Tags

, ,

Uit de Bijbel is gelezen: Mattheus 17:14-20. Deze dienst was gericht op mensen met een verstandelijke beperking

Lieve broers en zussen in de Heer,

[intro: groot en klein]
Ik wil het vandaag eens met jullie hebben over groot en klein! Want daar gaat het over in het stukje dat wij uit de Bijbel lazen. Groot en klein.
→ kunnen jullie eens iets noemen dat heel groot is? [Eiffeltoren, of de toren van de kerk in Monster
→ en iets dat heel klein is? [mier, zandkorrel]
Jezus noemt in het Bijbelstukje ook iets dat heel klein is. Een mosterdzaadje.
→ hebben jullie dat wel eens gezien? [zo ja: hoe ziet eruit?]
Ik heb hier een mosterdzaadje meegenomen. [schud uit potje, laat zien].
→ Zien jullie iets? [nee…] Te klein om te zien zo. Dan moet je dichtbijkomen, dan zie je het wel.
Ik heb hier een heel potje mosterdzaadjes bij me. Straks na de viering kun je het wel even bekijken.
Nu is zo’n mosterdzaadje klein. Maar Jezus heeft het over een geloof zo groot als een mosterdzaadje. Dat is nog wat anders! Wat is dat?
Hoe groot iets of iemand is, dat kun je opmeten. Dan pak ik mijn rolmaat [doe dat], en dan meet ik: Deze [voorwerp] is zo groot, en deze zo, die is kleiner. En zo’n mosterdzaadje is heel klein!
Maar hoe zit het nu met groot en klein geloof? Dat kun je toch niet opmeten met een rolmaat?
Wanneer heb je groot geloof, en wanneer klein? Kijk, daar gaat het over vandaag!

[het verhaal]
Eerst maar eens het verhaal. Er komt een man naar Jezus toe. Hij kijkt naar Jezus, hij valt zelfs op zijn knieën, en hij roept: Heer, help me! Help mijn kind! Heb medelijden! Hij wil heel graag dat Jezus zijn zoon weer beter maakt
Wat is er aan de hand? De zoon van deze man is ziek, heel ziek. Heel letterlijk staat er ‘hij is maanziek’. Wij noemen dat tegenwoordig epilepsie
→ weten jullie wat dat is?
Misschien zijn er hier ook wel mensen die soms epileptische aanvallen hebben, of misschien heb je het wel eens gezien bij iemand anders. Dat is best heel eng om te zien! Dan valt iemand op de grond, begint te schokken, zijn ogen staan heel raar, en hij reageert niet meer op anderen. Dat heeft de zoon dus ook van de man die bij Jezus komt.
Tegenwoordig zijn er dingen die vrij goed helpen, bijvoorbeeld snel medicijn geven als iemand zo’n aanval krijgt. Dat moet je dan altijd bij je hebben. Of als iemand vaak een aanval krijgt, kun je een soort helm krijgen. Dat zorgt dat je jezelf niet teveel pijn doet als je valt. [ik zie er hier in de zaal ook wel (?)].
Maar, vroeger, in de tijd van Jezus, was dat er allemaal niet. De vader van die jongen is machteloos. Zijn jongen is al in het haardvuur gevallen bij zo’n aanval – levensgevaarlijk. En in het water – bijna verdronken. En het wordt steeds erger. Wat moet hij doen?
De man gaat op zoek naar Jezus. Want hij gelooft: Jezus heeft macht. Hij kan de jongen weer beter maken. Eerst vroeg hij het aan Jezus’ leerlingen, maar die konden het niet. En nu vraagt hij het aan Jezus: Heer, help toch! En… Jezus helpt. Hij spreekt een paar woorden, en de jongen is weer helemaal beter. Ongelooflijk! Als we het toch over groot en klein hebben: een gróót wonder!

[leerlingen konden niet door klein geloof]
Een tijdje later vragen Jezus’ leerlingen iets aan hem. Ze zeggen: waarom konden wíj die jongen niet genezen? Wat een rare vraag. Toch logisch dat een gewoon mens niet zo’n wonder kan doen.
→ Dat kan alleen Jezus toch? Of niet?
Je moet weten dat Jezus zijn leerlingen er al eerder opuit had gestuurd. Hij had ze toen zijn macht gegeven om zieken te genezen en boze geesten uit te drijven. Ze hadden al eerder mensen genezen. Dat konden ze wel! Maar nu lukt het niet!
Waarom gebeurde er nu niet? Jezus zegt: omdat jullie geloof te klein is.
Dan zijn we weer bij dat ‘groot en klein’ waar we mee begonnen
→ Hebben jullie eigenlijk een groot of klein geloof? Waarom?

[belang van geloof]
Het is niet de eerste keer dat Jezus zegt dat zijn leerlingen maar een klein geloof hebben. Eerder al had hij verteld over hoe God zorgt voor de bloemen en de vogels. Als je kijkt hoe mooi de dingen in de natuur groeien en bloeien, dan zie je hoe God voor alles zorgt. Jezus zei toen: “zal Hij dan niet veel meer voor jullie zorgen, klein-gelovigen?”
Een andere keer zaten Jezus’ leerlingen in een boot toen het ging stormen. Ze waren erg bang. Maar Jezus was ook in de boot, en hij zorgde dat de storm stopte. Hij zei: “waarom zijn jullie bang? Jullie geloof is zo klein!”
God zorgt altijd voor ons. Dat mag je geloven. Soms zijn er erge dingen. Dat je ziek wordt, of dat je bang bent voor dingen. Dat anderen je pesten, of dat je moet verhuizen naar een andere groep. Maar Jezus kan je altijd helpen! Hij is machtig! Alleen… dan is het ook belangrijk dat je dat gelooft. Dat je Hem vraagt, bidt, of Hij je wil helpen, of beter maken, of troosten. Een groot geloof, dat is dat je echt gelooft dat Jezus kan helpen, altijd.
Ik wil het jullie echt op het hart drukken vanmiddag: geloof maar in Jezus’ macht. Is er iets, vraag Hem dan om je te helpen. Want Hij kan het! Altijd! En ik denk dat jullie daar heel goed in zijn, om gewoon te geloven. Misschien wel veel meer dan mensen die denken dat ze heel wijs en verstandig zijn!

[als een mosterdzaad: kiem]
Maar hoe groot moet je geloof dan zijn? Misschien denk je wel mijn geloof is zo groot niet. Dat denk ik ook wel eens…
Dan is het zo mooi wat Jezus zegt. Hij zegt: je geloof hoeft maar zo groot te zijn als een mosterdzaadje [toon weer]. Is dat nu groot? Zo’n zaadje is maar klein. Maar, wil Jezus zeggen, een klein beetje echt geloof is al genoeg.
→ wat gebeurt er als ik zo’n zaadje in de grond stop? [gaat groeien, komt plant uit]
En zo is het ook als je gelooft in Jezus’ macht, als je vertrouwend hem vraagt om je te helpen. Dan komen daar grote dingen uit. Niet omdat mijn geloof nu zo groot is, maar omdat God zo machtig is. Als je gelooft, als je bidt om zijn hulp, dan maakt dat verschil. Dan helpt Hij je. Dan maakt Hij de dingen anders. Geloof het maar!
Heb niet een klein geloof, maar een groot geloof. Want we hebben een grote God!

Amen

Advertenties