Tags

, , ,

(Schriftlezing: Lukas 24:1-12)

Gemeente van Jezus Christus,

[intro: nieuw leven]
Pasen is het feest van nieuw leven! Je ziet het overal, de symbolen van het nieuwe begin, van lente, van leven: paastakken, die na een dorre winter prachtig groen uitlopen. Er komt een nieuw begin, nieuwe groei en bloei! In de kringloop van het jaar wint de lente het weer van de winterse dorheid en dood. Een ander symbool met Pasen zijn eieren – al heten die bij de HEMA tegenwoordig geen paaseieren meer, schijnt het… Een ei is een symbool van nieuw leven: er komt immers een klein kuikentje uit! De paashaas is ook al zo’n oud symbool van leven dat doorgaat. Immers, konijnen staan bekend om hun voortplantingsdrift. Levenskracht die niet te stuiten is!
Niet voor niets zijn deze van oorsprong heidense symbolen verbonden geraakt met het christelijke paasfeest. Gaat het met Pasen immers niet bij uitstek over nieuw leven? Immers, met Pasen vieren we dat Jezus opstond uit het graf. Hij leeft en Hij brengt leven. In welk jaargetijde zou je dat beter kunnen vieren dan in de lente, als alles uitloopt? Is de cyclus van de natuur ook niet een voortdurend sterven en dan toch weer opstaan?
En toch… NEE! Zo moeten we niet denken over het feest van Jezus’ opstanding. Zo wordt het christelijke Pasen een heidens lentefeest. Een narcis- en paastakfeest. En dat is nu net níet waar het over gaat! Pasen vieren we in de lente, omdat Jezus stierf op het Joodse paasfeest. Geen vruchtbaarheidsfeest is dat, maar het feest van de uittocht uit slavernij! Het feest van Gods grote bevrijding. En ja, dat valt in de lente, als de narcissen bloeien. Toen is Jezus opgestaan. Maar Jezus’ opstanding heeft werkelijk niets te maken met paashazen of beschilderde eieren. Waar het dan wél over gaat, daar willen we vanmorgen bij stilstaan.

[het verhaal]
We hoorden het verhaal uit de Bijbel. Een aantal vrouwen gaat vroeg in de morgen op weg naar de plek waar Jezus is begraven. Zodra de stadspoort opengaat ’s morgens vroeg gaan de vrouwen de stad uit. Hol klinken hun voetstappen op tegen de stadsmuur als ze het pad naar beneden nemen. De zon komt net op en werpt lange schaduwen. Veel zeggen ze niet. Wat is er ook te zeggen, na alles wat er de afgelopen dagen is gebeurd? Hun leraar, hun rabbi, Jezus, is ter dood veroordeeld en vermoord. Ze kunnen nog nauwelijks wennen aan het idee dat hij er echt niet meer is. Stil lopen ze door, en ze voelen de koele ochtendwind waaien.
Onderaan de helling buigen ze af. Aan hun linkerzijde zien ze de heuvel Golgotha, verlaten en kaal. Er staan een paar palen, die hen doen huiveren. Daar is Jezus gekruisigd. Ze hebben het van een afstand allemaal gezien. Zijn pijn, zijn bespotting, zijn sterven. Liever kijken ze maar de andere kant op. Daar is een groene helling met struiken en bomen. Daar is het graf, waar Jezus’ lichaam rust. Ze waren erbij, toen Hij erin gelegd werd. Daarheen zijn ze op weg. Dóód is Hij van wie ze hielden! Nu, op deze vroege morgen, zijn ze op weg om zijn lichaam te verzorgen met kruiden en specerijen. De laatste eer die ze hem kunnen bewijzen.
Dan, ineens, aarzelt één van de vrouwen. Het graf is open! Geen graf in de grond zoals bij ons, maar een uitgehakte kamer in de rots, afgesloten door een soort grote molensteen die ervoor gerold werd. Wat is dat? De steen is wéggerold. Wie heeft dat gedaan?
Ze haasten zich ernaar toe. Allerlei gedachten schieten door hen heen. Zijn andere volgelingen van Jezus eerder gekomen om het lichaam te verzorgen? Zouden vijanden zelfs Jezus’ lichaam niet met rust kunnen laten? Ze gaan voorbij de steen de grafkamer in. En ze zien… niets! Het graf is leeg!

[de ‘aporie’]
Met stomheid zijn de vrouwen geslagen. Hoe kan dit? Wat is er gebeurd? Allerlei gedachten schieten door hun hoofd. Wie heeft dit gedaan? Waarom? Letterlijk staat er in de grondtaal het woord ‘aporie’ – dat wil zeggen ‘ongerijmdheid’. Op geen énkele manier kunnen ze plaatsen wat ze zien. Eén voor één sluiten ze alle mogelijkheden uit, opgewonden pratend, of misschien wel fluisterend. Grafrovers? Die waren er destijds wel. Ze plunderden graven om de kostbaarheden te stelen die aan de dode werden meegegeven; een ring of een armband bijvoorbeeld. Gewetenloze boeven. Maar grafrovers laten het lichaam toch liggen? Of zouden vrienden van Jezus het lichaam van hun meester verplaatst hebben? Maar waarom – hier lag Hij toch goed, in een mooi nieuw graf? Of vijanden dan? Kunnen die Jezus zelfs nú niet met rust laten? Maar nee… Als de vrouwen goed rondkijken, zien ze de doeken liggen waar Jezus’ dode lichaam in was gewikkeld – een kist kende men destijds niet. Als je gaat slepen met het lichaam van iemand die al een poosje dood is, ga je het toch zeker niet eerst uitpakken?
Onbegrijpelijk! Niet te vatten! Je zou haast zeggen dat Jezus uit zijn graf is gewandeld. Maar dat kan niet. Hij was dóód, dat weten ze best. En trouwens, die steen dan… Ze kunnen het niet begrijpen. Wat is er toch aan de hand? Dit past in geen enkel plaatje!

[de boodschap: Hij opgewekt!]
En dan… dan gebeurt er iets nóg wonderlijkers. Kijk! Ineens staan er twee mannen in blinkende kleren bij hen. De vrouwen schrikken enorm. Met heldere stem zeggen de hemelse mannen: “waarom zoeken jullie de levende bij de doden?? Hij is hier niet, Hij is opgewekt!” Opgewekt – door God. Lévend geworden, al was hij dood en begraven. Is dit de verklaring? De stralende mannen geven geen plaats aan twijfel. Hier is inderdáád iets gebeurd dat in geen enkel plaatje past. Jezus is er niet, omdat Hij levend is geworden. Dat heeft God gedaan!
Dan zijn de mannen ineens weg. En nog steeds staan de vrouwen versteld. Haast nog verstelder. Ze geloven wat er gezegd werd, ze kunnen niet anders: hier moet inderdaad een wonder gebeurd zijn. Maar honderd vragen komen bij hen op: Hoe, wat, waarom?

En nu weer terug naar hoe ik begon. Voelt u hoe Jezus’ opstanding iets compleet anders is dan het nieuwe leven dat elke lente komt? Dat laatste is de kringloop van de natuur. In het voorjaar leggen de vogels een ei. Dat wordt een vogeltje, dat volgend jaar weer een ei legt. Maar… de oude vogel gaat dood. Ook dát hoort bij de cyclus van de jaren. De dood hoort bij het gewone bestaan. En wat dood is staat nóóit meer op! Goed, je zou kunnen zeggen: wat dood is verteert. En met die voedingsstoffen bloeit weer nieuw leven. Altijd gaat het leven door. Ergens wel een mooie gedachte. Maar toch: dat is allemaal een natuurlijke gang van zaken. In de natuur gaat er nóóit een graf open. Staat een dood vogeltje niet meer op, laat staan een dood mens. Nee, Pasen, de opstanding van Jezus kunnen we inpassen in nieuw lente-leven. Als Pasen iets is, is het de doorbréking van die eeuwige omloop!

[Gods nieuwe leven/wereld]
Pasen is wonderlijk, onbegrijpelijk – ook al heb je het verhaal al vele malen gehoord. Een graf dat opengaat; stralende hemelse mannen die op de aardse bodem staan. Dit past niet in de gewone kaders. Weet u wat het is? Hier breekt Gods werkelijkheid binnen in de wereld. Hier blijkt het gewone leven niet het énige te zijn, niet alles wat er is. Met Pasen mag ik het u verkondigen: er is wél meer. Een dode kan herleven, de natuurwet kan doorbroken. Achter de schermen van deze wereld is God, die Jezus deed opstaan. Hij zit hierachter. En dan moeten onze ideeën op de helling. Dan is de kringloop van de seizoenen, de gewone gang van zaken, niet het één en al. Achter onze wereld zit Góds wereld! Zijn leven komt ons tegemoet.
Jezus had het vaak over Gods koninkrijk dat komt – Gods nieuwe wereld, zoals de Bijbel in Gewone Taal het treffend noemt. En dat kon wereldvreemd gepraat lijken. De wereld is toch zoals ze is? Een nieuwe, andere, echt lévende wereld – wat voor hoop is daar nu op? Ja het zou mooi zijn… Maar is het meer dan een droom? Maar nú, nú met Pasen zien we ineens dat het onmogelijke toch gebeurt. Hij die stierf, is de levende! Gods kracht doorbreekt alle wereldwetten. Maar zou dan die nieuwe wereld, waar Jezus van sprak, toch óók misschien niet kunnen komen? Dwars tegen alle onmogelijkheid heen?

[toepassing]
Jezus’ opstanding geeft hóóp. Hoop dat alles anders zal worden. Uit die hoop leeft een christen. Hoop op alles wat God beloofd heeft, hoe ongelooflijk ook. Voor de toekomst van de wereld: alles wordt nieuw, God zal koning zijn. En ook voor je eigen toekomst. Leven, zelfs als je sterft. Waarom kan ik dat geloven? Omdat Jezus is opgestaan! Dát Jezus is opgestaan hoeft u niet te betwijfelen. Lukas noemt de getuigen met naam en toenaam. Vrouwen, destijds degenen wiens woord weinig waard was. Als het verhaal verzonnen was, had hij wel wat beters verzonnen! Maar zó ging het. Niet te vatten, maar wel waar: het graf is leeg. De wereld is opengebroken!

Wat geeft mij dat dan een hoop. Een vertrouwen dat wat God zegt wáár is. Ook voor mij persoonlijk, en voor u. Want vanuit de Bijbel begrijp ik dit: Jezus’ opstanding niet een eenmalige aberratie, het is een begin. De Bijbel noemt Hem niet voor niets de ‘Eersteling’, de ‘eerstgeborene uit de doden’. Ieder die in Hem gelooft, mag óók een leven ontvangen dat verder gaat dan de kringloop van jaren en mensen. Jezus leeft – en God zal ieder doen leven die bij Hem hoort. Ook al komt de dood. Ook al ga je het graf in. Toch léven. Bij God bewaard tot straks als Gods nieuwe wereld komt en alles anders wordt. Dat geloof ik!
Gelooft u dat? Er zijn wel mensen die tegen me zeggen: er is er nog nooit een teruggekomen! Maar dat is niet helemaal waar. Jezus is opgestaan! En tegelijk is hij niet terúggekomen. Hij is ons vooruit. Op al onze vragen van wat en hoe, hoe het kan en hoe het is, geeft Hij ons geen antwoord. De vrouwen bléven vol vragen, en wij ook. Maar dít moeten we wel weten: er is dus méér dan de kringloop van de natuur. Dat je opgroeit, leeft, oud wordt en sterft – einde verhaal. Nee! Jezus’ opstanding toont: wat christenen geloven is geen wensdroom. Hij die stierf, leeft. Gods kracht kan álles doorbreken. Hij maakt zijn beloften waar. Daarom mag een christen zijn hoofd neerleggen in hóóp. Voor zichzelf en voor deze hele wereld. Want Jezus leeft, hij is opgestaan – en dat maakt alles anders. Dan is het wáár dat er iets sterker is dan de natuurwetten, sterker dan de dood. God die Jezus opwekte. Dan mag je vertrouwen dat zijn woorden waar worden!

[vb. Hernhutters]
De Hernhutters zijn een christelijke beweging die je in ons land onder andere in Zeist kunt vinden. Zij vieren Pasen op een heel bijzondere manier. Weet u hoe? Heel vroeg op deze paasmorgen zijn ze samengekomen met hun kerkgemeenschap. En weet u waar? Op de begraafplaats achter hun kerk. Wat een rare manier om Pasen te vieren. De begraafplaats wijst toch op dood en einde, terwijl Pasen spreekt van leven en begin? Ja, en juist dáárom komen ze samen op het kerkhof. Om te belijden dat Gods opstandingskracht sterker is dan de dood. Om te belijden dat hun begraven broeders en zusters léven bij God. Om ervan te zingen dat eens alle graven zullen opengaan. Want Jézus’ graf was open.
Zo staan ze daar, in de vroegte. Met trompetten en andere blazers, en ze zingen: “Jezus leeft, en wij met Hem! Dood, waar is uw schrik gebleven?” En zo lopen ze langs de gravenrijen naar de kerkdeur!
Wat een getuigenis. Een mens zonder God kan het niet vatten. De wereld draait door, en wie sterft is dood, toch? Maar de Opgestane Heer wijst ons op méér. Zijn graf is léég – dan worden eens al Gods beloften waar!
Laten wij er ook maar van zingen:
O hart, spring op vol vreugde,
want dit is ongehoord:
God heeft de dood beteugeld,
zijn grote dag breekt door!

Amen

Advertenties