Gedachten na Israëlzondag 2026

 

Het klinkt vertrouwd en sympathiek,
dat ‘eerst de Jood en ook de Griek’ –
wij die ook delen in de zegen
die God aan zijn verbondsvolk gaf…
Maar ach, dat ‘ook’ valt bitter tegen:
het merendeel wees Jezus af.

Het was al Paulus’ diep verdriet:
zijn volk kent de Messias niet.
Nee, ze zijn niet door God verstoten –
al zijn beloften blijven waar.
Maar toch: hun ogen zijn gesloten,
en nu al haast tweeduizend jaar.

De vreemde omweg in Gods plan,
die ik maar half begrijpen kan:
de zegen ging naar alle kanten
en Jezus wordt alom geëerd,
behalve bij zijn bloedverwanten;
en dat voelt vreselijk verkeerd.

Wanneer komt eindelijk de dag
dat ook de Joden vol ontzag
voor hun Messias zullen buigen,
dat Jood en heiden met elkaar
om Gods verlossing zullen juichen?
Het duurt zo lang. Heer, maak het waar!

 

Bij Romeinen 1:16, Romeinen 9-11, en Romeinen 15:8-12