Tags

, , ,

In deze preek wordt het lied ‘tienduizend redenen’ aangehaald. Dat klinkt ZO

Gemeente van Jezus Christus,

[intro]
op een dag als vandaag, oudjaarsdag, kunnen er allerlei gedachten in je opkomen. En als je er zelf niet zo mee bezig bent, dan helpen nieuwssites, kranten en televisie wel. Overal kom je jaaroverzichten tegen die het afgelopen jaar op een rijtje zetten. Wat is er zoal gebeurd in de sport, in de politiek, in de showbizz; wie zijn er overleden, wie brak er door, en ga zo maar door… Net zo kun je in deze dagen je eigen jaaroverzicht maken in je hoofd, of er trekken dingen als vanzelf voor je geestesoog voorbij. Dingen die mooi waren, hoogtepunten, maar misschien ook mensen die u verloor in 2019. Aan de ene kant kun je dankbaar zijn voor zoveel wat er was, aan de andere kant kan oudjaar je wat weemoedig maken. Weer een jaar voorbij, en bij oude mensen: weer is het kringetje kleiner geworden. Uren, dagen, maanden, jaren, ze vliegen heen, en wat is een mens nu helemaal?
Het mooie is dat de 103e psalm die we net lazen ook al deze dingen in zich heeft. Een heel passende psalm dus voor deze oudejaarsavond! De dichter telt zijn zegeningen, en geeft de HEER eer. Tegelijk weet hij: een mens – zijn dagen zijn als gras, hij is als een bloem die zo afbreekt. En toch is deze psalm niet een weemoedige mijmering. Nee! Het is juist een krachtig loflied op Gods goedheid en genade. Laten wij dan vanavond met de dichter meekijken, om ook op die toon het jaar af te sluiten: prijs de HEER, mijn ziel!

[grondtoon: lof en dankbaarheid]
Dat is de grondtoon van heel zijn lied: ‘prijs de HEER, mijn ziel!’ Hij begint ermee, en hij eindigt ermee. Waarom? Omdat God goede dingen heeft gegeven. De dichter zegt tegen zichzelf in vers 2 ‘vergeet niet één van zijn weldaden’. Iets dat wij ook wel tegen onszelf mogen zeggen aan het einde van een jaar! Vergeet niet een van zijn weldaden.
Wat voor weldaden heeft de dichter dan ondervonden? Dat staat in vers 3 en verder. ‘Hij vergeeft al uw schuld, hij geneest al uw kwalen, hij redt uw leven van het graf’ enzovoorts. Nu staat er hier wel ‘uw’, maar de dichter spreekt hier zijn eigen ziel aan, een Hebreeuwse stijlfiguur. Eigenlijk zegt de dichter bij zichzelf: de HEER heeft al míjn schuld vergeven, Hij heeft mij genezen en van het graf gered. Waarschijnlijk was hij ziek geweest, en zag hij dat als straf voor zonde in zijn leven. Maar God vergaf hem! Hij is weer beter, hij gaat er niet aan onderdoor – wat makkelijk had gekund in die tijd zonder goede gezondheidszorg. Sterker nog, het gaat beter dan ooit: hij wordt overladen met goedheid en geluk, hij voelt zich weer jong, de toekomst lacht hem toe. En daarom zegt hij tegen zichzelf: ‘Prijs de HEER, mijn ziel, en vergeet niet één van zijn weldaden!’
Zouden wij hem dat niet moeten nazeggen aan het einde van het jaar? Weldaden, zegeningen, goede dingen, zijn die er niet veel geweest? ‘Tel uw zegeningen, tel ze een voor één’ zegt een lied – wat als je dat nu eens letterlijk doet? Je zou voor jezelf eens een lijstje kunnen maken met de top tien aan zegeningen uit 2019 – misschien mooi om vanavond te doen, alleen of samen of als gezin. Doe het gewoon eens, letterlijk! Vergeet niet een van zijn weldaden. Hoe langer je nadenkt, hoe meer dingen er zijn om dankbaar te zijn – ook die dingen die we zo vanzelfsprekend vinden, zoals een dak boven je hoofd of dat er dokters zijn. Maak de balans maar op, het is er vanavond wel een moment voor. En doe dan maar met de dichter mee: prijs de HEER, mijn ziel, prijs, mijn hart, zijn heilige naam. Hij is het die ons zoveel goeds geeft! De dichter begint en eindigt er zijn lied mee, wij mogen er ons jaar mee eindigen en beginnen.

[van de gaven naar de gever]
Nu kan het zijn dat er vanavond mensen in ons midden zijn die zeggen: voor mij viel 2019 niet mee. Als ik de balans opmaak is er zoveel verdrietigs, zoveel moeite, is er die éne die ik zo mis… Oudejaarsavond is een moment waarop zulke dingen soms extra gevoeld worden. Het is niet vanzelfsprekend om te eindigen op een toon van dank en lof. Dan moet je ook zeker jezelf niet gaan overschreeuwen, blij doen en dankbaar terwijl je het niet bent.
En toch… is er dan helemaal niets positiefs gebeurd? Zijn er dan helemaal geen redenen om te danken, ook nu? Het kan haast niet anders of die zijn er toch ook. Echter, niet om geforceerd positief te doen, zo van ‘kop op, kijk naar de positieve kant’. Nee, laten we ons liever door psalm 103 laten leiden.
De psalmdichter blijft niet staan bij de gaven die hij gehad heeft van gezondheid en voorspoed. Nee, hij gaat, zoals dat heet, van de gaven naar de Gever. Met de dank voor wat hij heeft gehad is hij na vers 5 wel klaar, maar de psalm loopt tot vers 22! Als je alleen maat dankt om wat er goed gaat, kan zelfs je dankgebed nogal ik-gericht worden en zelfvoldaan. Zo van ‘ja ja, we treffen het toch maar’. En als je het dan niet treft, wat blijft er over? Maar de psalmdichter wijst ons van de gaven naar de Gever, naar God. Het grootste deel van zijn lied gaat erover wie de HEER is voor ons. Dat is de diepste reden om Hem te prijzen en te eren! Als het goed gaat, maar óók als ons leven is als gras dat verdort.

[wie God is]
Wie God ís, dat maakt de dichter dankbaar. Ja, wie is God, wie is de HEER voor jou en voor mij? We kunnen heel verschillende beelden van Hem in het hoofd hebben, afhankelijk van je opvoeding en achtergrond. Iets wat misschien al snel aanspreekt is wat er in vers 19 staat. ‘De HEER – zijn troon staat vast in de hemel, als koning heerst hij over alles’. Dat is waar toch? God regeert, Hij is machtig, Hij bepaalt hoe ieder leven zal lopen. Ja, dat is waar. Maar dat is niet de diepste reden om Hem te prijzen. De dichter noemt eerder in zijn lied andere dingen die over de HEER te zeggen en díe mogen onze blik bepalen. ‘Liefdevol en genadig is de HEER, Hij blijft geduldig en groot is zijn trouw’ – zie vers 8. God is niet alleen groot, hij is een God van liefde en genade! Bewogen met zijn mensen.
Vers 7 is zo’n zin die je snel over het hoofd zou zien, maar die hier heel belangrijk is. ‘Hij maakte aan Mozes zijn wegen bekend, aan het volk van Israël zijn machtige daden’ – letterlijk staat er ‘zijn handelwijze’. Wanneer maakt de HEER zijn wegen, zijn handelwijze, bekend aan Mozes en Israël? Dat was die keer waar we over hoorden toen we onlangs het Heilig Avondmaal vierden. Mozes was op de berg Sinaï en vroeg de HEER om Hem te mogen zien. Dat kon, niet, maar wel stelde de HEER zich aan Mozes voor met indrukwekkende woorden. Toen maakte Hij zijn wegen bekend – wie Hij is. Exact wat we hier horen: ‘liefdevol en genadig is de HEER, Hij blijft geduldig en groot is zijn trouw’.
Zó is de God van Israël. Een God van liefde en genade. Een God die zich in liefde verbindt aan mensen. Aan het volk Israël, maar ook aan ons. Hij sloot een verbond met Israël om hun God te zijn. In de doop belooft Hij juist hetzelfde: ik ben jouw God en Vader, die je niet laat vallen. Een God van liefde en genade – voor jou. Wat is dat een wonder! Is dat geen diepe reden om Hem te eren en te danken aan het einde van het jaar?

[wie wij zijn]
Het wonder wie God wil zijn voor ons, wordt nog groter als we het vergelijke met wie wij wel zijn. Ook daarover spreekt de psalm, heel passend op deze oudjaarsdag. Twee zinnen staan er die een bewust contrast vormen. In vers 19, we hoorden het al: ‘de HEER – zijn troon staat vast in de hemel; als koning heerst hij over alles’. Maar daarvoor: ‘de mens – zijn dagen zijn als gras, hij is als een bloem op het veld die verdwijnt zodra de wind hem verzengt’. Wat een tegenstelling! Gods troon staat eeuwig vast. En wij? Mensen die zijn als gras dat zo afgemaaid wordt. Ieder jaar zijn er weer weggevallen, en eens komt voor ons allen dat moment. Afgemaaid – einde. Soms voel je het met oudjaar: alweer een jaar dichter bij mijn einde gekomen. Vooral natuurlijk als je ouder bent, als je jong en gezond bent denk je wel aan andere dingen. En toch, het is waar! Elk mens is een bloem die zo kan knakken – daar hoef je niet oud voor te zijn. Je kent misschien wel de voorbeelden bij je op school of uit de streek.
Wij mensen, we zijn klein en kwetsbaar. We stellen niet veel voor op wereldschaal. Miljarden mieren op het aardoppervlak. Waarom zou God zich veel aantrekken van zulke nietige schepsels? Wij geven toch ook niet veel om een mier? Maar toch… Hij doet het. God, de grote God, wil zich verbinden aan mensen, hun God zijn, jouw God zijn. Niet alleen hun maker, maar hun Vader in de hemel. Het is alsof Hij neerziet op ons, en zegt: ach, moet je toch zien! ‘Ontferming’, dat Bijbelse kernwoord dat in onze vertaling verdwenen is. Bewogenheid. Daarom riep de HEER Abraham, sloot Hij een verbond met Israël. Daarom kwam Jezus met Kerst naar ons toe. Kortweg: liefde, zomaar. Zó is God voor mensen!

[vergeving]
En weet u, het wonder is nog groter. God is niet alleen groot maar ook heilig. Wij zijn tegenover Hem niet alleen klein, maar ook zondig. Daar is de psalm en daar is de Bijbel ook eerlijk over. Zonde, schuld, die woorden moeten ook vallen als je kijkt naar een mens tegenover God. Naar mij, of naar u of jou tegenover Hem. Het is niet alleen dat we sterfelijk zijn en beperkt, het is ook zo dat we verkeerde dingen doen. Dat we het er zo vaak bij laten zitten. God niet eren, onze medemensen niet liefhebben, gewoon lekker voor onszelf leven tot onze schade en schande. Ook zo’n besef kan je moet oudjaar bekruipen: een vaag gevoel van falen, of heel concreet zelfs. Wat hebben we in het afgelopen jaar terecht gebracht van veel dingen? Wat hebben we op onze rekening erbij gekregen aan schuld?
We doen misschien trots, maar het is tegelijk tragisch: wij mensen kunnen niet níet-zondigen. En tegelijk ontslaat ons dat niet van de verantwoordelijkheid: we hadden het altijd anders kunnen doen… Ken je jezelf zo al?
Maar nu het grote wonder van Gods kant. Van zondige mensen, van u en mij zoals we zijn, wil Hij de God zijn. Dat is de kern van onze psalm, heel letterlijk. Als u een Bijbel bij zich hebt – ik hoop het – kijk en tel dan maar gewoon mee. De psalm heeft 22 verzen. Waar is dus het midden, de kern? Bij vers 11 en 12. Tien verzen ervoor, tien erna. Kijk wat daar staat! [met gebaren aangeven]
Vers 11, letterlijk vertaald: ‘Zo hoog de hemel is boven de aarde, zo is zijn trouw voor wie hem vrezen’. Zo hoog de hemel boven de aarde, dat is écht hoog, zó groot is zijn trouw – een verticale lijn En dan vers 12: ‘Zover als het oosten is van het westen, zo ver heeft Hij onze zonden van ons verwijderd’ – een horizontale lijn. En wat vormen die twee lijnen samen, als kern van de psalm? Een kruis. Verticale lijn – horizontale lijn: kruis. Zó wil de HEER onze God zijn: door Jezus en wat Hij deed voor ons. Dat is de kern. Hij droeg de zonden weg, en daarom is het waar: ze zíjn weg, zo ver als het oosten van het westen! Daarom is waar wat vers 13 zegt: ‘Zo liefdevol als een vader is…’ Wat zó is onze God. De schuld is betaald, er staat een kruis door. “Niet eindeloos blijft hij twisten, niet eeuwig duurt zijn toorn. Hij straft ons niet naar onze zonden, Hij vergeldt ons niet naar onze schuld. Zoals de hoge hemel de aarde overspant, zo welft zich zijn trouw over wie Hem vrezen. Zo ver als het oosten is van het westen, zo ver heeft hij onze zonden van ons verwijderd. Zo liefdevol als een vader is voor zijn kinderen, zo liefdevol is de HEER voor wie Hem vrezen”
En dat is het wonder van het evangelie. Dat is wie Hij is en wil zijn voor u en jou en mij!

[afsluiting]
En daarom: zouden we Hem niet danken en prijzen en eren op deze oudejaarsavond? Om wat Hij gaf, maar nog veel meer: om wie Hij is. Een God van liefde en genade! En dat is ook waar, goddank, als het moeilijk is, ook als 2019 voor u of jou geen jaar van vreugde was. Hij is en blijft de zelfde, altijd!
Er is een mooi lied, opwekking 733, dat daarover gaat. ‘Tienduizend redenen tot dankbaarheid’ heeft het, en het is gebaseerd op psalm 103. Ik zou je willen vragen: zoek het vanavond eens op en luister het, de link staat ook op mijn website. “Loof de Heer, o mijn ziel. O mijn ziel, prijs nu zijn heilige naam – wat er ook gebeurt en wat mij mag overkomen, laat mij nog zingen als de avond valt”. Gelukkig ben je als je Hem leert kennen zoals Hij is: de God van het kruis, vol liefde en genade – voor jou, klein mensje, met al je fouten.
De dichter begint ermee “prijs de HEER, mijn ziel” en hij eindigt zijn lied er ook mee. Wij mogen hetzelfde doen: dit jaar ermee afsluiten, en morgenochtend het nieuwe jaar ermee beginnen – als we opnieuw zullen stilstaan bij woorden uit deze psalm.
Hem zij de lof in eeuwigheid – tienduizend redenen tot dankbaarheid! Amen