Tags

, ,

Gemeente van Jezus Christus,

[Intro]
Er zijn allerlei organisaties in ons land waarbij er een C in de naam zit. Ik denk aan de NCRV, de PCOB, het CNV, het CDA… Je hebt ook PC-scholen, zoals dat heet – Protestants-christelijk. Want de C in al die afkortingen staat natuurlijk voor christelijk. Misschien weet u of jij er nog wel een paar, van vroeger of van nu – want vroeger kwam je die C vaker tegen. Door fusies en andere veranderingen is nogal eens de ‘c’ van christelijk verdwenen uit allerlei namen van organisaties.
Maar is dat erg? Wat is dat eigenlijk, christelijk? Dat je het christelijk geloof aanhangt waarschijnlijk, of dat je vindt dat christelijke principes leidend moeten zijn. Of soms betekent het nog minder. Sommige politici hebben het over de Joods-christelijke identiteit van Europa die vooral behouden moet blijven. Maar het lijkt er wel op dat daarmee ze vooral de islam willen afwijzen, zonder dat ze verder zoveel hebben met Christus, onze Heer.
Nee, ‘christelijk’ dat is een label waar veel over te zeggen is, en niet altijd positief. Wist je dat het hele woord niet eens in de Bijbel voorkomt? In de Bijbel gaat het niet over ‘christelijk zijn’ – als cultuur, of als label voor een club. Wat je wel tegenkomt, zijn ‘christenen’. Geen idee of een cultuur, maar ménsen; mensen die iets hebben met Christus. Daar wil ik het vanmorgen eens over hebben, over wat het betekent om een christen te zijn. De tekst die centraal staat, lazen we in Handelingen 11:26 “Het was in Antiochië dat de leerlingen voor het eerst christenen werden genoemd”. Ik heb mijn preek verdeeld in 3en, allemaal met een G:
– allereerst is het een Godsgeschenk om christen te zijn;
– ten tweede is het iets dat blijkt in je Gedrag;
– en ten derde is het een Geven van jezelf.
Dus: Godsgeschenk, gedrag, en jezelf Geven.

[de eerste ‘christenen’]
“Christenen” – in de stad Antiochië klinkt voor het eerst die naam. Dat is een heel eind bij Jeruzalem vandaan, waar het allemaal begonnen is. Als gevolg van vervolging zijn veel gelovigen uit Jeruzalem en Judea gevlucht. Niet leuk voor hen, maar wel goed in Gods grote plan. Want als gevolg hiervan komt de boodschap over Jezus op veel verschillende plaatsen terecht. De gelovigen die gevlucht zijn, vertellen vrijmoedig over hun Heer. En als gevolg wordt de groep volgelingen van Jezus Christus steeds groter en diverser.
– Echter: het waren nog wel alleen Joodse mensen, en mensen die zich hadden bekeerd tot Joodse geloof, zgn ‘proselieten’.
– Maar: Gods plan groter. Jezus: ga heen in de gehéle wereld. Over die beweging gaat heel t boek Hand! In wat we vandaag lezen: doorbraak
– in voorgaande hst. kwam t al wat op gang: Samaritanen (soort halve Joden), een man uit Ethiopië (voor mijn vakantie). H 9-11: de H. Geest kwam op een romeinse hoofdman.
– Nu trekken paar chr. de consequentie: ze gaan over Jezus vertellen aan niet-Joden. Aan heidenen, mensen die in de Griekse goden geloofden – en wellicht nog andere.
– Groot succes! De kerk groeit daar. Geen groep binnen Jodendom meer, maar iets nieuws, intercultureel.
– Trekt de aandacht. Mensen: wat is dat voor nieuwe groep? Antwoord: christenen.
– Waar komt vandaan? Van ‘Christus’ natuurlijk: aanhangers van Christus. Vgl. Herodianen, Augustianen. Heel belangrijk, ook voor nu: JEZUS centraal. Geen leer of idee, een persoon. Een chr. is een volgeling van Jezus Christus, niet een lid van een groep of cultuur allereerst !

[Reden tot blijdschap]
– Zo zet Gods grote plan door: dat meer en meer mensen christen worden – Jezus-aanhangers worden, zelfs in heidense steden. Dat is de eeuwen door verder gegaan. Zo is het evangelie de wereld doorgegaan. Zelfs in t verre NL gekomen. Wíj mogen christenen zijn – of je mag het worden, als je niet bent.
– Dat is ALLEREERST een Godsgeschenk. Iets om blij mee te zijn. God roept ook jou en mij, om bij Jezus te horen. En door Jezus bij Hem.
– Christen-zijn: geen label, maar een enorm cadeau. als je gedoopt bent, gelooft, Jezus volgt, dan ben je rijk!
– Niet, want mensen wel denken, en wat je mischien als tiener ook wel denkt: christen, dan mag je dit niet en moet je dat wel… Nee, daar gaat het niet om! Christen-zijn is een cadeau! Bij de Heer horen.
– BEELD: stel het je maar letterlijk voor: een groot cadeau, dat je mag uitpakken. Beeldend: je kijkt naar t pak, haalt de strik eraf, opent… wat zit er in? Allerlei mooie dingen
– Wat krijg je als je christen mag zijn? Heel veel! Ik kan wel opsommen, maar ik citeer liever een lied van de groep LEV, dat die deze week hoorde. Dat gaat over christen-zijn:

Weten bij U [bij Jezus] te horen doet ons goed
Het draagt ons door de dagen,
is een deken in de nacht
Het is vrede met het leven
Het is leven in Uw kracht

Weten bij U te horen doet ons goed
geeft rust in doen en denken,
is een houvast in de tijd
Het geeft ritme aan het leven
Het geeft hoop en zekerheid
Jezus, U bent goed

U geeft elke dag nieuwe liefde
U geeft ons meer dan genoeg
Jezus, U bent goed

– Wees blíj: God heeft het evangelie de wereld in laten zijn. Zodat steeds meer mensen christen kunnen zijn van Jezus horen, in Hem geloven, en al dat goede krijgen. Jij ook, als je wilt! Vergeving, aanvaarding, hoop die het houdt, wijsheid in het Woord, horen bij Gods familie.
–  ervaar jij ’t ook zo, christen-zijn? Of vind je christen-zijn soms best een last, of gewoon lastig? Ik mag verzekeren: christen zijn is een cadeau. Niet iets wat je moet zijn, iets wat je mág zijn. Bedenk wat de Heer je geeft, en hoe Hij van je houdt, en wees blij! Christen kijkt 😊 niet ☹

[de daad bij de naam, toen]
– Dan ook punt 2: Christen zijn is iets dat blijkt in je gedrag. Christen-zijn is meer dan een naam, de C in de PCOB zeg maar, en meer dan dingen voor waar geloven. Het is een cadeau, een Godsgeschenk.
– Maar… een christen zijn is méér dan iets wat veel geeft. Jezus volgen betekent meer dan hemelhoop hebben, of een hulp in nood. Als dat alles is: therapeutisch christendom – God die onze wensen vervult. Dan kun jij onveranderd verder leven. En dat klopt niet. Want: christen-zijn blijkt ook uit je gedrag, dat is punt 2.
– Zien we in het Bijbelgedeelte: profeet Agabus – hongersnood komt. Spontaan doe die eerste christenen wat: delen van hun bezit. Inzameling  Judea, daar veel nood blijkbaar.
– Hun christen-zijn blijkt uit hun daden. Wat voor daden? Vast ook dat ze samenkwamen, naar kerk gingen. Trok aandacht – die naam gekregen.
– Maar ook uit meer. Bij ‘christen-zijn’ hoort: goed doen, geven om anderen, delen. Los zijn van geld en bezit en zekerheid, wat normaal zo belangrijk is voor mensen. Niet ‘ik eerst’, maar ‘wat kan ik doen voor de Heer en voor anderen?’
– Doen ze vrij en licht. Niet van ‘is onze plicht, moet’. Komt spontaan op. Profeet Agabus gaf geen bevel. Mooi als ook nu spontaan goede daden acties opkomen: dat is nu echt christelijk, werk van Gods Geest.

[de daad bij de naam, nu]
– De eerste chr. In Antiochië voegden de daad bij de naam. En moge helder zijn: zo mag en moet t ook nu zijn! als dat niet zo is, is ‘christelijk’ een leeg label. Jezus volgen in je daden. als je dat niet doet, kun je je wel chr. noemen, maar ben je het ten diepste niet.
– Jezus volgen is een ‘lifestyle’, niet een label [herhaal]. Niet iets voor zondag, maar van alle dagen. Hoe is dat bij ons? Niet als iets dat moet, maar als iets dat mag, dat je wílt: Jezus volgen op alle terreinen van je leven. In hoe je je werk doet, omgaat met anderen, deelt en geeft, hoe je misschien spontaan in actie komt.
– Christen-zijn blijkt uit je gedrag. Uit wat je doet, maar ook wat je niet doet. Daar is ook nog iets van te zeggen. In het Grieks klinkt “Christianoi” (Christenen) bijna hetzelfde als “chrestianoi” – en dat betekent iets van “de braverikken”. Volgens een Bijbelcomm. was de naam chr. misschien wel deels bedoeld als spotnaam. Want die chr. deden niet mee met de leuke dingen van het leven, dat viel ook op. Offerfeesten met lekker eten en drinken meden ze, en ook dat ze niet naar de voorstellingen in het amfitheater gingen.
– Zou dat ook nu niet zo kunnen zijn? Chr. zijn blijkt uit gedrag, ook wat je níet doet. Sommige feestgelegenheid waar je niet wilt zijn als chr. tiener of twintiger (- of vijftiger trouwens).
– Of het amfitheater van nu: de TV. Toen wilden chr. niet genieten van hoe gladiatoren elkaar doodmaakten – hoeveel doden heb jij al met plezier zien vallen in films? Christenen toen wilden niet luisteren naar al de platte en flauwe dingen die op het toneel kwamen – en hoe is dat met waar je naar kijkt op Youtube en TikTok en dergelijke?
– Zomaar paar voorbeelden: gedrag. Wat je wel, én wat je niet doet!

[toewijding aan Christus, toen]
– Maar dan tenslotte, PUNT 3 nog kort. Christen zijn is niet alleen een Geschenk, en iets dat uitkomt in je Gedrag, maar het is ook een jezelf Geven.
– Met wat ik net zei, dat christen-zijn uitkomt in je gedrag, kom je al snel bij een véél voorkomend misverstand: geloven = goed leven, dingen doen of niet doen. Alleen… anderen doen ook goed en mijden kwaad. Als het daarop aan komt, dan kun je ook wel humanist zijn.
– VB: als geen vier poten  geen hond. Maar als wel vier poten, dan ben je nog geen hond! misschien wel een domme koe. Zo ook: Komt geloof niet uit in je gedrag: geen chr. Maar andersom klopt het niet: vertoon je christelijk gedrag, dan ben je nog niet automatisch een christen.
– Christen-zijn heeft namelijk ook een binnenkant. Jezelf Geven, Geven aan de Heer. Een Christen is niet iemand die zomaar goed doet en kwaad mijdt, een christen is een volgeling van Jezus Christus. Dáár zit de kern. Hij is de levende Heer. Chr. zijn is leven mét Hem, en voor Hem. Het gaat niet alleen om wat je doet, maar ook waarom je het doet. Vanuit de liefde van Hem die in je leeft, vanuit de liefde voor Hem aan wie je je Geeft.
– Dat zien we ook hier: 13:2. De eerste christenen waren niet alleen bezig met sociaal werk, met inzamelen tegen de honger. Nee, we lezen ook: ze hielden een gebedsdienst, ze vasten.
– Gebedsdienst: ok te vertalen ‘eredienst’ – Jezus eren/aanbidden, dicht bij Hem willen zijn. Blik naar boven! Vasten om te tonen: niets anders dan u verzadigt. En tonen: beschikbaar zijn.
– Gevolg: God schakelt ze in voor zijn plan. Wijst ze de weg. Saulus en Barnabas moeten op zendingsreis. God plan voor de wereld gaat verder, en daar geven de christenen in A. zichzelf aan: om mee te werken in dat plan.

[toewijding nu]
– Jezelf geven, toewijding, beschikbaar zijn voor wat God vraagt. Hoe is dat bij ons? En nogmaals, dat is niet wéér iets dat moet. Bedenk hoe groot het geschenk is, dat je christen mag zijn. Wees blij dat je bij de Heer mag horen! Dan wil je toch jezelf aan Hem geven, je toewijden?
– Gebedsdienst, vasten… leeft dat een beetje onder ons? Niet alleen ‘ok, ik ben christen’, maar ook: de Heer zoeken, bidden – áánbidden. Beschikbaar zijn. Vragen ‘wat wilt u dat ik doe?’ Luisteren naar zijn stem.
– Ik kan u en jou verzekeren: als we hierin meer op die eerste christenen lijken, zullen we merken hoe gezegend zo’n leven is. Naarmate jij jezelf geeft aan Hem, geeft Hij Zich meer aan jou! Allereerst in het ervaring van Jezus’ levende nabijheid. Want nogmaals, het is geen idee dat we volgen, maar de levende Heer. als je je richt op Hem, zul je het merken.
– God wijst dan wegen, ook nu! Wegen die je mag gaan als volgeling van Jezus. Soms voor t goede dat voor de hand ligt (vgl. die honger). Soms ook stap verder: bv iemand vergeven.
– Soms ook roeping/op je hart krijgen etc. misschien roept Hij u of jou wel, om te gaan preken, of om mensen te helpen, of wat dan ook. Het gebeurt nóg dat God spreekt en roept. Net als toen? Kan. VB: vrouw ‘Mongolië’. Ander: aangesproken door preek  –> werd ds

[slot]
– Christen zijn, dat is: Jezus volgen.
o Een geweldig geschenk,
o iets dat blijkt in je gedrag
o én een geven van jezelf aan Hem.
– Leg je leven er eens naast! Wees blij, je mag bij de Heer horen! Doe het goede, met een vrolijk hart. Zoek Hemzelf, en geef jezelf aan Hem om jou te gebruiken en de weg te wijzen.
– Christen zijn, Van Christus zijn: wat zou ooit beter zijn?
AMEN