen, moet je voldoen aan zware eisen. Daar kom je niet zomaar bij! Dus dat meisje was hard aan het trainen: fitness, lange wandelingen met een zware rugzak op je rug, en ga zo maar door. Alles om goed genoeg te zijn. Want dáár wil ze bij!
Het Korps Mariniers is een elite-eenheid, je zou kunnen zeggen het visitekaartje van het Nederlandse leger. Het is een eer als je daarbij mag horen! Dan heb je een speciale positie. Dan ben je niet zomaar meer iemand. Geen gewone burger, en zelfs geen gewone soldaat. Nee, dan ben je bijzonder, als je bij daarbij mag horen. Een eer als je wordt aangenomen!
Maar… zo’n speciale positie is niet alleen maar leuk. Als je bij het Korps Mariniers hoort, moet je je er ook naar gedragen. Dapper zijn als het gevaarlijk is, zorgen dat je steeds in topconditie blijft, je altijd eerlijk en goed gedragen, ook buiten de kazerne. Want, ik zei al, deze mariniers zijn als het ware het visitekaartje van het Nederlandse leger. Dat wil zeggen: zij laten zien hoe goed het is. En andersom: als een marinier iets verkeerds doet, straalt dat af op de hele eenheid, op het hele leger zelfs. Dan geef je juist de verkeerde reclame. Ouderen herinneren zich misschien nog Marco Kroon, begonnen in het Korps Mariniers. Hij kreeg een medaille voor dapperheid, maar andere, minder goede dingen die hij deed kwamen groot in het nieuws juist omdat hij het was. Dan ben je geen goed visitekaartje…

[wie wij zijn volgens Petrus]
En nu wij! De meesten van ons zijn maar heel gewoon. Wij zijn niet zo speciaal, wij horen niet bij een elitetroep – toch? Of toch wel? Nou, volgens het Bijbelgedeelte dat we als laatste lazen zijn toch wel! De Apostel Petrus schrijft hoge dingen over iedereen die bij Jezus hoort. Dat geldt dus ook voor jou of voor u, als je in Hem gelooft. Petrus schrijft: “u bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft”. Dat is nogal wat! Je bent niet zomaar iemand, je hoort bij een volk dat God zich verworven heeft. Wat wil dat zeggen? Wel, ik ben door Jezus verworven. Gekocht, voor een hoge prijs. Hij gaf zijn leven om jou en u en mij Gods eigendom te maken! Wat is dat een enorm voorrecht, als je bij Hem mag horen. Dan ben je uitgekozen, uitgekozen voor iets speciaals. Net als wanneer je wordt aangenomen bij het Korps Mariniers. Alleen… bij God word je niet uitgekozen omdat je zélf zo goed bent, zo sterk en getraind. Nee, Jézus zorgt daarvoor, het is een genadegeschenk.
Ja, als christen heb je een speciale plek en roeping in de wereld. Petrus zegt tegen ons: jullie zijn een koninkrijk van priesters, een heilig volk. Je zou kunnen zeggen: jullie, christenen, mensen die bij Jezus horen, jullie zijn het visitekaartje van God onder de mensen. Je dient te laten zien hoe goed en hoe machtig Hij is!
Dat is nogal wat! Het klinkt erg hoog. Zijn wij dat: priesters, een heilig volk, een visitekaartje…? En: hoe dan? Om hier verder in te komen, moeten we naar het Oude Testament. Petrus verzint deze hoge titels namelijk niet zelf, hij haalt ze uit het Bijbelboek Exodus. Laten we daar eens luisteren.

[Israël: wie zij zijn]
Ook dat Bijbelgedeelte lazen we. In Exodus 19 vers 5 en 6 vinden we precies Petrus’ woorden terug. Het zijn woorden die de HEER zegt, als de Israëlieten uit Egypte zijn getrokken en bij de berg Sinai staan. Bij deze berg, bij de Sinai, zal de HEER een verbond sluiten met het volk Israël, dat gaan we later nog horen. En zo, doordat de HEER zich aan hen verbindt, worden ze een eigen volk met een eigen identiteit. Een heel bijzondere identiteit zelfs!
Wat dan? De HEER wijst Israël erop dat hij ze heeft uitgekozen en bevrijd. En nu, nu zijn ze van Hem, zijn eigendom. Hij zegt het: jullie zullen voor mij een kostbaar bezit zijn, kostbaarder dan alle andere volken. Góds volk. Dat is Israël. Onze vertaling zegt ‘een kostbaar bezit’, beter is: een persoonlijk bezit. Natuurlijk, de hele aarde is van de HEER, maar Israël is op een speciale manier van Hem. Hij heeft hen geroepen, gekozen. Zij moeten, zou je kunnen zeggen, zijn elitekorps worden, zijn visitekaartje op aarde. Een koninkrijk van priesters, een heilig volk. Niet als de anderen!
Dit is het geheim van Israël, waar we vandaag, op Israëlzondag, speciaal aan mogen denken. Israël is anders – Gods volk. Dat is een voorrecht, dat is ook een roeping – daar kom ik zo op – maar het is ook een bron van ergernis. Kinderen, jullie kunnen je dat ook wel voorstellen. Als één in de klas wordt uitgekozen voor iets speciaals, worden andere kinderen snel jaloers. Maakt niet uit wat het is, vooraan zitten in de bus of de juf ergens bij helpen. Al heel snel krijg je: waarom hij alleen, waarom ik niet? Het voelt niet goed als een ander uitgekozen wordt en jij niet. Dan kun je zelfs lelijk gaan doen tegen diegene die is uitgekozen. En weet je, zo is het vaak ook gegaan met Israël, met het Joodse volk. Mensen voelden wel: die hebben iets speciaals. En juist daarom gingen ze lelijk doen tegen Joden. Uitschelden, slechte dingen vertellen, soms zelfs vervolgen en doden. Als je die vreselijke verhalen hoort, denk je soms: waarom doen mensen en volken toch zo? Maar het heeft híermee te maken: Israël is speciaal, het is Gods volk, zijn persoonlijk bezit.

[het wonder van deze identiteit]
Israël is dus Gods volk. Dat heb je, dat hebt u vast al meer gehoord. Maar dat is echt ongelooflijk bijzonder, dat zien we juist in dit stuk uit de Bijbel Net zo ongelooflijk als dat Petrus óns Gods volk noemt. Want God – wie is God? Wie is de HEER bij wie Israël horen mag? Hij is de heilige, de ontzagwekkende, de hoogste – degene voor wie een mens zou wegsmelten! Op een bijzondere manier daalt Hij neer op de top van de berg Sinai. Stel je voor, kinderen, dat je daar had gestaan toen de HEER zelf daar kwam. Een donkere wolk hangt boven de Sinai. De berg is in rook gehuld, alsof er een enorme oven brandt. Donder rolt dreigend, steeds weer, en je ziet bliksemflitsen in die wolk. Dan klinkt het geluid van een trompet – steeds luider en luider. De HEER zelf komt, Hij daalt neer op de berg! De aarde beeft – en de mensen bibberen ook. Wat is de HEER ontzagwekkend, om bang van te worden. Zó is God, als donder en bliksem en vuur en rook een aardbeving bij elkaar! En déze God wil Israëls God zijn. Dat is wat!
De HEER is heilig. Niemand mag de berg aanraken, anders zal hij gedood worden. Je kúnt niet bij Hem komen. En toch, tóch wil Hij de mensen van Israël als zijn kostbaar bezit zien. Begrijp je nu hoe ongelooflijk dat is? Dan kan Israël niet zeggen ‘o, goed, wij zijn Gods bezit’ – nee, dan is het , vol eerbied: deze ontzagwekkende God kiest óns uit? Hij, de Heilige, wil ons zijn heilige volk maken? Dan kunnen ze alleen eerbiedig luisteren naar wat Hij zegt. Dan moeten ze zich daar zeker aan houden – aan de tien geboden en de andere regels die Hij geeft.
En wat dacht u, hoe geldt dat voor ons? De HEER is nog altijd dezelfde. Zouden wij dan ook niet heel eerbiedig leven voor Hem? Heel dankbaar en verwonderd zijn dat we door Jezus bij Hém mogen horen?

[de bijbehorende roeping voor Israël]
Israël ontvangt haar identiteit van de HEER. Hij noemt hen zijn kostbaar bezit. Maar daar hoort meteen ook een hoge roeping bij. Van deze heilige God moeten zijn het heilige volk zijn voortaan. Heilig, dat wil zeggen: apart gezet voor God. Voor God en voor de taak die Hij geeft. Want Israël moet zijn: een koninkrijk van priesters. Wat wil dat zeggen?
Priesters ware in Israël een aparte groep met een speciale taak. Priesters hadden een dubbele taak: ze vertegenwoordigen God bij de mensen, en ze vertegenwoordigen de mensen bij God. Ze gaven onderwijs, ze zegenen het volk en door hun werk lieten ze iets van God zien. Maar andersom brengen zij ook de offers van de mensen naar de HEER. De priesters zijn in zekere zin de verbindingsschakel tussen de HEER en de mensen.
Nu wordt héél Israël hier priesters genoemd: een koninkrijk van priesters. Dat wil zeggen: zij hebben eenzelfde dubbele taak. Als eerste mogen ze God vertegenwoordigen bij de mensen, bij de andere volken. Israël is Gods visitekaartje! In hoe zij leven, in hun woorden en daden en alles, laten ze iets zien van wie de HEER is, als het goed is. Maar Israël heeft nog een andere taak: námens alle volken God eren en dienen. Iedereen zou dat moeten doen, maar zij zijn degenen díe het doen. God loven, eren, leven voor Hem – opnieuw: als het goed is. Dit is Israëls roeping: leven voor God, en zó Hem tonen aan de wereld.
En wij, gelovigen uit de volken? Petrus leert ons: je hebt precíes dezelfde roeping. Leef voor de HEER, en wees zo zijn visitekaartje in de wereld. Wat zien mensen als ze naar jou kijken, naar u, naar ons? Straalt er iets van Hem door ons heen?

[geen vervanging, maar vervulling in Jezus]
Ook wij hebben de roeping die Israël had. Dat kan dan wel een vraag oproepen: zijn wij, de christenen, dan in de plaats gekomen van Israël? Of om het eens kinderlijk eenvoudig te zeggen: heeft de HEER Israël misschien ontslagen, omdat ze het niet goed deden, en zijn wij, christenen die in Jezus geloven, nu Gods visitekaartje geworden in hun plaats? Nee, zeker niet! Dat is de zogenaamde vervangingstheologie, die tegenwoordig gelukkig alom wordt afgewezen. Want inderdaad, het lukte Israël niet goed, zeg maar gewoon helemaal niet, om Gods visitekaartje te zijn in de wereld. Bij deze zelfde berg Sinai maken ze al een gouden kalf. In de woestijn mopperen ze. In het beloofde land dienen ze afgoden en breken ze Gods wetten, lees de profeten maar na. Alleen: dacht u dat het ons wel lukt om Gods heilige priesterlijke volk te zijn? Lees de kerkgeschiedenis maar na om te zien hoe dat mislukte: scheuringen, liefdeloosheid, vervolging van wie net anders gelooft… Mooi visitekaartje!
Nee, deze roeping is te hoog voor ieder mens en volk. Er is er maar één die deze roeping vervult, en dat is Jezus Christus. Hij is de ware zoon van Israël. Hij is koning, Hij is priester, Hij is heilig. Hij vervult Israëls roeping: Hij leeft voor de HEER, helemaal. Hij laat in zijn leven zien wie God is, Hij is het volmaakte beeld van Hem. Hij vervult deze roeping, Hij alleen.
En nu het grote wonder: Jezus, onze Heer, roept en trekt mensen uit alle volken naar zich toe. Door geloof mag ook u, en ook jij je aan Hem verbinden. Je hoort bij Hem, en door Hem bij HEER, de God van Israël. En daarom doe je mee in wat Hij doet: God laten zien in je leven omdat je leeft voor Hem. Dat is niet iets wat jij nu zelf moet doen – gelukkig niet! Het is is wat Jezus in je gaat bewerken door zijn Geest, en waar wij ons voor mogen openstellen.
Dezelfde roeping. Niet in plaats van Israël. Maar door Jezus délend in deze roeping. Ook wij, mensen uit de volken, mogen Gods bezit zijn. En ook wij mogen iets van Hem aan de wereld tonen

[de praktijk van onze roeping als Gods mensen]
Hoe je dat dan concreet doet? Daar zou nog een hele preek over te houden zijn, maar de tijd ontbreekt me. Lees thuis die hele eerste Petrusbrief maar, die gaat over niets anders. Eén ding licht ik eruit: wees een heilig volk, een heilige vrouw of man of kind. Heilig, dat wil zeggen: apart gezet, anders. Durf maar anders te zijn. Als iedereen op het werk negatief doet: jij niet! Als de hele klas Fortnite speelt of Battlegrounds, dat jij dan zegt: ik wil geen moordspellen spelen. Ja, dat moet je wel durven! Train jezelf maar, om voor de HEER te leven. Als je ziet wat mensen trainen om Marinier te worden, zou je jezelf dan niet trainen, ook dingen ontzeggen, als je nota bene bij God Zelf mag horen!
Vergeet vooral die identiteit niet, die je mag hebben: door God ten eigendom verworven – door Jezus. Richt je niet op wat anderen zullen denken. Nee, leef voor de HEER, dán straal je wat uit.
Als wij zo als christenen doen, ieder van ons, onze gemeente hier, uiteindelijk alle volgelingen van Jezus op aarde samen… Zou dan misschien ook het Joodse volk de aantrekking van Jezus de Messias zien? Helaas, hoe heeft de kerk, hoe hebben christenen daar niet in gefaald de eeuwen door.

[slotje]
We begonnen met het Korps Mariniers. Een eer als je daarvoor uitgekozen wordt, en tegelijk geeft het verplichtingen. Zo is Israël Gods eigen volk, uitgekozen – een grote eer. Die keuze heeft de HEER nóóit ongedaan gemaakt, ook niet nu door Jezus alle volken bij Hem welkom zijn. Het Joodse volk is en blijft speciaal, ook nu, tot ergernis van velen.
En het grote wonder: ook wij, Gods gemeente uit alle volken, mag nu Gods eigendom zijn. Laten wij niet die eer aannemen en de roeping vergeten. Zijn wij een heilig volk, een koninklijk priesterschap? Laten we zoeken zó in het leven te staan. Niet uit onszelf, maar in eenheid met Jezus Christus.
Hem zij de lof in eeuwigheid,

Amen

Advertenties