Tags

, , ,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro: situatieschets]
er zijn wel eens mensen waarvan je het idee hebt dat ze bepaald niet goed autorijden. Misschien komt er wel iemand op in je gedachten – altijd een ander natuurlijk, zelf doe je het natuurlijk goed… Maar stel je voor: er is iemand van wie je het idee hebt dat hij niet heel best rijdt, die zich volgens jou niet eens goed aan de verkeersregels houdt. En stel je nu voor dat díe persoon jou gaat vertellen hoe je goed moet autorijden! Hoe zou je daar naar luisteren?
Ongeveer zoiets vinden we in het Bijbelgedeelte van vandaag. Daar treffen we aan de ene kant Jezus, en aan de ander kant de wetsleraren en farizeeën. Jezus, hij was zo iemand bij vrome mensen hun twijfels konden hebben! Jezus leek zich niet veel aan te trekken van de voorgeschreven sabbatsrust, dat was al een paar keer gebleken. De regels voor reinheid leken Hem ook al niet veel te kunnen schelen – hij ging om met heidense Romeinen, met hoeren; Hij had zelfs een melaatse man aangeraakt, werd er rondverteld! Over voedselwetten deed Jezus ook niet moeilijk – hij zei dat het veel belangrijker was wat er uit je mond kwam dan wat erin ging. Hij leek het allemaal nogal licht op te nemen.
Dan had je aan de andere kant de wetsleraren en Farizeeën. Ze deden hun uiterste best om zich aan Gods regels te houden, daar waren ze voorbeeldig in. Volgens waren er 248 geboden en 365 verboden in de Thora te vinden, samen 613 regels. En ze probeerden zich aan ál die regels te houden, van de sabbat en koosjer eten tot het dragen van kwastjes aan hun kleren. Aan God wet was heel hun leven gewijd! Het is te begrijpen dat deze vrome mannen met wantrouwen naar Jezus keken. Kende Hij de wet van God wel? Begreep Hij het belang ervan? Als je zag wat hij allemaal deed…
En dan zegt Jezus, in het Bijbelgedeelte dat we vandaag hoorden, dit: “Doe wat God van je vraagt, en doe dat béter dan de wetsleraren en de Farizeeën!” Moet Híj dat zeggen? Moet Hij zelf niet eerst eens rijles nemen voor hij anderen vertellen hoe je moet autorijden? Je begrijpt dat de mensen vol spanning afwachtten wat rabbi Jezus nog meer zou zeggen. “Doe wat God van je vraagt, en doe dat béter dan de wetsleraars!” Ja ja, moet hij nodig zeggen! En beter dan de wetsleraars maar liefst… Hoe dan? Nóg meer dan 613 geboden misschien? Dat klinkt compleet onhaalbaar voor een gewoon mens!

[‘leven binnen de lijntjes’ niet voldoende]
Dan spreekt Jezus verder. Zes keer maakt hij een tegenstelling: ‘jullie weten wat er gezegd is…. maar dit zeg ik daarover…’. En dan volgt zijn uitleg van wat God wil van mensen, wat ze geboden bedoelen. De mensen verwonderen zich. Want nee, Jezus geeft geen extra geboden of nog strengere interpretaties. Hij laat de ware betekenis zien van de wet, Hij onthult de kern.
In wat Jezus zegt blijft allereerst dat het niet genoeg is om je aan de letterlijke geboden te houden. Zo dachten de wetsleraren blijkbaar vaak. De geboden van God zijn toch helder? Houd je daar dan aan! Neem de tien geboden, die wij vanmorgen ook gehoord hebben. Daar worden duidelijke dingen gezegd: geen andere goden vereren, niet vloeken, niet liegen, niet stelen, niet moorden… Je zou dat kunnen zien als een soort lijstje om af te vinken. Net zoals je een lijstje kunt hebben van wat je allemaal moet meenemen als je met je gezin op vakantie gaat. Paspoort: check; zonnebrandcrème: check; opblaaskrokodil: check… enzovoorts. Kun je Gods regels ook zo afvinken? Je houdt ze naast je leven en denkt: niet stelen: check; niet vloeken: check; moorden – ook nooit gedaan; nooit voor een afgodsbeeld geknield… check. Kortom: ik zit goed!
Maar Jezus leert ons vandaag dat dat niet genoeg is. Je kunt namelijk een brave burger zijn, die tien vinkjes bij de tien geboden kan zetten, maar je kunt dan toch ver bij God vandaan zijn. Je kunt dan toch helemaal op jezelf zijn gericht, een hoogmoedige egoïst zijn. Een mooie buitenkant is niet genoeg. Jezus leert ons: het gaat niet alleen om je daden, het gaat ook om je hart. Niet alleen niet moorden, ook niemand haten. Niet alleen niet vreemdgaan, maar ook geen verkeerde fantasieën koesteren. Niet alleen ieder het zijne geven, maar zelfs vijanden liefhebben! Dát is wat God ten diepste vraagt.

[de ware wet: leven gestempeld door Gods liefde]
God vraagt ons hele leven, niet alleen de buitenkant. Ook ons hart. Jezus werkt dat uit in de zes tegenstellingen die hij maakt ‘jullie weten wat er gezegd is…. maar dit zeg ik daarover’. Uiteindelijk komt het telkens op één ding neer. De eerste tegenstelling zegt het negatief: je mag niet haten. De laatste tegenstelling zegt het positief: je moet liefhebben! Dát is de kern van alles wat God vraagt: liefde! Liefde voor Hem en voor de mensen om je heen. Als daar je hart vol van is, dan houd je als vanzelf al Gods regels, dan zul je niet liegen, stelen, moorden, vloeken. Maar als je niet liegt, steelt, moordt en vloekt, en je leeft toch liefdeloos, dan mis je het belangrijkste. Dan mis je eigenlijk alles.
Leven uit liefde, het is de kern van heel het christenleven. Eenvoudig te vatten, en tegelijk kan het vaag klinken, roze-wolkachtig. Daarom maakt Jezus het meteen concreet in een moeilijk geval: houd zelfs van je vijanden! Bid voor de mensen die jou in moeilijkheden brengen. Wat is dat, je vijand liefhebben? Hoe kan dat? Het gaat er niet om dat je iemand aardig vindt, dat je warme gevoelens hebt tegenover iemand die je beledigt of oplicht. Het gaat erom erom hoe je dóet tegenover die persoon. Dat je hem of haar niet haat, dat je niet denkt hoe je hem terug kunt pakken. Nee, dat je voor hem of haar ook een goed leven wenst – ondanks wat hij deed. Dat je zelfs bereid bent om góed te doen tegen zo iemand, ook al deed hij kwaad. Dát is de weg die Jezus wijst op Gods gezag. Dát is wat God wil!

[aanprijzing en voorbeeld]
Waarom zou je zo leven? Wel, zegt Jezus, omdat God zelf zo is. Hij is goed voor alle mensen. geeft zon en regen aan wie goed is maar net zo goed aan wie slecht is. Hij geeft gezondheid aan goede én aan slechte mensen. God kijkt niet vanuit de hemel: jij bent goed genoeg, jou zal ik zegenen. Maar die, dat is een slechterik, die zal ik eens flink treffen met tegenslag. Zo werkt het niet, gelukkig! Anders is het maar de vraag wat ik zou krijgen, of jij. God geeft en deelt, zonder iets terug te verwachten. En zó, zó wil Hij dat ook wij zullen doen. Doen als Hij, als kinderen die lijken op hun Vader in de hemel!
Een voorbeeld. Stel, er is iemand in je omgeving die niet aardig tegen je doet. Die jou heeft uitgelachen omdat je dingen niet kunt verstaan. Iemand die je behandelt als een klein kind omdat je doof bent. Je hebt de indruk dat hij soms vervelende dingen over jou zegt tegen anderen, omdat hij denkt dat je het toch niet hoort. En die persoon wordt ziek. Jij hoort dat. Wat doe je dan? Denk je: net goed, hij verdient dat wel! Of stuur je die persoon toch een kaart om hem beterschap te wensen? Dát is nu je vijanden liefhebben. Dat is je laten leiden door liefde, niet door haat. En niet omdat je zoveel vóelt voor die persoon, maar omdat je weet: dit is wat Jezus wil!
Nog een voorbeeld, moeilijker. Stel je voor dat je een kind hebt verloren door een auto-ongeluk. Vreselijk! Maar hoe ga je dan verder, hoe denk je over de dader? Zeg je: o, ik hoop dat hij zelf net zo’n ongeluk krijgt! Zeg je: zijn kinderen moeten voorlopig maar niet oversteken als ik eraan kom… Dat zijn allemaal menselijke reacties. Maar dan raak je gevangen in haat en bitterheid. Of… Ondanks het verdriet dat er zal zijn, de woede, de vragen, de pijn – het kan dat iemand, die al een tijd geleerd heeft om met Jezus te leven het volgende denkt: die persoon zal moeten leven met deze daad op zijn geweten. Hoe moeilijk moet dat zijn… Ik zal voor hem bidden. Dát is een reactie die past bij wat Jezus ons zegt vandaag!

[transformatie nodig en vergeving]
Het zal duidelijk zijn, met deze voorbeelden, dat Jezus het helemaal niet makkelijker maakt, zoals de wetsleraars dachten. Hij zegt niet: van die 613 regels van jullie hoef je er nog maar 200 te houden. Nee, Jezus vraagt méér. Hij vraagt het onmogelijke. Liefde als basis van je bestaan, liefde zelfs voor vijanden. Wie zal zeggen dat hij daarnaar leeft? En als je denkt van ‘dat lukt mij wel’, dan heb je het nog niet echt geprobeerd. Als ik voor mijzelf spreek, hoe ben ik toch meestal gericht op mijzelf en mijn gemak. Natuurlijk, ik steel en moord niet, maar wat leeft er vanbinnen? Liefde? Hoe erger ik me niet aan iemand die mijn tijd en aandacht vraagt! Míjn dingen gaan toch zeker voor? Hoe vaak denk ik onvriendelijk over anderen? Dóe ik onvriendelijk tegen mensen om mij heen? Welke plek heeft God in mijn bestaan?
Nee, Jezus maakt de wet houden niet makkelijker. Hij vraagt meer dan we kunnen zelfs! Hij vraagt ons om te vliegen, terwijl we geen vleugels hebben. Hij vraagt me om te leven met liefde als basis, terwijl ik leeg en liefdeloos ben. Hoe gaat dit mij ooit lukken? Uit mezelf nooit! Dan wíl ik nog niet eens. Het goede zoeken voor díe-en-die? Laat hem maar in de grond zakken!
We hebben een transformatie nodig. Zoals die transformer-poppetjes, die kunnen veranderen in een auto of een vliegtuig. Wij hebben ook een transformatie nodig, we moeten vleugels krijgen, we moeten andere mensen worden! En dat niet alleen, we hebben vergeving nodig. Als je hoort hoe God ons bedoeld heeft, hoe Hij de wereld op liefde wil laten lopen, en wat wij ervan maken… Wat moet er dan góedgemaakt worden, wat heb ik vergeving nodig, om opnieuw te kunnen beginnen!

[deze te verkrijgen bij Jezus]
Kijk, en dáár is Jezus nu voor gekomen. Niet alleen om ons iets onhaalbaars voor te houden. Ook niet om het voor te doen alleen en ons moedeloos te maken met zijn voorbeeld. Nee, Jezus is gekomen om ons een nieuw begin te geven. Hij heeft al onze zonde, al ons liefdeloos leven, over zich heen gekregen. Hij is eraan gestorven aan het kruis! Toen deed Hij het trouwens nóg voor: Hij bad voor de mensen die hem aan het kruis vastspijkerden… Hij stierf aan onze schuld, en zo brengt Hij vergeving. Zo brengt Hij een nieuw begin voor ieder die bij Hem hoort. Als je in Hem gelooft, komt zijn Heilige Geest in je hart. Die gaat het je leren, wat het is: leven uit liefde. Die laat je zien, welke geboden je nog niet kunt afvinken, waar je je leven moet veranderen. Die laat ook zien wat er nog in je hárt moet veranderen. En meer nog: die gáát je veranderen. Iedereen die in Jezus gelooft, mag veranderen om op Hem te lijken!
Jezus wil het ons leren, jou, en u, en mij, wat het is: te doen wat God wil, béter dan de wetsleraren en Farizeeërs. Vraag Hem er maar om! Vraag vergeving voor al die keren dat je tekortschiet,vraag vernieuwing om te kunnen doen wat Hij vraagt! Dan zul je merken: dít leven is het echt gelukkige leven. Leven uit liefde. Gedragen door zijn liefde voor ons, en vol liefde voor anderen. Ja, zelfs voor vijanden!

[slotje]
Jezus, moet Hij ons de wet gaan leren? Zo dacht de wetsleraren. Hij leek het zo makkelijk te maken. Hoe hij omgaat met de sabbat, met voedselwetten, met reinheid… Maar Jezus maakt het niet makkelijk! Wie hem volgt krijgt geen lijstje met regels die je kunt afvinken en dan ben je er. Nee, wie Jezus volgt is er nóóit. Hij vraagt wat te hoog is voor ons. Maar God zij dank: hij geeft wat Hij vraagt! Als we ons maar tot Hem wenden om ons te laten veranderen. Laat Hij je een ander mens maken! Iemand die weet dat heel Gods wil in één woord is samen te vatten: liefde! Moge dat de basis zijn van heel ons bestaan.

Amen