Tags

, ,

Uit de Bijbel is gelezen: Markus 14:53-72

 

Gemeente van Jezus Christus, hier en thuis,

[intro: jezelf tegenvallen]
soms kun je jezelf weleens flink tegenvallen. Dat je denkt: hè, bah, waarom doe ik nu zó? Stel je voor, je hebt een sollicitatiegesprek. Je hebt je natuurlijk goed voorbereid, passende kleding aangetrokken, netjes maar niet té netjes. Je zorgt dat je precies op tijd bent, en je hebt natuurlijk van te voren de website van het bedrijf goed bekeken. Daar zit je, één of twee mensen tegenover je, en het gesprek begint. Maar op één of andere manier loopt het niet. Je bent zenuwachtig, je geeft een paar domme antwoorden, komt niet over zoals je zou willen, niet zoals je echt bent. Na een tijdje sta je weer buiten, en je denkt bij jezelf: bah. Waarom zeg ik nu zulke dingen? Je valt jezelf gewoon tegen. Heel herkenbaar misschien voor deze of gene.
Of een ander voorbeeld. Je zit op school of opleiding, en daar loopt ook een jongen of meisje dat je wel leuk vindt. Maar kom je eens in elkaars buurt – en zeker in deze tijd is dat een zeldzaamheid, helaas – dan weet je niet wat je moet zeggen. Hè, wat ben je toch een onhandige sukkel, zeg je tegen jezelf.
Jezelf tegenvallen. Als je tóch weer een zak chips in één keer op eet. Als je toch weer ruzie maakt met je schoonmoeder. En ga zo maar door, het kan op allerlei manieren. En nu komen we vandaag in de Bijbel iemand tegen die zichzelf ook erg moet zijn tegengevallen. Nog véél meer dan in de voorbeelden die ik noemde. Petrus. Petrus die de Heer verloochent.

[trouble in the text]
Ja, want in de geschiedenis van vanmorgen gaat het er niet alleen om dat Petrus ontkent bij de Heer te horen. Nee, het gaat er minstens zoveel om dat hij een paar uur eerder nog luidkeels andere dingen geroepen had: “misschien zal iedereen ten val komen, maar ik niet!”. “Al zou ik met u moeten sterven, ik zal U nóóit verloochenen”. Ja ja, en dan in dezelfde nacht dít: driemaal Jezus verloochenen…
Petrus hield van Jezus, laat dat voorop staat. Petrus geloofde in Jezus, dat ook. “U bent de messias, de Christus” had hij als eerste gezegd.. Als Petrus ergens voor gaat, dan gáát hij er ook echt voor. Dus als Jezus de messias is, dan wil hij desnoods voor Hem sterven. Mooi, die toewijding! Maar Petrus denkt ook dat hij sterk is. Jezus had gezegd: ik zal gevangen worden, jullie zullen me verlaten. Petrus hoorde dat en dacht: echt niet! En dat zegt hij ook: ik blijf u trouw, hoor Heer! Maar Jezus schudt zijn hoofd. ‘Nee, Petrus. Sterker nog: je zult me verloochenen, zeggen dat je me niet kent’. Petrus gelooft het niet, kán het niet geloven. Daar is hij toch altijd nog zelf bij?
Maar dan… Jezus wordt inderdaad gevangen genomen. En: alle leerlingen vluchten, ook Petrus. Jezus had gelijk. En toch is Petrus dapperder dan de anderen. Even rent ook hij weg, maar al snel draait hij om. Hij volgt Jezus en de bende die hem meevoert. Hij gaat zelfs mee tot op het binnenplein van de hogepriester. Waarom doet Petrus dit? Wil hij Jezus niet in de steek laten? Wil hij weten hoe het afloopt? Hoopt hij met een wilde hoop nog iets te kunnen doen?
Ja, en dan valt hij door de mand. Een dienstmeisje zegt: ‘jij hoort toch ook bij die Jezus?’ En dan wordt Petrus bang. Zouden ze hem ook oppakken? Wat is hij stóm geweest om hier te komen, in het hol van de leeuw. Driemaal ontkent hij, als het telkens weer gevraagd wordt, driemaal, steeds sterker. Eerst ontwijkend: ‘waar heb je het over?’, dan een echte ontkenning, en uiteindelijk vloekend en zwerend om zijn woorden kracht bij te zeggen. Wat valt Petrus hier door de mand met zijn grote woorden!
Tegelijk is natuurlijk de vraag wat jij of ik gedaan zou hebben. Zouden wij ons tot op die binnenplaats gewaagd hebben – of was dat meer dom dan dapper? Zou jij eerlijk geantwoord hebben? Misschien was er trouwens wel niets met je gebeurd – als je gewoon had gezegd ‘ja, en ik wil zien wat er met Hem gebeurt’… Het is nog steeds zo trouwens, als ze je naar je geloof vragen, dat je maar beter open en eerlijk antwoord kunt geven. Anders krijg je alleen maar meer problemen.
Petrus, hij valt hier tegen. Niet zijn Heer, die had het allang voorzien. Nee, zichzelf valt hij tegen. De Heer had gezegd, net in Getsemané: “de geest is gewillig, het vlees is zwak. Waak en bid, dat je niet in beproeving komt”. Had hij maar beter geluisterd! Maar nu is het te laat.

[trouble in the world]
Ja, die Petrus, denk je misschien. Maar laten we liever naar onszelf trekken. Ben jij beter dan? Petrus wil Jezus trouw blijven, hij wil zelfs voor Hem sterven. Wil jij Jezus volgen? En wat mag dat kosten? Of misschien nog een vraag die veel meer basic is: denk jij sterk te zijn, denk je dat je altijd doet wat je je voorneemt?
Laat ik vandaag maar helder zijn: daar slagen mensen meestal niet goed in. Je kunt je dingen voornemen, iets niét te doen, iets wél te doen, maar we hebben onszelf echt niet zo goed onder controle als we denken. Ja, zolang het meezit en het niet te moeilijk is, dán houd je je aan je voornemen. Bijvoorbeeld: op tijd naar bed gaan, ik noem maar iets eenvoudigs. Maar als het lastig wordt nemen andere dingen het over. Dit en dat moet toch af? Dus het wordt al later, en juist dan, als je moe bent, val je weer in je oude patronen. Toch die serie uitkijken, toch in bed die mobiel pakken… Je bent zo sterk niet als je denkt!
Dit is zo in het dagelijks leven. Maar weet u, juist als je echt Jezus wilt volgen loop je hier tegenaan. Want als je werkelijk christen wilt zijn, dan kun je maar niet een eind weg leven. Dan worden er dingen van je gevraagd. Je ongeduld te bedwingen. Een onaardig antwoord inslikken. Tijd nemen voor God. Je geldbesteding veranderen, dat je niet meer alles zelf kunt houden. En vul maar aan. Jezus volgen is niet niks! Als je Hem leert kennen, wíl je ook anders worden. En eerst lukt dat misschien even. Maar al snel merk je dat je niet loskomt van het oude. Niet van wie je bent, en van wat je gewend bent te doen. Dan loop je precies hier tegenaan: dat je jezelf tegenvalt. (De Heer niet hoor, die wist het al van te voren, net als bij Petrus…) Ja, je valt jezelf echt tegen. Wonderlijk is dat: wie maar een eind weg leeft, denk dat hij of zij best OK is. Maar juist wie echt probeert het goede te doen, merkt dat je zo goed niet bent!
Wanneer word jij nu eens echt heilig? Wanneer stopt u met die ene zwakheid? En ik? Die woorden van Jezus zijn zó waar. “De geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak. Waak en bid, dat je niet in beproeving komt”. Doen we dat? En helpt het? Ik vrees ervoor.
En wat dan? Huilend weglopen, net als Petrus? Of gewoon maar opgeven om Jezus’ weg te willen volgen? Het lukt toch niet! Het vlees is zwak, toch? Jezus zegt het zelf! Tja, van mensen, zelfs van een toegewijde volgeling van Jezus krijg je geen vrolijk beeld hier…

[vergeving]
Maar gelukkig is er meer te zeggen! En dat moeten we naar Jezus zelf kijken, over wie we ook lazen. Want hoe Hij daar voor zijn rechters staat is een groot contrast met Petrus’ houding. Petrus verloochent wie Jezus voor hem is, bang voor de consequenties. Jezus belijdt openlijk wie Hij is, ondanks de consequenties. Jezus is niet bang voor veroordeling – heel anders dan Petrus. Waar Petrus valt zodra een dienstmeisje hem iets vraagt, blijft Jezus staande voor een hele raadszaal die Hem ondervraagt! Het contrast kan niet groter zijn.
Jezus verloochent zijn missie niet. Eerlijk spreekt hij uit: ik ben de messias, de zoon van God. En wat maakt dat voor ons voor verschil? En voor Petrus? Alles! Want Hij doet dit voor Petrus, en voor ons. Hij laat zich veroordelen, ter dood veroordelen, om ons te bevrijden, om ons leven te geven. Dat is immers het wonder van zijn lijden? Daarom is er vergeving voor Petrus, die hier de Heer afvalt. Daarom is er vergeving voor u en jou en mij, die onszelf soms zo tegenvallen. Weet je, de Heer val je niet tegen. Echt niet! Hij wíst dat Petrus dit zou doen. Hem in de steek laten, in angst vervloeken zelfs. Stel je voor dat een vriend van jou dat zou doen! Maar Jezus wordt niet eens boos. Hij weet hoe Petrus is, hij weet hoe wij zijn. Jezus komt ervoor uit wie Hij is, en Hij doet dat voor Petrus die Hem verloochent. Hij draagt ook deze schuld, dit falen, tot in het doodvonnis dat op zijn belijdenis volgt. En na Pasen wordt Petrus weer in genade aangenomen, daarover lezen we in Johannes hoofdstuk 21.
Jezus doet het goed, voor ons die falen. En daarom: er is vergeving, niet alleen voor Petrus, maar ook voor ons! Hij wilde de weg gaan naar het kruis. Hij droeg al die zonden, van grove zondaars die die aan het kwaad overgeven, én van mensen die zichzelf zo tegenvallen ondanks mooie pogingen. Er is áltijd vergeving, er is áltijd een nieuw begin. Dat is het wonder van Jezus’ lijden voor ons. Bij Petrus op het plein gaat het fout. Maar Jezus in de zaal ernaast maakt het goed!
Wij zijn onverbeterlijk – niet te verbeteren, niet beter te maken dat het mengsel van goede wil en ik-gerichte angst dat we zijn. Maar Jezus is óók onverbeterlijk – niet en niemand is beter dan hij, zo vol goedheid, genade en vergeving. Gelukkig maar!

[vernieuwing]
Of zei ik nu net iets verkeerds? Wij zijn onverbeterlijk… Dan wordt het vanmorgen weer het bekende loopje: wij zondigen steeds, maar gelukkig zorgt Jezus voor vergeving. Zonde – vergeving – herhaling. [herhaal] Is dat het leven als christen?
Dan wil ik u en jou toch even meenemen naar een moment twee maanden verder ongeveer. Wat zien we daar? Petrus staat voor de Joodse raad. Hij staat op de plek waar we Jezus vandaag zagen staat! Ja, Petrus staat voor de raad, opgepakt wegens prediken en een wonder doen. En hoor eens wat hij zegt, vol vuur: “Jezus is de steen die door u, de bouwlieden, is weggeworpen, maar die nu de hoeksteen geworden is. Door niemand anders kunnen we gered worden, want zijn naam is de enige op aarde die redding brengt!” Wat een verandering! Geen wegduiken voor de vragen, geen verloochening, maar hélemaal uitkomen voor de Heer. Geen angst, maar vrijmoedigheid.
Hoe kan dit? Wel, omdat Jezus méér doet dan alleen vergeving schenken door zijn dood. Hij is ook opgestaan daarna, een nieuw begin. Niet alleen voor Hemzelf, maar voor ieder die bij Hem hoort. Hij heeft de Heilige Geest gegeven die aan Hem verbindt. Zo staat het er ook, als Petrus voor de raad moet verschijnen: “Petrus antwoordde, vervuld van de Heilige Geest:…”
Kijk, en hier zien we het grote verschil. Toen, die eerste keer, vertrouwde Petrus op zijn eigen kracht. Ík zal u nooit verloochenen, ík kom niet ten val. Dán gaat het fout. Op eigen kracht kom je niet ver. Maar in Jezus’ kracht, door zijn Geest geleid, dan kan er echte verandering zijn, groei en vernieuwing. Dat is hét geheim als je jezelf tegenvalt. Niet harder proberen, niet opgeven, maar toegeven dat je het in eigen kracht wilde. Zeg het maar “Here God, ik kan niet goed zijn zoals u wilt. Ik kan mezelf niet veranderen. Maar doet Ú dat! Maak mij vol van uw Geest, help me mezelf los te laten”. Jezus geeft vergeving, zeker. Maar Hij geeft ook vernieuwing! Dat is echt een onderwerp voor ná Pasen, dan moeten we daar maar eens uitgebreider bij stil staan.

[slot]
Jezelf tegenvallen. Daar begon ik mee. En eigenlijk hoop ik dat u of jij er iets van herkent. Want dan wil je blijkbaar al wel Jezus volgen. Maar hoe kom je verder dan dit? Door dicht bij Jezus te blijven. Wat dat betreft was Petrus wijs, dat Hij wilde zijn waar Jezus was. Laat onze Heer door zijn Geest in je zijn, dan kun je staande blijven als de verleiding komt. Een christen zijn is niet allereerst goed leven, nee, het is met Jezus leven! Het is nog niet eens vóór hem leven, of zelfs sterven zoals Petrus wilde. Het is mét hem leven. Liever een Petrus zijn, die viel en weer werd opgeraapt, dan een vrome wetgeleerde die Jezus afwijst.
Val je jezelf tegen? Kijk maar naar Jezus! Hij deed alles voor jou! Je fouten en falen dragen, je verbinden aan de Vader, en ook: maken dat je een ander mens kunt worden. Niet uit jezelf, door zijn Geest en kracht. Het vlees is zwak, zeker, maar… de Geest (met een hoofdletter) is gewillig!

Amen