Tags

, , , ,

Uit de Bijbel is gelezen: Mattheüs 27:32-66. Wegens de maatregelen tegen het coronavirus werd deze dienst door de gemeenteleden beluisterd via kerkradio of internet

Gemeente van Jezus Christus,

[intro]
We leven in een tijd waarin de sociale contacten verplicht beperkt worden. Eén van de dingen die dan op de loer liggen, is eenzaamheid. Alleen zijn. Denk aan iemand van wie de partner is overleden, waar de kinderen de boodschappen voor de deur zetten, en waar geen bezoek komt. Er zijn veel van zulke mensen! Maar dan hoef je toch niet per sé je alleen te voelen. Ik sprak van de week een allenstaand iemand die vertelde: er kwam wel niemand op mijn verjaardag, maar ik kreeg wel meer dan 30 telefoontjes! Dat gebeurt gelukkig ook. Maar toch, de huidige maatregelen bevorderen de eenzaanheid, juist onder ouderen. Maar niet alleen onder ouderen. Ook onder jongeren voelen heel veel zich eenzaam, wees een onderzoek van afgelopen week uit – een groter percentage zelfs dan onder ouderen. Het is heel wat, als je je vrienden niet mag opzoeken, als je niet naar school gaat waar je ze zou ontmoeten, als je maar de hele thuiszit. Eenzaam! En contact via je telefoon is toch geen echte vervanging van contact face to face.
Misschien voel jij je wel alleen, of u, als je nu meeluistert. Luister dan vanavond maar extra goed. Want de preek van deze Goede Vrijdag gaat erover. Niet onze eenzaamheid, maar die van de Heer Jezus. Die is nog van heel andere orde.

[Jezus steeds verlatener]
Wat namelijk heel opvallend is in het Mattheüs-evangelie, is hoe Jezus steeds eenzamer wordt naarmate zijn weg verder gaat. Zelfs zijn leerlingen laten hem uiteindelijk alleen, al beweerden ze nog dat ze dat nooit zouden doen. Als Jezus in Getsemané bang is voor wat komt, slápen ze, in plaats van Hem te steunen. Als hij gevangengenomen wordt, vluchten ze alle kanten op. Bij zijn schijnproces komt niemand voor Hem op. Nu, bij het kruis, zijn ze nergens te bekennen. Jezus hangt daar, aan het einde, helemaal alléén.
Er staan wel mensen om het kruis heen, maar die maken zijn eenzaamheid alleen groter. Je zou zeggen dat de omstanders wel met deernis vervuld zullen zijn. Iemand die er zo aan toe is! Maar nee, de mensen die daar langs lopen spotten met hem. Die man beweerde toch dat hij wat bijzonders was? Moet je kijken hoe het met hem afloopt! De Joodse leiders spotten, en zelfs willekeurige voorbijgangers.

[Jezus blíjft de gehoorzame Zoon]
En Jezus? Hij zegt niets. Voor zijn rechters verdedigde Hij zich niet, voor Pilatus zweeg hij. En ook nu, aan het afschuwelijke kruis, blijft zijn mond gesloten. De andere evangelisten noemen bij elkaar zeven kruiswoorden die Jezus gezegd heeft, maar Mattheüs vermeldt er precies één, de rest laat hij weg. Het is alsof hij wil benadrukken hoe Jezus het alles over zich laat komen.
Want zo is het: Jezus láát het allemaal over zich komen. Hij weet dat dit Gods weg is voor Hem, verschillende malen heeft Hij het zelf aangekondigd. En nu het zover is, wil Hij die weg volgen tot het einde. Dit alles overkomt Hem niet, zoals soms mensen ook nu slachtoffer worden van wreedheid en haat. Nee, Jezus neemt het óp zich. Omdat dit op een of andere manier Gods koers is. Dan wíl Hij deze weg ook gaan. Daarom reageert Hij niet als de voorbijgangers hem uitjouwen. Hij hoort het wel, maar Hij zwijgt. Alléén, zonder steun van anderen, blijft hij trouw en gehoorzaamt Hij. Hij weet, Hij gelooft, Hij vertrouwt dat Gods weg goed is!

[de mens, ook de vrome mens, ontmaskerd]
Jezus, Híj gaat waar God vraagt. Maar Hij is ook daarin alléén…. De mensen om Hem heen tonen een heel ander beeld. Een treurig beeld. Iedereen lacht hem uit, en zijn leerlingen zijn nergens te bekennen.
Waar zouden wij staan, bij dat kruis? Wij zouden toch zeker nooit een hulpeloos iemand uitlachen? O nee? Deze dingen zitten in het hart van íeder mens. Ook van mij en u. Kijk maar als op school op of het werk iemand gepest of gekleineerd wordt. Wie doet dan zijn mond open om er tegenin te gaan? Velen doen zelfs mee. En voel je niet soms diep in jezelf net zulke hatelijke opmerkingen opkomen? Of anders sluiten we wel gewoon aan bij wat anderen zeggen of doen.
Maar, ook al zouden we eerlijk kunnen zeggen dat we zoiets niet zouden doen, als geloof ons gevormd heeft… Waar zij nu Jezus’ trouwe volgelingen? Ze zijn nergens te bekennen. Zij houden níet vol, zoals Jezus. Eén heeft Hem verraden, een ander verloochend. Maar ook rest is gevlucht, allemaal. Ze kiezen voor zichzelf. En wij? Op zijn best lopen we weg, net als de leerlingen; op zijn slechts doen we mee.

[duisternis]
Alléén Jezus is anders. Hij past er eigenlijk niet tussen, tussen al die anderen die we ontmoeten in deze geschiedenis. Jezus volgt Gods weg, hij zoekt níet zichzelf. Hij zei, in Getsemané: Vader, wilt u dat ik sterf voor anderen – uw wil geschiede!
Velen die stierven om hun trouw aan God, ervoeren daarbij sterk Gods steun. Denk aan een Stefanus die gestenigd werd. Hij kon roepen: ik zie de hemel geopend! Denk aan Paulus, die vanuit de gevangenis schrijft: ‘sterven is voor mij winst!’ En zoveel mensen uit latere eeuwen, die juist in hun sterven een groot getuigenis gaven van geloofszekerheid en vertrouwen.
Hoe is dat bij Jezus? Plotseling, zo horen we, daalt er duisternis neer over Hem, en over heel het land. Niet even, maar drie uur lang. En niet zomaar duisternis. Drie uur lang, dat kan geen zonsverduistering zijn, of geen donkere lucht. Een donker, door God gestuurd. Waarom?

[de woorden]
Dan roept Jezus het uit, na drie uur duisternis: “Éli, Éli, lemá sabachtáni”? Dat wil zeggen: “mijn God, mijn God, waarom hebt u Mij verlaten?” Jezus, hij was al alleen, we hoorden het. Iedereen was gevlucht of vijandig. Maar verlaat nu ook zijn Vader Hem? Dan stijgt zijn eenzaamheid tot het álleruiterste. Gebeurt dit echt?
Wat Jezus roept, ontleent Hij aan Psalm 22, we zongen er net samen uit “mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij mij?” In de psalm zit iemand in de diepste ellende en hij voelt zich door iedereen verlaten, ook van God. Zo kan dat gaan, als je echt in grote tegenspoed zit, dan lijkt de Heere soms ver weg. Misschien weten sommigen van u ervan. Als je onopgeloste vragen hebt, ellende: waar is Hij nu? Zo klaagt de dichter van psalm 22. Hij voelde zich van God verlaten in de ellende! Sommige uitleggers zeggen dat Jezus hier net zo klaagt. Omdat het zo vóelde. Omdat Hij daarom dácht dat de God hem verlaten had.

[Jezus gaat echt ten onder]
Maar volgens mij gaat het toch dieper. Jezus wordt hier wérkelijk door God verlaten. Waar Hij anders altijd in gemeenschap met zijn Vader leefde, in de meest nauwe relatie, daar is die nu verbroken. God geeft hem géén moed, géén kracht, géén hoop. Zelfs geen levenskracht. God laat Hem los. Helemaal. Zijn Vader laat Hem in de steek. Zó ver gaat het.
Stelt u zich dat eens voor. Hangend aan een kruis, hevige pijnen lijdend, alleen, en dan in stikdonkere duisternis. Afgesneden van de mensen, maar ook afgesneden van God. We kúnnen ons dat niet eens voorstellen. Wij leven vaak al met God op afstand in ons leven, ook als we geloven. Velen kunnen het zelfs helemaal zonder Hem. Maar Jezus… Hij had gelééfd uit de gemeenschap met zijn Vader. Dat was zijn eten en drinken, zegt Hij ergens. En nu is dat weg. Het is alsof er geen God is, en als Hij er is, dan is Hij Iemand die je verstoot. Oneindig alleen! Zwart! Leeg, van binnen en van buiten. Geen uitzicht, geen licht. Dát ervaart nu Jezus. Hij gaat eraan onderdoor. Niet aan de kruisiging, dan had hij nog best uren kunnen leven. Maar aan dit verlaten worden door God sterft Hij. Mattheüs laat alle andere kruiswoorden weg. Alleen dit éne vermeldt hij: “Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten??” Daarna volgt slechts: Jezus schreeuwde nog een keer luid, en hij stierf.
We staan hier aan de rand van een afgrond. We kunnen erin kijken, maar we zien geen bodem. De allerdiepste ellende die er maar kan zijn, komt over Jezus. Want: levend zijn, maar in donker en door God verlaten: dat is de hel. Dat is het ergste. Daar ril ik bij. Dat is niet uit te houden. Dat beleeft Jezus, en dáár gaat Hij in onder.

[waartoe?]
Waarom toch deze weg, waarom dít einde? God die juist Hem laat vallen, Hem, de énige in het hele tafereel die trouw bleef.
Hier nu zien we de diepte van het evangelie van Goede Vrijdag. Hier zien we wat Jezus zelf al aankondigde: Hij sterft voor anderen – een losprijs voor velen. Hij, die nooit zonde deed, krijgt hier wat de mensen verdienen. Wat wíj verdienen. Wij, u, ik, wij verdienen niet dat God met ons is. Ons hárt is vol zonde. Hoogmoed, begeerte, haat, woede. Ons léven is vol zonde: anderen minachten, ontrouw zijn, oneerlijk, laf… En God heeft een afkeer, een heilige háát tegen alles wat verkeerd is, tegen alles wat tegen de liefde ingaan. Dan kan Hij, dan wíl Hij niet anders dan zich afkeren, dat wegdoen van bij Hem. Bij Hem, die louter licht en zuivere liefde is. Heilig en rechtvaardig, het kwaad straffend. Daarom passen een mens en God niet samen, ook niet een zogenaamd ‘goed mens’. God kan met de zonde geen gemeenschap hebben; met concrete zonden niet en ook niet met de zondigheid als zwarte vlek op ieder mensenleven.
Maar nu zien we hier Jezus, die de zonde der wereld op zich nam. Hij nam het alles op zich: alle zonde, alle onwil en opstand. Zo hangt hij daar, met de zonden van de wereld. Met mijn zonden, met uw zonden. Ook die van joú!
In zijn leven en sterven ís Hij de volmaakte mens, de enige ware rechtvaardige. Maar God ziet Hem áán als de zondige mens bij uitstek. Ja, hij ís daar, op dat moment dé zondige mens. En nu wordt die zondige mens – Hij! Jezus – uit de gemeenschap met God verstoten. God verlaat hem. God laat hem alleen, in stikdonkere duisternis. (stilte…)
Zo gaat de Heere Jezus onder, aan ons kwaad. Aan alle schuld, alle misdaad, alle lafheid en niets-doen dat er ooit op de wereld is geweest. Hij bezwijkt eronder. Hij, die zelf God is, wordt van God verlaten. Hij draagt alle kwaad mee, tot in de bodemloze put van de dood. Wie kan dit mysterie begrijpen?? God tegen God – kan dat? ‘Als ik dit wonder vatten wil, staat mijn verstand vol eerbied stil’.

[slot]
Hier schiet ieder woord, elke uitleg te kort. Wat kunnen wij anders doen dan wegzinken in aanbidding? Op deze manier, door geen mens ooit bedacht, door geen mens ooit te volbrengen, bracht de Heer bevrijding, eeuwige bevrijding. Voor mensen die in de lijdensgeschiedenis wel op hun donkerst naar voren komen. Mensen, zoals u en ik. Jezus, Hij maakt de eeuwige kortsluiting in het oordeel. Beter kan ik het niet verwoorden.
Wat kunnen wij dan anders doen op deze Goede Vrijdag dan Hem eren en aanbidden voor wat Hij deed!? Zijn uithouding en zijn ondergang. Hij deed het voor ons, die zelf slechts duisternis verdienen. Hij gaf zijn leven, voor ieder die in Hem gelooft!
En als u of jij je verlaten voelt in deze tijd, dan mag je tóch geloven: God verlaat mij niet! Nooit. Dat gebeurde alléén bij Jezus, en daarom niet bij mij. Hoe donker het ook kan zijn, God is nabij. Om Jezus’ wil! Wat zouden wij dan klagen als we een tijdje minder mensen mogen ontmoeten. Ja, ook als het je zwaar valt, heel zwaar misschien, denk dan aan wat koningin Wilhelmina eens zei: ik ben eenzaam, maar niet alleen.
Laten we daaruit leven. Jezus, Hij werd van God verlaten, opdat wij nooit meer van God verlaten zouden zijn. Als we vandaag zien wat dat Hem kostte, laten we dan toch vér weg blijven van alles wat Hij aan het kruis moest dragen. Vlucht voor de zonden, ze deden Hem dít aan! Laten we er nooit licht over denken wat het Hem gekost heeft. Laat het kruis áles voor ons zijn. Laten we dit beeld altijd voor ogen houden, als het fundament van ons geloof: zijn verzoenend sterven, uit zondaarsliefde.

Mijn Verlosser hangt aan ’t kruis,
en Hij hangt er mijnentwegen,
mij ten zegen.
Van de vloek maakt Hij mij vrij,
en zijn sterven zaligt mij.
Amen