Tags

, , ,

Gemeente van Jezus Christus,

[Inleiding]
Laat ik beginnen met een anekdote.
We lazen zojuist Psalm 144, en die psalm ken ik op een bijzondere manier. Ik was namelijk betrokken bij het werk aan een nieuwe psalmberijming. En daar moest dus ook Psalm 144 in rijm worden gezet. Nu staat er in die psalm iets over zonen en dochters. U hoorde het net, in vers 12 [lees voor]. En dat moest dus op rijm worden weergegeven. Over die dochters bedacht de dichter-van-dienst toen het volgende: “Laat onze dochters slank en sierlijk zijn, zoals pilaren op het tempelplein.”
Dat stond er al een tijdje, en niemand had er iets van gezegd. Totdat er een boze e-mail binnenkwam. Van een lezeres, die het er absoluut niet mee eens was. Er waren, schreef ze, hedendaagse schoonheidsidealen de psalm binnengesmokkeld. “Laat onze dochters slank en sierlijk zijn.” Moet u zich eens voorstellen hoe dat binnenkomt bij een meisje dat niet zo heel slank is, en dat toch al onzeker is over haar uiterlijk…
Tja. Ze had gelijk. Het staat er ook helemaal niet. Er staat alleen dat de dochters mogen zijn “als hoekzuilen”. En wat is nu een hoekzuil? Niet echt een woord uit onze tijd, het zegt ook niet per se iets over hoe slank je bent. De berijming is toen aangepast naar: “Laat onze dochters sterk en sierlijk zijn, zoals de zuilen op het tempelplein”. Stérk en sierlijk. Klein maar belangrijk verschil. Woorden luisteren nauw!
Maar ik vertel u dit niet alleen omdat het een leuk verhaal is. Want hierachter zit een diepere vraag. De vraag: wat is eigenlijk een goed leven? Een gelukkig leven? Wanneer ben je écht gezegend?
Op die vraag geeft deze psalm een antwoord, vooral in het slotgedeelte. Maar onze tijd geeft ook een antwoord. En dat hoort u overal. In de reclame, in de bladen, op sociale media: gelukkig ben je als je slank bent en knap. Als je succesvol bent, en slim. Dat is het plaatje dat ons wordt voorgehouden.
Maar wat zegt deze psalm eigenlijk? En wat zegt de Bijbel als geheel? Wat is een gelukkig, een gezegend leven?
Het thema van de preek vandaag is: strijd en sjaloom. Nog een keer: strijd en sjaloom. Naar aanleiding van Psalm 144.
Want Psalm 144 gaat over heel verschillende dingen. Er is dank aan God. Er is een gebed om ingrijpen. Er is strijd. En aan het slot, in de verzen 12 tot en met 15, staat een plaatje van wat een gelukkig leven is.
Het lijkt een beetje chaotisch. Alsof de psalm uit losse stukjes is samengeplakt. Maar die dingen staan niet zomaar bij elkaar. Want deze psalm komt uit het échte leven, en in het echte leven loopt alles door elkaar. Dank en nood, strijd en geluk. Dat is niet zoals in de reclame, waar je alleen maar slanke, knappe, succesvolle mensen ziet.
Deze psalm gaat over het echte leven met God. En ook dan is het geen sprookje. Leven, ook leven met God, is strijd én sjaloom: gevecht en geluk. Dat gaan we zien!

[Sjaloom]
Strijd en sjaloom dus. Eerst het laatste: de sjaloom.
Dat woord staat niet in de psalm. En toch gaat het erover. Het gaat erover in het slotgedeelte, in de verzen 12 tot en met 15. [Lees voor: Psalm 144:12-15]
Hier wordt een goed, een gelukkig leven geschetst. Natuurlijk zoals dat er in de tijd van toen uitzag. Een gezin dat opbloeit. Ruim te eten: volle voorraadschuren. Voorspoed: grote kuddes. En veiligheid. Dat was het droomleven van een Israëliet in die tijd. Als je dát had, dan was je gelukkig. En het woord daarvoor is: sjaloom.
Sjaloom betekent letterlijk ‘vrede’. Maar het is veel meer dan dat. Het is een leven in veiligheid, maar ook in heelheid. Alles is goed. Alles is zoals het hoort. Eenvoudig, aards.
Zó leven is een zegen van God. Dan kom je tot je recht als mens, zoals Hij je bedoeld heeft. En let op: zegen is niet alleen iets geestelijks! Zegen is ook een vervuld leven, zogezegd. Een gezin dat bloeit, werk dat werkt, geen zorgen maar vrede. Als u dat mag hebben, dan mag u dankbaar zijn! Juist ook nu, op dankdag.
Even terzijde. De duivel doet zijn best om ons daar niet tevreden mee te laten zijn. Hij is een grote kweker van onvrede: van anti-sjaloom. Heb je voldoende te eten? Dan mag je er niet van genieten, want je moet slank zijn. Heb je werk? Dan moet het een carrière zijn, en het liefst tot je een burn-out krijgt. Is er rust in het land? Dan doet hij zijn best om onrust te stoken, onvrede te zaaien, tegenstellingen uit te vergroten, zodat wij gaan zuchten over hoe slecht het gaat, in plaats van dankbaar te zien hoe góed we het hebben.
Pas ervoor op! En juist daarom is het ook goed dat we dankdag houden.

[Wees dankbaar voor voorspoed]
Deze psalm schildert dus de sjaloom, in het slotstuk. Ik weet niet hoe het bij u zit, maar ik herken er veel in.
Mijn gezin gaat goed. Er is voldoende te eten, zelfs overvloed. De kelder is vol, er zijn reserves op de bankrekening. Er is vrede in mijn omgeving en in ons land. Ik heb geen weeklacht of verdriet, ik ben goed gezond en heb geen zorgen. Ik leef in sjaloom! Ik ben erg gezegend.
Ik hoop en denk dat velen van u dingen herkennen. Loop uw leven maar eens langs. Voldoende te eten: ik denk dat dat voor ons allemaal geldt. Gezin, kinderen, kleinkinderen: velen van ons zijn daarin gezegend. Heel wat van ons hebben voorspoed, méér dan genoeg. En vrede in ons land, al een mensenleven lang…
Ja, en ik weet: er zijn ook dingen die u níet herkent. Als u wél zorgen hebt, om uw kinderen, om geld, over de toekomst, om oorlogsdreiging. Daar kom ik zo op!
Maar laten we hier eens beginnen: tel uw zegeningen. Zie de voorspoed. Zie de sjaloom. Zie dat uw leven zich zo kan ontplooien, in onze situatie, vervuld tot hoe het bedoeld is.
Dankdag is er om daarbij te helpen. In november is de oogst binnen. Ook dat is een zegen, zeker na een droge zomer! Maar het gaat veel breder.
Ik geef u een uitdaging mee: maak thuis eens een lijstje met dertig of vijftig zegeningen. U zult zien: het lukt echt!
Zeker als u het vergelijkt met andere plekken in de wereld. Met de derde wereld, met Oost-Europa. Het is goed dat er vanuit onze gemeente een jongerenreis naar toe zal gaan. Dat helpt om te beseffen: wat zijn wij bevoorrecht!
Dan is er maar één reactie passend: dankbaarheid. Aan God, de gever van alle goeds. Met de psalm, in vers 9: O God, ik wil voor U zingen, U eren. Want U bent goed. U geeft zoveel. Sjaloom.

[Sjaloom is méér dan voorspoed]
Maar dat begrip ‘sjaloom’ moeten we nog wat verdiepen. Het is méér dan veel krijgen.
Kijk nog eens naar het slot van de psalm. [Lees voor: vers 15] Dat laatste hoort er ook bij. Nee, niet ‘ook erbij’. Het hoort er integraal bij! Anders ís er geen sjaloom.
Nog een keer: sjaloom is aardse zegen mét God erbij.
Zonder God kunt u voorspoed hebben, maar geen sjaloom. Dan hebt u lege welvaart, geen vervuld leven.
Denk weer aan de reclame. Je móet slank zijn en knap, succesvol, je moet mooie spullen hebben. Meestal heb je dat niet allemaal, en dan voel je een gemis. Dat is grotendeels aangepraat.
En als je het wél allemaal hebt? Is je leven dan vervuld? Heb je dan vrede van binnen? Ik moet denken aan die meisjes die je op de catwalk ziet, of in de reclame voor dure kleding. Wat kijken die over het algemeen leeg, ongelukkig zelfs. Of aan mensen die steeds maar bezig zijn met hun huis en hun auto. Vaak zijn dat verongelijkte burgers.
De psalm begint in vers 12 met het gezin, en dát is al meer: de relaties met elkaar. Maar zelfs dan ontbreekt er nog iets, als de relatie met God ontbreekt.
En zonder God is er nog iets: dan ben je ongelukkig als je aardse dingen mist. Het is ook niet fijn als je gebrek aan geld hebt, of als je geen gezin hebt. Maar als je dan ook God mist, dan heb je niets meer. Terwijl het omgekeerde ook waar is: al heb je niet alles, gelukkig ben je als je kunt zeggen wat de psalm zegt. [vers 15b] God is meer dan de gever van goede dingen.

[Strijd]
Dat brengt ons bij het tweede punt: strijd en sjaloom. Nu eens over de strijd.
Want ja, er is vaak veel goeds. Maar het leven kent ook strijd, problemen, zorgen. Iedereen weet daar wel van.
De psalm is daar eerlijk over, in de eerste helft. Daar gaat het over strijd, over de roep om redding. Ik kan daar nu niet al te diep op ingaan. Ik zei het al: er zitten allerlei elementen in deze psalm bij elkaar. Dank, en klacht, en de schildering van sjaloom.
Sommige uitleggers zeggen: de psalm bestaat uit losse stukjes, aan elkaar geplakt. Maar dat denk ik niet! Dan wil je het theoretisch kloppend krijgen. Maar zo is de wereld toch? Strijd én sjaloom.
Strijd wil ik ook noemen op deze dankdag. Want het is niet alleen maar: wat hebben we het toch goed. Dat kan wrang voelen, als er ook andere dingen spelen in uw leven. En dat is bij heel veel van ons zo, denk ik.
Ik noem maar wat dingen. Wat speelt er bij u? Dat weet u zelf het beste!
Zorgen, om allerlei dingen. De psalm zegt: “ontruk mij aan de woeste wateren”. Zorgen om geld. Of over uw kinderen. Een derde denkt aan de stijgende zeespiegel. De psalm spreekt van mensen die liegen. De een denkt aan familieruzies, aan akelige dingen die over u gezegd worden. Een ander denkt aan de leugens op sociale media, of in de politiek.
Nee, er zijn genoeg redenen om te spreken over strijd, niet alleen over sjaloom.
De psalm weet ook van de kwetsbaarheid van elk mens. [Lees voor: vers 4] Een zucht, een schaduw die voorbijgaat.
Sommigen van ons voelen dat diep. Een ziekte die in uw leven komt! Dan kan alle grond onder uw voeten wegzakken, en is er geen vrede, geen sjaloom. Een partner die achteruitgaat, in gezondheid of in geheugen. Of uzelf… Of u bent jong, en voelt soms de trekkracht van somberheid.
Als zulke dingen er zijn, dan is dankdag, dan is danken, soms zo makkelijk niet. Dat is strijd!
En u moet niet denken dat dat niet bij het geloof past. Nee: leven met God, hier en nu, is strijd én sjaloom.

[De diepste zegen: ‘mijn God’]
En wat is dan uw houvast? Dat er ‘toch ook nog veel goede dingen zijn’? Dat helpt soms. Maar als de strijd echt groot is, helpt dat niet meer. Wat is dan wél houvast? [vers 15b]
Dáár begint de psalm ook mee. Niet met: kijk eens hoe goed het gaat. Maar met het feit dat de Heer zíjn God is, de God van de dichter. Kijk maar eens in vers 1 en 2 hoe vaak het woordje ‘mijn’ er staat. [Lees voor: vers 1-2, met nadruk op ‘mijn’; HSV: “mijn, ja míjn bevrijder”] Mijn God! Juist ook in de strijd. God tot wie u kunt roepen, bij wie u kunt schuilen, die kracht geeft vóór de strijd.
Want God is niet alleen de gever van veel goeds. Hij is ook de verlosser. De verlosser uit nood en dood en zonde. Dat is nog veel dieper en belangrijker. Dat u niet alleen kunt zeggen: ik heb dit en dat allemaal, maar: ik heb Hém.
Dat mag u zeggen, dat mag u leren zeggen. Want zo is Hij. Dan denk ik aan Jezus. God, die ons niet alleen goede dingen geeft, maar zichzelf.
De psalm zegt in vers 5: “Heer, daal af.” Hij ís afgedaald. Jezus kwam: God met ons.
Hij heeft zelf de strijd gevoerd waar vers 8 en 11 over spreken. Hij werd aangevallen door leugenaars, belaagd met valse beschuldigingen. Hij kwam in woest water terecht. Hij ging er zelfs in onder: in de dood.
En toch is waar wat vers 10 zegt: “U hebt David, uw dienaar, bevrijd.” Jezus, de Zoon van David, is ook weer opgestaan uit de dood. In de strijd heeft Hij overwonnen.
Jezus heeft voor ons het donker doorstaan. Hij heeft de dood gedragen, de zonde verzoend. En dankzij Hem mag u zeggen, leren zeggen, vol vertrouwen: mijn God. De Vader van Jezus is ook mijn Vader.
Midden in de strijd, in de zorgen van welke soort ook: ik ben van Hem! Kent u dat? Gelooft u dat? Want dán kunt u werkelijk dankdag vieren. Dan kent u sjaloom, midden in de strijd. Zoals Paulus het zegt: “de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en gedachten in Christus Jezus bewaren.”

[De komende sjaloom]
Jezus heeft de strijd gevoerd. En Jezus is het die ook de sjaloom brengt.
Nu soms al, van binnen. Maar eenmaal ook overal. Het slot van de psalm is een schildering van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.
Het klinkt misschien erg aards: volle schuren, kuddes, gezinnen. Maar God belooft méér dan eeuwig zingen in de hemel. Hij belooft zijn toekomst, als zijn koninkrijk komt. Als hemel en aarde samenkomen.
Dan zal alles goed worden. De strijd voorbij, sjaloom voorgoed!
Dat is beloofd. Dat is zeker, voor ieder die mag zeggen: mijn God. [citeer vers 15b]
Wat een rijkdom! En wat we nu al mogen ervaren aan aardse volheid, is daar een eerste afspiegeling van. In het aardse brood eet je al hemels brood, in elk feestmaal nu al iets van het hemelse feestmaal. Dankbaar mogen we genieten, want het komt van boven. Jezus heeft voor mijn brood betaald!

[Slot]
Laat ik afronden. Psalm 144 spreekt van strijd en sjaloom, van moeilijke en mooie dingen. En de psalm is heel eerlijk: hij begint bij de strijd. Maar hij eindigt met sjaloom. En zo is het, als je leeft met God. ‘De toekomst is zeker, ja, eindeloos goed…’ zoals een lied zegt.
Vaak mogen we hier al veel voorspoed ervaren. Zo mag u iets van Gods sjaloom proeven. Anderen van u hebben vooral strijd. Wat overheerst er bij u? Ik weet het niet.
Maar in alles geldt het slotwoord van de psalm. [vers 15b]
Dankdag: bedenk dat, en dank God. In voorspoed én in tegenspoed.

Amen.