Tags

,

Uit de Bijbel is gelezen: Markus 3:20-35

Gemeente van Jezus Christus, beste broers en zussen!

[intro: familie]
ja, zo noem ik u en jou vandaag. Broers en zussen. Want vanmorgen gaan we het hebben over familie. We lazen zojuist uit de Bijbel over de familie van Jezus, zijn broers en zussen. Zijn letterlijke, maar ook zijn geestelijke verwanten.
Hoe belangrijk is familie voor jou, voor u? Voor veel mensen heel belangrijk, denk ik. De mensen het dichtst bij je, waar je, als het goed, is op kunt steunen. Mensen met wie je verbonden bent, bij wie je hoort en thuis bent. Je gezin – ik hoor van sommige mensen dat in de huidige tijd van lockdown hun gezin meer verbondenheid voelt, omdat ze met vaak met zijn allen thuis zijn en meer tijd hebben om dingen samen te doen. Hoewel anderen hun geliefde gezinsleden soms achter het behang zouden willen plakken na wéér een dag thuisschool en thuiswerken…
Familie – ook breder, met ooms en tantes, neven en nichten. Mensen die je misschien nu juist minder ziet dan je zou willen, omdat er geen verjaardagen mogen zijn met de hele familie. Wat kan ik dat missen!
Tegenwoordig zijn familiebanden over het algemeen minder bepalend dan vroeger. Je verhuist eerder naar een andere streek, bijvoorbeeld voor werk of studie. Bovendien is de samenleving meer individualistisch geworden – ieder leidt zijn eigen leven. Jongere mensen als ik kunnen het zich moeilijk voorstellen dat je bijvoorbeeld je ouders in huis zou nemen als ze bejaard zijn. Vroeger echter gebeurde dat regelmatig, sommigen hier zullen het nog wel weten. Of een pasgetrouwd stel ging inwonen bij een van de ouders – nu bijna ondenkbaar! Hoe belangrijk familie ook voor je kan zijn, in onze tijd ben je allereerst een individu en daarná pas deel van een familieverband. In de tijd van Jezus was dat heel anders. Het is goed om dat eerst helder te hebben, want anders kunnen we de geschiedenis van vandaag niet goed plaatsen.

[het verhaal, i.h.b. belang van familie destijds]
In Jezus’ tijd was een mens éérst en vooral deel van zijn familie. De gezinnen waren vaak groot en bijna altijd bleven de kinderen vlakbij hun ouders wonen. Niet alleen in hetzelfde dorp, vaak zelfs in hetzelfde huis. Dan werd er gewoon een stukje aangebouwd aan de familiewoning. Vaak had zo’n gezin samen een bedrijfje, bijvoorbeeld als vissers of boeren. Vader was familiehoofd, en zijn volwassen zoons luisterden echt wel naar hem! En als vader er niet meer was, had moeder de leiding. Je diende loyaal te zijn aan je familie en de familie-eer hoog te houden.
Tegen die achtergrond moeten we plaatsen wat we over Jezus’ familie lezen. Jozef was waarschijnlijk overleden, dus Maria was familiehoofd. Jezus had minstens 4 broers en ook nog zussen, hoorden we vorige week uit Markus 6. Maar Jezus zelf… In plaats van mee te werken in het timmermansbedrijf, werd hij een rondtrekkende prediker. En ja, Hij had een bijzondere roeping van God, dat wist in elk geval Maria wel. Maar nu begon het toch uit de hand te lopen!
Markus zegt zo simpel dat Jezus en zijn leerlingen zelfs niet de kans kregen om te gaan eten. Maar dat wil wel méér zeggen als dat ze de lunch een keer overslaan. Jezus wordt voortdurend omringd door opgewonden mensenmassa’s die allemaal iets van Hem willen. Hij trekt gekken en bezetenen aan die onrust veroorzaken. Zieken met stinkende zweren dringen op, vragend om genezing. Zweetlucht van opeengepakte lijven. Het moet een chaos zijn geweest in het huis waar Jezus verbleef! Waar was Hij helemaal mee bezig?
Jezus’ verwanten hoorden ervan en zeiden: ‘Hij heeft zijn verstand verloren!’ Daarom komen ze om Hem mee te nemen, desnoods onder dwang zelfs. Hij moet tegen zichzelf beschermd worden, en ook hun familie-eer moet beschermd worden. Wat Jezus doet, straalt af op hen! Met deze chaos willen ze niet geassocieerd worden.
Wat een onbegrip bij Jezus’ naaste familie! Dat Hij Gods werk doet, dat Hij strijdt tegen duivel en ziekte en kwaad, dat zien ze niet. Ze willen maar één ding: dat Hij weer normaal doet!

[Jezus trotseert zijn familie uit toewijding]
Zo komen Maria en haar zoons naar Jezus toe. Het huis is erg vol en rust was er niet, ik zei het al. Daarom sturen ze iemand naar binnen. Jezus krijgt de boodschap “uw moeder en uw broers staan buiten en zoeken U!” En dan komt de schok. Jezus’ moeder en broers verwachtten dat Jezus nu naar hen toe zou komen. Maar ook de mensen binnen ging daar helemaal van uit, toen ze de boodschap doorgaven. Als je oude moeder, het familiehoofd, naar je vraagt dan kom je toch? De mensen maken al plaats, dat Jezus erlangs kan.
Maar.. Jezus gaat niet! ‘Wie zijn mijn moeder en mijn broers?’ vraagt hij hardop. Hè?? Schokkende woorden! Betekent zijn familie niets voor hem? Hij heeft écht zijn verstand verloren, denken mensen. We kunnen ons maar nauwelijks voorstellen hoe dit moet zijn binnengekomen!
Maar Jezus is niet gek of asociaal. Hij weet van iets dat boven familiebanden uitgaat. Hij is toegewijd aan God en aan Gods werk. En dát gaat voor! Wat is belangrijker: de eer van zijn familie, zijn eigen reputatie, of dat Gods koninkrijk zichtbaar wordt door Hem? Hij laat zich niet terugroepen naar een leven binnen de verwachtingskaders. Niet zijn moeder, maar zijn Vader – zijn vader in de hemel. Diens roep beantwoordt hij. En daarom trotseert Hij zijn familie, uit toewijding. God gaat voor, want mensen ook vinden.
Jezus’ antwoord wil trouwens niet zeggen dat hij zijn moeder en familie afschrijft. Zelfs als Jezus stervend aan het kruis hangt, zorgt Hij nog dat zijn moeder onderdak vindt bij Johannes. “Vrouw, zie uw zoon – zoon zie uw moeder!”. Jezus is niet een hedendaagse individualist die familie onbelangrijk vindt. Maar… iets anders is nóg belangrijker. De roep van de hemelse Vader, de opdracht die Hij te vervullen heeft. En dáárom maakt Jezus zich los uit het weefsel van verwachtingen, uit de fuik van de familie.

[toewijding aan God boven alles ook bij ons]250
Wat is onze Heer hier een voorbeeld van hoe het ook bij zijn volgelingen moet zijn. “Wie de wil van God doet, díe is mijn broer en zus en moeder”. Gods wil doen boven alles. Dát is toch wat christen-zijn inhoudt? Ervoor kiezen om God op nummer 1 te zetten, zelfs tegen druk van anderen in. Volgelingen van Jezus lijken als het goed is daarin op Hem.
Wij ervaren misschien geen weerstand in de familie of vriendenkring vanwege ons geloof. Hoewel… soms zou je er raar van staan te kijken. Maar de vraag vanmorgen is: wat is ons levensdoel, onze eerste prioriteit? Christen ben je niet vanzelf. Het kost een keuze diep in je hart: God op nummer één, wat het ook mag kosten! Het is goed om hierbij eens stil te staan. Ben je bereid om Jezus te volgen als het je vrienden zou kosten, of familie zelfs? Misschien bent u christelijk opgevoed. Maar geloven is niet een familiezaak. Soms kan het zelfs het tegenovergestelde zijn! Het is dat je op één of andere manier in God alles gezien hebt, en dat Hij de allerbelangrijkste voor je is! Hij op nummer 1.
Hoe is dat bij ons? Bij jou, als je een tiener bent die nu meekijkt? Heb je die keuze al gemaakt, of weet je het nog niet? Kun je zeggen “Hij stierf voor mij – ik leef voor Hem?” En ook als je al wat ouder bent: ken je iets van die toewijding aan de Heer die voor ál het andere gaat?

[gevolg: onbegrip en alleen staan]
Als je zó in het leven staat, dan kan dat wel wat gaan kosten. We zien het bij Jezus, die hier vervreemdt van zijn familie. Hij wordt niet begrepen, raar gevonden. De mensen voor wie Markus zijn evangelie schreef, herkenden dit denk ik wel. Ze stonden alleen, omdat ze bijvoorbeeld geen offers meer wilden brengen aan de Griekse goden. Of ze waren uit de synagoge gegooid, omdat ze geloofden in Jezus Messias. De synagoge waar hun ouders zaten, en hun vrienden… Ze kwamen buiten de familiekring te staan, net als hun Heer hier. Maar ook tegenwoordig kan dit gebeuren, als je bij Jezus gaat horen. Ik denk aan een moslim in Atjeh, die door zijn eigen broers met kapmessen is aangevallen omdat hij christen werd. Ik denk aan een meisje in Mali dat door haar vader verstoten werd toen hij merkte dat ze een kerk bezocht. Zulke dingen geboren helaas veel in de moslimwereld, waar familie en familie-eer net zo belangrijk is als in Jezus’ tijd. Het is een schande als een familielid van de Islam afvalt. Zo’n bekeerling hoort er niet meer bij!
Ook in ons land kan het trouwens ombegrip en afwijzing opleveren als iemand gaat geloven. Wat is dit voor vaag gedoe? Hopen dat het overgaat. Het verlangen dat die ene zoon weer ‘normaal’ wordt. Daar ook op aandringen, op inpraten. Moeilijk, zo stel ik me voor, om dan vol te houden!
Nu zijn de meesten van ons die meekijken en luisteren denk ik in een christelijke omgeving opgegroeid. Dan zal het toch anders zijn? Toch kan dat tegenvallen. Als je van kerk verandert, afwijzing. Als je helemaal voor God gaat, schampere opmerkingen, zo van ‘Zij is wel érg in de Heer’. En als het niet in je familie is, kan het in bredere kring zijn. Dat je alleen staat op school, of op je werk, omdat je bepaalde dingen niet doet of juist wel…

[de krachtbron I : God]
Maar hoe houd je dan vol? Niemand wil graag alleen staan. Wat maakt dat dat meisje uit Mali christen blijft? Wat maakte Markus’ eerste lezers standvastig? Wat gaf Jezus zelf kracht? Twee dingen wil ik dan noemen. Om te beginnen: wie gelooft ís niet alleen. God is bij je.
Hoe kon Jezus zijn familie trotseren, alleen staan, een weg kiezen die uitliep op zijn dood? Omdat Hij vol was van de Geest. God was bij Hem en dat wist Hij. En dit is ook nú de weg. Om als enige te geloven in een atheïstische familie of een hindoedorp, maar feitelijk voor ieder van ons om christen te zijn in onze eigen omgeving. Als je je in geloof aan de Heer hebt gegeven, als je die keuze hebt gemaakt om Hem boven alles te zetten, dan is Hij Zelf bij je. Dan hoef je het niet op wilskracht vol te houden, dat lukt nooit. Maar dan is Hij zelf nabij. Je bént niet alleen!
Iemand zei eens: “Eén mens met God is altijd in de meerderheid”. We hebben een levende God, wiens kracht groter is dan welke groepsdruk dan ook. Wiens kracht groter is dan onze eigen traagheid en halfheid. Wend je tot Hem, dan kun je alleen staan! Ja, dan kóm je soms alleen te staan onder de mensen. Maar al ben je soms eenzaam, je bent niet alleen!

[de krachtbron II: een nieuwe familie]400
Maar er is nog iets dat je helpt standhouden, het tweede, en dat komt vooral naar voren in ons Bijbelgedeelte van vandaag. Jezus wijst naar de mensen rondom Hem, en zegt “dit is mijn familie. Wie de wil van God doet, díe is mijn broer en zus en moeder”. Wie gelooft, krijgt een Vader in de hemel. Maar hij krijgt ook een hele familie van broers en zussen. Je mag soms vervreemden van aardse familie, maar je krijgt er een geestelijke familie voor terug! De kerk, de gemeente, de andere christenen.
Wat is dat een zegen. Wat is dat belangrijk om vol te houden en toegewijd te blijven. Ik las in de gebedspunten van Open Doors las ik over een gehandicapte jongen in China. Door zijn zus was hij het huis uitgegooid omdat hij christen was geworden. Maar, zegt hij, ik ben niet alleen. We zijn met zijn zessen in dit dorp en samen zijn we een kerk! Daar vindt hij nu steun, daar heeft hij broers en zussen.
Dit geldt net zo goed voor ons. Ook wij mogen deel zijn van de geloofsfamilie. Deze kerk, en zelfs de wereldwijde christenfamilie. Hoe nodig zijn andere gelovigen om je heen om vol te houden op de weg met God. Ook al stoot jouw familie je misschien niet uit, of wie dan ook in je omgeving. Wat is het een zegen dat God ons elkaar geeft, de kerk. Je kunt wel in je eentje de Bijbel lezen en bidden, maar sámen de Bijbel horen, samen bidden en zingen en omzien naar elkaar – dat doet veel meer. En dan voel ik en dan voelt u juist op dit moment de moeite van de lock-downsituatie waar we in verkeren. Je kúnt elkaar niet in de kerk ontmoeten, niet samen zingen of kringen. Dat is érg, laten we die pijn voelen. Dat kan je geloof echt laten versloffen.
En juist daarom, zet zondagmorgen die dienst aan, blijf aanhaken, want alleen red je het niet! Zoek verbinding met andere christenen, wees er maar creatief in.
Je mag elkaar aanspreken als je merkt dat iemand verflauwt of afhaakt. Je mag elkaar aanmoedigen,dat nog meer. Wat samen zijn we broers en zussen. Eén familie die Gods wil wil doen. Ja, en misschien vinden anderen ons dan soms wel eens vreemd of achterhaald of wat dan ook. Laat ze maar! Als we samen maar in die kring zitten waar Jezus is. Hij kijkt rond, hij breidt zijn armen uit, en Hij zegt “wie de wil van God doet, díe is mijn broer, of mijn zus, of mijn moeder”! Hij is bij ons. Bij mij, bij jou, bij óns – samen. Hij slaat zijn armen om al onze huizen heen!

[slot]200
Hoe belangrijk is familie voor je? Daar begon ik mee. Hoe belangrijk is Gods familie eigenlijk voor je? Daar hoor je bij als je Gods wil doet. Ais het uw en jouw keuze en verlangen is, om Hem op nummer één te hebben, met Hem en voor Hem te leven. Ja, dat kan onbegrip opleveren, afwijzing, zelfs bij de mensen dicht om je heen. Het kost iets. Maar je krijgt veel meer terug! Een Vader in de hemel, en een hele familie om je heen. Mogen wij zo zijn als gemeente: broers en zussen, jong en oud, met God als Vader en Jezus als oudste broers. Om zo samen zijn wil te doen!

Amen

Deze preek is een actualisering van die van 16 januari 2017, zie https://ajmolenaar.nl/2017/01/16/preek-de-familie-van-jezus-n-a-v-markus-335/