Tags

, ,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro: onmisbaar]
Er is iets wat ik eigenlijk altijd bij me heb, maar hier op de kansel niet. Iets dat ik overal mee naar toe neem. Is dat altijd in mijn zak zit, en met mij meereist. Het is… niet in mijn portemonnee, maar mijn telefoon. Een wonderbaarlijk ding is het, zo’n smartphone. Ik kan ermee appen naar familie en vrienden, ik kan het nieuws checken, muziek luisteren, zien wat voor weer het wordt, en hij kan de weg wijzen als ik een autorit maak. O ja, en je kunt er mee bellen.
De afgelopen 10 jaar ben niet alleen ik, maar zijn we bijna allemaal steeds meer gaan doen op onze telefoon. Bankzaken regelen, mailen, foto’s maken, de tienrittenkaart afstrepen op de pont naar Gorkum… en zo wordt je leven steeds afhankelijker van een goed werkende telefoon.
Op een hogeschool werd eens een experiment gedaan. De onderzoeker vroeg aan studenten of ze wilden meedoen aan een onderzoek, en daarvoor een maand lang hun smartphone wilden wegdoen. De reacties waren veelzeggend. Een studente zei: Dat is net zoiets als vragen of ik een maand niet eet. Een ander zei: dan kan ik net zo goed een maand in een grot gaan zitten! En dan waren er nog alle praktische bezwaren rond digitale lesroosters, afspraken, codes die je soms nodig hebt, en ga maar door… Nee, de animo om mee te doen aan dit onderzoek was niet overweldigend.
Een telefoon blijkt onmisbaar. Je zorgt dat dat je hem altijd bij je hebt, en dat je hem voldoende oplaadt. Onlangs had ik mijn telefoon ergens laten liggen, en ik kon dus meteen bij thuiskomst weer het hele eind terugrijden… Want ja, je bent afhankelijk van dat ding. Zonder telefoon leven is ondenkbaar voor velen.

[gebed voor Daniel onontbeerlijk]
Uit de Bijbel horen we het verhaal van Daniël in de leeuwenkuil. Het is een bekend verhaal, dat in geen kinderBijbel ontbreekt en tot de verbeelding spreekt. Tegelijkzijn de historische omstandigheden wat vaag. Een koning Darius die satrapen aanstelde is alleen bekend uit een tijd na Daniëls dood. En dan dat wonderlijke bevel, dat 30 dagen lang niemand iets mag vragen aan enig mens of God. Hoe moet je je dat in de praktijk voorstellen, bijvoorbeeld als je wilt dat iemand je het zout aangeeft? Maar om zulke historische details gaat het nu niet. De hoofdlijn is voldoende: Daniel, een belangrijke ambtenaar, mag niet bidden op straffe van de dood. Toch gaat hij er gewoon mee door!
De kerntekst wordt vanavond is vers 11. [lees voor]. Daniel bidt, ondanks het verbod. Een maand zonder gebed? Dat is voor hem even ondenkbaar als een maand zonder telefoon voor een student van nu! En waarom? Eigenlijk wel om een vergelijkbare reden denk ik. Zonder die telefoon verliest een student het contact, het contact met allerlei anderen. En zonder gebed verlies Daniel het contact, het contact met God! Dat is voor hem onbestaanbaar – even onbestaanbaar als een mobielloos leven voor een hedendaagse tiener.
Iemand van vroeger, uit de tijd lang voor de uitvinding van het mobieltje gebruikte eens een ander beeld. Hij zei: ‘gebed is de ademhaling van de ziel’. Het is goed dat beeld eens op je te laten inwerken op deze biddag. Voel je je adem…? als je adem wordt geblokkeerd, ga je dood. als iemand niet meer ademt, is het slecht met hem gesteld. als iemand onregelmatig ademt ook. Hoe zit het wat dat betreft met ons gebed? Bidden is geen verplichting, net zo min als ademen – maar je moet het wel doen! niemand zegt ooit tegen me: ‘vergeet je niet te ademen?’ Nee, natuurlijk niet. Maar ‘o, vergeten te bidden’ – dat komt zeker voor. misschien omdat geestelijke ademnood minder acuut is. Het beeld van het mobieltje vind ik dan bijna beter. Je valt niet meteen om als je je telefoon vergeet. Maar toch kun je je geen leven meer zonder voorstellen. Is dat voor ons ook zo, wat gebed betreft???

[wat tegen gebed op kan komen]
Bidden is de adem van de ziel, je verbinding met God. En toch kan er heel wat tegenop komen dat het gebed bedreigt. Dat was toen al zo bij Daniel. er werd een zware straf op gebed gezet, de doodstraf zelfs. Meer tegenwerking voor het gebed dan dit kun je toch niet hebben! Toch bleef Daniel bidden, op de voor hem vertrouwde manier. Je kunt je afvragen waarom. Hij had toch ook stiekem onder de dekens in bed kunnen? Of alleen in zijn hart? Toch bleef Daniël bidden als vanouds. In het Bijbelverhaal wordt niet verteld waarom, en waarom op deze manier. Maar Daniel denkt misschien: je stopt toch ook niet met ademen als iemand dat verbiedt?
Bij Daniel was er genoeg dat kon zorgen dat hij niet bad. Maar ook in onze tijd zijn er dingen die het gebed tegenwerken. Goed, bij ons geen straffen op gebed of geloof. Maar er kan genoeg zijn dat je gebed bedreigt. Om maar iets voor de hand liggends te noemen: tijdgebrek! We zijn allemaal zo druk, tijd voor gebed schiet erbij in. En meteen denk ik: en Daniël dan, die een drukke ministersbaan had? Geen tijd is ook altijd: geen prioriteit…
Maar er is meer dat het gebed bedreigt: ik merk dat mensen soms niet weten hoe ze moeten bidden, wat ze moeten zeggen. En dus bidden ze weinig. Daar kom ik zo op terug. Maar ik denk dat er iets diepers is dat het gebed bedreigen. Het idee dat het allemaal geen verschil maakt. Een gebrek aan geloof dat bidden iets doet. We hadden het er van de week op de catechese over wat wij voor Oekraïne konden doen. Ik zei: We kunnen in elk geval bidden! En een jongere zei: wordt het daardoor vrede dan? Eerlijk uitgesproken wat denk ik veel vaker in ons hart leeft. Werkt bidden werkelijk iets uit? Je bidt voor je zieke oma, maar ze sterft toch – je bidt voor je relatie maar die wordt niet beter. Dat zijn inderdaad moeilijke dingen. Maar dan denk ik wel: waar gaat het om in gebed? Is bidden een manier om onze wil te laten gebeuren, of is het onze verbinding met God Zelf? Als je alleen wilt dat er dingen gebeuren, kun je zonder Hem Zelf. Maar echt bidden kan alleen uit het besef van wat vers 27 zegt: ‘Hij is de lévende God’.  En als Hij dát is, dan kan Hij ook dingen doen! Ik denk dat hier de diepste bedreiging zit voor gebed vandaag: dat we te weinig leven vanuit de werkelijkheid van Gods aanwezigheid. Dat we onbewust gaan denken zoals de wereld om ons heen, die met God niet rekent. Hoe ‘echt’ is Hij voor ons? Alleen als Hij voor ons de Levende is, heeft bidden zin – en alleen dan werkt het ook, zogezegd. Kinderen kunnen vaak beter bidden dan volwassenen, juist om deze reden!

[de zegen van volhardend gebed]
Ja, er komt genoeg tegen gebed op toen, maar ook nu. De duivel zal alles op alles zetten om ons de gebedsadem af te snijden! Om de verbinding te verbreken. Want hij weet het wel: gebed is zó belangrijk. Gebed geeft zegen, zegen voor geloof en leven. Of eigenlijk moet ik het anders zeggen, sterker. Gebed geeft geen zegen voor je geloof, gebed ís je geloof. Je leven met God. En zo’n leven is gezegend.
We zien dat bij Daniël. Zijn vertrouwen op God wordt niet beschaamd, hij wordt uiteindelijk gered uit de leeuwenkuil. God krijgt de eer, en wat moet ook Daniëls geloof hierdoor zijn gesterkt! Het hoofdstuk eindigt met de veelzeggende woorden “zo ging het Daniel voorspoedig onder het koningschap van Darius”. Gebed, en trouw zijn daarin, geeft grote zegen!
Ik geloof dat dat nu niet anders is. Wie bidt en blijft bidden zal gezegend worden. Soms door gebedsverhoring, als je bijzonder mag merken hoe God antwoordt; soms juist ook door het samen met de Heer door moeilijkheden heengaan en zo kracht ontvangen. In alles is de grootste zegen dat je al biddend op God gericht blijft. Ik zei zojuist dat de voornaamste verhindering voor ons gebed is dat God voor ons zo weinig reëel is, zo weinig de Levende God. Maar het wonderlijke: al biddend heft die verhindering zichzelf op. Je bidt niet alleen om dingen te vragen – de Heer weet immers wat je nodig hebt vóór je het vraagt, zegt Jezus. Bidden gaat niet om effect uiteindelijk. Bidden doe je om God de plek te geven die Hem toekomt. En juist zo is bidden goed voor je ziel. Bidden doe je om dat besef uit vers 27 levend te houden: “Hij is de levende God die bestaat in eeuwigheid. Zijn koningschap gaat nooit te gronde en zijn heerschappij is zonder einde. Hij redt en bevrijdt”. Bidden verandert… jezelf! Wie volhardend bidt, leert vrij en vertrouwend te leven, wetend dat God alles in de hand heeft; dat deze wereld zíjn wereld is, wat er ook gebeurt; dat zijn plannen goed zijn en zijn beloftes geen loze woorden. Bidden leert je leven met de Levende, leven uit zijn werkelijkheid

[praktische handvatten]
Wat is Daniel een voorbeeld voor ons: blijf bidden, altijd! En meteen kan ik me voorstellen dat iemand denkt: ja, maar hoe dan? Ik vind bidden niet zo makkelijk! Dan is Daniel niet alleen een voorbeeld voor ons in dat hij bidt, maar ook in hóe hij bidt.
Allereerst had hij een vaste plek om te bidden. Hebt u of jij die ook? En dan bedoel ik niet aan de eettafel bij het eten, maar een plek om voor jezelf te bidden. Heb je die niet, zoek er een! Een vaste plek helpt. Daniël ging naar een bovenvertrek, u of jij kunt misschien je slaapkamer nemen.
Regelmaat helpt ook. Daniël bad driemaal daags, en blokte daar blijkbaar vaste tijden voor in zijn drukke ministersagenda. Nu zei ik al: Er is geen Bijbelse plicht om een bepaald aantal keren te bidden. Maar wat is regelmaat belangrijk! als je alleen tijd voor God neemt wanneer je daar behoefte aan krijgt, of wanneer je tijd hebt, komt er niet veel van. Nee, probeer op vaste tijden te bidden, zodat het onderdeel wordt van je ritme! Elke ochtend is het beste, vóór je begint aan je drukke dag. Of elke avond, als je een avondmens bent. Of wanneer het maar in je dagelijkse schema past – met regelmaat.
Nog iets: Daniël knielt, dat mogen wij ook doen. Dat makt je eerbiedig, klein voor de grote God. En hij bidt hardop – zijn vijanden horen hem bidden. Dat is ook nu nog aan te raden, want als je alleen in gedachten bidt, vliegen die soms alle kanten op en ben je ineens niet meer aan het bidden… Tenminste, dat is mijn ervaring.
Maar dan, wát moet je bidden? Er zijn mensen waar de woorden zó uit de mond rollen, maar de meeste mensen vergaat het niet zo. Wat moet je bidden? Wel, misschien gewoon een vast gebed! Bij het voorbereiden van deze preek werd me één ding duidelijk dat me verraste. Als vrome Jood heeft Daniël vrijwel zeker een vast ochtend-, middag-, en avondgebed gebeden, met elke dag dus dezelfde woorden. Daar is niets mis mee! Ook u of jij kunt een vast gebed nemen dat is opgeschreven, of dagelijks voor dezelfde hoofddingen bidden. ’s Ochtends om leiding en bescherming, ’s avonds bijvoorbeeld woorden van dank en voor vergeving van wat verkeerd was. Neem maar gewoon een vast iets als dagelijkse basis. En dan kun je er altijd dingen aan toevoegen die op een bepaald moment in je leven spelen. Regelmaat en ritme, ook in je gebedswoorden, kan erg helpen!
En dan nog een laatste ding dat Daniël ons leert. Er staat “Hij bad tot zijn God en prees Hem”. Ofwel: zijn gebed was geen verlanglijstje. Bidden, ik herhaal het, is niet allereerst manier om dingen te krijgen. Het is je aan de Heer verbinden en Hem eren. Dánk Hem ook. En nog meer: prijs Hem, eer Hem. Dat wil zeggen: spreek uit wie Hij is. Dat doet bijvoorbeeld het slot van het onze Vader. Of kijk in vers 27 en 28 van ons hoofdstuk. Laat ons gebed geen vragen alleen zijn, maar een komen in Zijn nabijheid!

[de zegen van de Levende]
En ja, laat ik tenslotte eerlijk zijn. Bidden is makkelijk én moeilijk. Er is van alles dat het wil hinderen, ook nu. Het is ongemakkelijk, als je het niet gewend bent: praten tegen een onzichtbaar iemand. Maar zoals met alles leer je door te doen – of het nu basketballen is of bidden! En laat ik meteen maar zeggen: ik vertel dit allemaal niet als degenen die het weet en zelf perfect doet. Nee, ik moet ook mezelf dwingen om tijd te nemen voor gebed – want er is zoveel te doen, dus liefst wil ik meteen mijn laptop openklappen. Het lukt mij ook niet altijd. En als ik dan bid voelt het soms meer als een plicht dan als ‘dicht bij God zijn’. Maar toch… bidden brengt zegen. Soms voel je het sterk, soms helemaal niet. Maar tijd voor God is nóóit verspild. Dat durf ik toch wel te zeggen, na wat jaren ervaring.
Waarom? Omdat bidden je een andere blik geeft. Dat wat vers 27 en 28 zegt, ik lees het nog een keer voor [doe dat, tot einde]. En dan voeg ik in geloof toe: hij zal ook míj redden. Hij zal ook deze wereld redden. Dat wat ik niet kan beïnvloeden laat ik bij Hem. Bijvoorbeeld alles rond Oekraïne: ik bid ervoor, en dan laat ik het los. Wel doe ik wat ik kan, bijvoorbeeld geven aan de noodhulp. Maar leef ik verder vrij en vertrouwend, midden in een onzekere tijd. Want ik weet, juist als ik heb gebeden: er is een Vader in de hemel. Er is een Heer, Jezus, die midden in de ellende van deze wereld kwam. Die zelfs zijn leven gaf, en door zijn Geest altijd bij me is.
Wat is het een zegen om zó te leven. En dat leer je… door te bidden! En dat krijg je… door te bidden! Laten we dan allemaal doen als Daniël: ons telkens weer richten op God. Zó gaan we zo dadelijk ook bidden, op deze biddag. Maar niet alleen vandaag: laat gebed even vanzelfsprekend en onmisbaar zijn als ons mobieltje!
Amen