Gemeente van Jezus Christus,
[Inleiding]
Laat ik beginnen met een anekdote.
We lazen zojuist Psalm 144, en die psalm ken ik op een bijzondere manier. Ik was namelijk betrokken bij het werk aan een nieuwe psalmberijming. En daar moest dus ook Psalm 144 in rijm worden gezet. Nu staat er in die psalm iets over zonen en dochters. U hoorde het net, in vers 12 [lees voor]. En dat moest dus op rijm worden weergegeven. Over die dochters bedacht de dichter-van-dienst toen het volgende: “Laat onze dochters slank en sierlijk zijn, zoals pilaren op het tempelplein.”
Dat stond er al een tijdje, en niemand had er iets van gezegd. Totdat er een boze e-mail binnenkwam. Van een lezeres, die het er absoluut niet mee eens was. Er waren, schreef ze, hedendaagse schoonheidsidealen de psalm binnengesmokkeld. “Laat onze dochters slank en sierlijk zijn.” Moet u zich eens voorstellen hoe dat binnenkomt bij een meisje dat niet zo heel slank is, en dat toch al onzeker is over haar uiterlijk…
Tja. Ze had gelijk. Het staat er ook helemaal niet. Er staat alleen dat Lees verder →