Tags

,

Gemeente van Jezus Christus, hier en thuis,

[Intro]
Wat zou jij doen als iemand je kind vermoord had? Een zware vraag om mee te beginnen misschien, maar ook wel een actuele. We hebben allemaal in het nieuws die afschuwelijke berichten gehoord over dat negenjarige jongetje dat vermist werd, en later dood gevonden: Gino. Onvoorstelbaar, als zoiets je als ouders overkomt. Ik heb zelf zoons van juist 9 jaar, en dan komt het dichtbij. Maar iedereen kan er zich iets bij voorstellen. Je wilt er niet aan denken dat zoiets in Woudrichem zou gebeuren. Dat iemand van wie je houdt vreselijke dingen ondergaat en vermoord wordt.
Maar soms gebeurt het wel. Zo is de wereld waar wij in leven. En dan de vraag: wat zou jij doen als iemand je kind gedood had? Van alles komt er dan op. ‘Als ik die persoon in mijn handen zou krijgen…’ en dan volgt er een aantal onaangename dingen die je zo iemand graag zou aandoen. Of als je het wat netter houdt… Iemand zegt: ik zou er alles aan doen om te zorgen dat die persoon zijn gerechte straf krijgt. Zo zwaar mogelijk liefst, en geen gedoe met verzachtende omstandigheden. Zo iets vreselijks doen, verdient de zwaarste straf.

[de beschuldiging toen]
Waarom begin ik hiermee? Omdat Petrus in het Bijbelgedeelte dat we lazen een zware beschuldiging laat horen. Tegen de menigte die naar hem luistert zegt hij: jullie hebben Gods heilig kind gedood, Jezus. Een beschuldiging die de eeuwen door tegen de Joden heeft geklonken en voor vreselijk veel kwaad heeft gezorgd. Kun je iemand verwijten wat zijn verre voorouders deden? Maar op dit moment is de situatie wel anders. Dit is geen antisemitische beschuldiging tegen alle Joden – het is heel concreet. Nog geen twee maanden geleden is Jezus inderdaad gedood in Jeruzalem, met volle instemming van de leiders en heel wat gewone mensen. Sommige mensen die nu naar Petrus luisteren, hebben mee staan roepen: “kruisig Hem”…
Wat is er aan de hand? Waarom staan al die mensen om Petrus heen? Wel, Petrus en Johannes hebben zojuist een wonder verricht. Een verlamde bedelaar staat weer recht op zijn voeten. Hij loopt en springt en looft God! Uiteraard trekt dat de aandacht. Veel mensen komen aangelopen om de wonderdoeners te bekijken. Maar dat was niet de bedoeling van het wonder! Het gaat niet om Petrus en Johannes. Nee, het recht opstaan van de bedelaar wijst naar de Opgestane, naar Jezus. Door Zijn kracht is dit gebeurd. Dat zegt Petrus dan ook meteen.
Maar ja, er is wel een probleem met Jezus. Hij is verworpen in Jeruzalem, gekruisigd. En daar is Petrus heel eerlijk over. “Het is deze Jezus die door u is uitgeleverd en verstoten, ook toen Pilatus bereid was hem vrij te laten”. Onze vertaling zegt in vers 13: “Jezus, Gods dienaar”. Het Griekse woord wat daar staat betekent echter letterlijk ook ‘kind’. Jezus, Gods geliefde Zoon, is door hen verworpen! En Petrus wrijft het er nog eens extra in “U hebt de heilige en rechtvaardige verstoten!”, en even later, met een scherpe omkering: “Hem die ons naar het léven leidt hebt u gedóód!”. Je kunt je voorstellen dat de mensen onrustig met hun voeten beginnen te schuiven. Jezus was niet zomaar iemand, dat liet dit wonder wel zien. Gods dienaar, Gods zoon – zij hebben hem gedood!
En laten we het perspectief eens omdraaien. Hoe zou jij naar deze mensen kijken als je God was? Wat zou jij doen als iemand je kind gedood had? Dan ziet het er echt niet goed uit voor deze mensen…

[De genade toen]
Ja en wat zegt Petrus dan verder? Gaat hij na de beschuldiging over tot de veroordeling? Nee! En dat is nu het wonder van dit Bijbelgedeelte. Het wonder van heel het evangelie. Deze mensen zijn schuldig, schuldig aan zo’n beetje de ergste wandaad die je kunt bedenken, Maar er volgt geen zware straf. Petrus, sprekend namens God, biedt hen juist hoop. Eerst voert hij verzachtende omstandigheden aan in vers 17 – “onwetendheid”. En vervolgens gaat het nog veel verder. Petrus belooft namens God vergeving! Als ze zich bekeren, terugkeren naar God, is er zelfs voor deze mensen een nieuw begin. Een nieuwe toekomst, met God en door Jezus – dezelfde Jezus die ze gekruisigd hadden! Kun je dát geloven!? Petrus stoot meteen door naar de toekomst – als Gods nieuwe wereld komt, mogen ook zij daar deel aan hebben. Het hoofdstuk eindigt met zegen. “God heeft zijn dienaar – daar staat weer hetzelfde woord met dubbelbetekenis – God heeft zijn kind allereerst voor u laten opstaan en Hem naar u gezonden om ieder van u die zich afkeert van zijn slechte daden te zegenen”.
Deze mensen hebben Jezus verworpen, Gods kind gedood. Wat zou jij doen als je kind vermoord werd? En toch… toch mogen ze delen in Gods zegen. Krijgen ze genáde. Wat is dit ongelooflijk!
En ja, natuurlijk, God heeft zijn Zoon weer teruggekregen, opgestaan uit de dood – dat is anders dan bij ouders nu die hun kind kwijt zijn. Maar toch… wat een wonder, wat een onverwachte wending!

[de genade nu: getoond in HA]
Kijk, en zó is nu onze God! Hij is genadig, zelfs voor de allerslechtste mensen. Hij biedt een nieuw begin, wat een mens ook maar misdaan mag hebben. Wat is deze toespraak van Petrus daar een hHelder getuigenis van! God is niet alleen de rechtvaardige rechter, Hij is een God van liefde en genade. Hij wil vergeven wie zijn kind afwezen – meer nog, wie Jezus lieten doden. Hoe erg ook, er is voor hen een nieuw begin. Zó is onze God. Daar word ik zó blij van, als ik dat op me laat inwerken.
Want zo is Hij nog. Er is geen fout te erg, geen zonde te groot, geen mens te krom, of je bent welkom bij God. Wat een bevrijding, wat een genade. God is zo goed dat het haast niet eerlijk meer is – verdienen die mensen geen straf dan? Maar die last draagt de Heer zelf, en de misdadiger neemt Hij aan. Echt, het is onvoorstelbaar.
Kijk, en dat is wat wij mogen geloven, en dát is wat wij komende zondag in het Heilig Avondmaal mogen vieren. Ja, víeren, want dit is zo heerlijk. “Genade, zo oneindig groot, dat ik die ’t niet verdien, het leven vond, want ik was dood/ en blind, maar nu kan ik zien”. De Heer heet iedereen welkom aan zijn tafel, niet alleen goede, maar ook slechte mensen. Als je je maar omkeert naar Hem, dan maakt het uiteindelijk niet uit wat je verkeerd deed. Door onwetendheid of heel bewust, in grove fouten of in geniepige kleinigheden. Want de Heer heeft mensen lief, heeft u en heeft jou lief, óndanks wie we zo vaak zijn. Jezus is gekomen om alles goed te maken en ons tot Hem te trekken. Dat is wat we vieren bij brood en wijn aan zijn tafel. De genade, zo oneindig groot.

[waar is genade t antwoord op?]
Als er nu iemand in de kerk zit die er echt mee zit, die zich zondig voelt, op wie dingen drukken die je hebt gedaan – luister dan naar de Bijbel vandaag. God biedt zelfs de mensen die zijn kind lieten doden, genade. Iets ergers dan dat kun je je toch haast niet voorstellen? Wat zou jij doen als iemand je kind gedood had? Maar God biedt zelfs hen genade. Hoeveel te meer zal hij u of jou dat dan niet willen geven? Als zelfs dát niet te erg is, dan is niets te erg. Dan is er altijd een nieuw begin! Neem dat aan, en geloof het vast!
Als zonden je drukken, is dit een geweldige boodschap. Alleen, dan is er wel iets… ik denk dat velen van ons níet zo met zonde en schuld zitten. Het gevaar is vandaag groot dat het ons allemaal erg bekend in de oren klinkt: o ja, God is genadig, en zonden vergeeft Hij. Dus daar zit je helemaal niet mee. En bovendien: ja, die mensen toen hadden echt Jezus laten doden – dát is erg, ja! Maar zulke dingen doen wij toch niet? Goed, we gaan ook wel eens over de schreef, maar dat God ons vergeeft is vrij logisch. Denken wij.
Als we zo denken, is de verwondering weg. De vreugde om wat je krijgt uit genade, ónverdiend, onlogische liefde. En dan, dan dooft alles. Daarom zou ik zo graag die verwondering weer wekken vanmorgen!

[schuld nu]
Ik zei al dat van alle mensen in de hele wereldgeschiedenis, alleen deze dat ene vreselijk hadden gedaan: Gods zoon doden. En ik zei: wat zou jij doen als je kind vermoord werd? Als je daar even over nadenkt, dán pas voel je het wonder dat er vergeving is en genade voor deze mensen. Voor mensen die eerder stonden te brullen “kruisig hem!”
Wij hebben dat nooit geroepen. Wij zijn niet schuldig op deze speciale manier. Maar wel dat zeggen dat de rest van de wereld lelieblanke onschuld is? Ga nou gauw! God heeft wel meer redenen om boos en verontwaardigd zijn. Alle mensen zijn Zijn schepselen, en in die zin is hij de vader van alle mensen. Dagelijks ziet hij wat zijn mensenkinderen aangedaan wordt, door andere mensen. Moorden, maar ook vernedering, slavernij, ruzie, uitbuiting, honger en oorlog. Zou dat niet dwars door zijn Vaderhart gaan? Zou ook dat zijn oordeel niet oproepen? Nee, het is niet logisch dat Hij alle mensen genade biedt en welkom wil heten. Het is een wonder, een groot wonder!
Er nog zoiets: God is de schepper van heel deze prachtige planeet. Een kunstwerk, nog oneindig veel mooier dan de Nachtwacht. Maar hoe maken wij zijn schepping niet kapot? Hoe ontsieren we de aarde en maken haar onleefbaar! Wat zou jij doen als iemand met een mes in de Nachtwacht sneed? wat zou het je doen als je Rembrandt was? God is de Rembrandt van het kunstwerk aarde. Zou hij dan niet vol verontwaardiging en woede zien wat mensen ermee doen?
En dit zijn grote lijnen. Maar hoe zal Hij kijken naar mijn eigen leven? Hij is heilig! Sowieso ben ik deel van een systeem dat mensen uitbuit en de aarde vernielt. Maar ook persoonlijk: al doe ik misschien geen grove dingen, hoe ben ik niet compleet ik-gericht? Hoe is mijn diepste verlangen niet om met rust gelaten te worden en het prettig te hebben! Is dat waar de Heer mij voor gemaakt heeft?
Ja, nog een stapje dieper. Juist als kerkmensen kun je in zekere zin toch wél hetzelfde doen als de mensen die Petrus beschuldigt. Je kunt Jezus verwerpen, net als zij. Telkens weer van Hem horen, telkens weer uitgenodigd worden om je leven aan Hem over te geven – maar je leeft toch liever voor jezelf. Is dat niet vreselijk zo erg? En dan is er geen onwetendheid aan te voeren als verzachtende omstandigheid, zoals toen wel!
Wat zou jij doen als je God was, en deze aarde observeerde? Als je de kerk ziet en wat die ervan bakt? Als Hij mij ziet en doorziet, en u, en jou…?

[de genade nu: herhaling]
Nee, het valt niet mee met ons, of met de wereld. Helemaal niet. Maar dan tóch: dan heeft God déze wereld lief. Ja, lief! Déze mensen van toen en nu: moordenaars of minachters van zijn Zoon. Onwetenden en onverschilligen en zelfs mensen die het heel goed weten maar niet doen. Toch biedt Hij een nieuw begin. Hij zegt het, ook vandaag: kom bij mij, word veranderd, word zélf een kind van mij. Dankzij mijn ene, geliefde zoon, de vermoorde – maar die juist zo het duister brak… Zit aan mijn tafel, laat je sterk maken door mij. Neem brood en wijn en heb zo deel aan mijn leven. God is goed, onlogisch goed, belachelijk liefdevol, voor slechte mensen! Voel je de verwondering weer? Zouden we dat niet vol eerbied vieren komende zondag?

[bekering nodig]
En dan tenslotte: een nieuw begin. Ik zei al een paar keer bewust ‘er is altijd een nieuw begin’. Ja, een begín. Gods genade is niet het einde, niet een en al. Anders wordt het allemaal heel goedkoop en gemakkelijk en is het wonder weer weg. Als Hij ons uitnodigt, welkom heet, wil Hij wel dat ons leven verandert. Het is net als bij een moordenaar die gratie krijgt en opnieuw mag beginnen. Dan moet hij natuurlijk niet op de oude voet verder gaan – zoals helaas met vrijgelaten misdadigers maar al te vaak gebeurt…
Opnieuw beginnen dus! Dat zegt Petrus ook, in vers 19. In het Grieks staan daar twee woorden, in de NBV21 weer anders vertaald dan in de vorige editie. Samen geven die woorden weer wat God wil. Het eerste woord duidt op de binnenkant. Anders gaan denken. Niet jezelf wel OK vinden, maar beseffen hoezeer je tekort schiet tegenover God; en ook tegenover anderen. Daar begint het – van binnen. Maar dan ook het andere woord. Dat duidt meer op de daden. Stoppen met wat niet goed is, gaan leven uit liefde, eerlijk en oprecht zijn in alles.
Zo worden we geroepen, om anders te gaan denken en anders te gaan doen. Maar… niet om zo Gods genade te verdienen. Nee, omdát God zo genadig is. Dan kun je niet op de oude voet doorgaan. En als je toch terugvalt: steeds wéér mag je omkeren, je toewijden, aan Hem die ons liefheeft. Hij is ook dan vol genade.

[slot]
Aanstaande zondag vieren we het Heilig Avondmaal. De maaltijd van Gods genade, in Jezus. Een tafel van vreugde, en van ontzag. Brood en wijn wijzen op zijn dood, zijn lichaam gebroken en zijn bloed vergoten. Dat hebben wíj op ons geweten, uiteindelijk! Maar de straf die ons de vrede aanbrengt was op Hem. Door zijn striemen worden wij genezen. En meer nog: Jezus leeft! Gods goedheid heeft het laatste woord, niet de slechtheid van mensen. En Hij geeft ons leven, eeuwig leven – uit pure genade.
Laten wij dan de woorden van Petrus ter harte nemen, juist ook deze week: ons bekeren, ons denken en onze daden recht maken. Bedenk wie God is, en wij jij bent. Doe in alles wat Hij wil. Belijd je zonden, en vertrouw op Gods grote genade.
Zelfs de dood van Gods dood brak zijn liefde niet. Zelfs wie ‘kruisig Hem’ riep, is welkom. Zou hij dan u en jou niet aanvaarden? Zouden wij dan zijn genade niet verwonderd vieren?

Lof zij Christus in eeuwigheid, amen