Tags

, ,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro ‘Kom over en help’]
– Er is stichting in NL, die heet ‘Kom over en Help’ – afgekort KOEH met een h
– Wat ze doen: hulp verlenen in Oost-europa. Eerst, toen comm. en IJzeren Gordijn er nog was smokkelden ze Bijbels en steunden kerken. Later, toen comm. ingestort, gingen ze ook veel praktische hulp verlenen. Kerkjes bouwen, zorg voor arme gezinnen, onderwijs aan Roma-kinderen, enz.
– Beetje zoals ‘GAiN’, hier in de omgeving meer bekend. Kom over en help meer vanuit de Veluwe geloof ik. Helpen dus in Oost-Europa, en tegenwoordig ook verder, tot in Armenië en Georgië toe
– Elk jr. krijg ik een brief van die stichting: ‘help oma de winter door’ – [beschrijf plaatjes]. En dan geef je daar wat aan.
– Steun de KOEH – erg lelijke afkorting. Betekent dus ‘Kom over en help’. Maar waarom die naam? Komt uit Bijbelstukje dat lazen. Een man uit Macedonië roept ‘steek over naar M. en help ons’ – in een oudere vertaling staat daar ‘k.o.e.h.’
– Paulus hoorde roep uit M., daar was hij nodig. Zo hoorden de mensen die die stichting oprichtten, n roep uit Oost-Eur. nood, moest geholpen worden. En dat gingen ze doen. ‘K.o.e.h’.
– Bij die woorden staan we stil

[hoofdzaak v.h. stuk: niet over Gods leiding, maar over Gods plán]
– We lazen uit Hand. 16:6-10 hoe Paulus en zijn reisgenoten zoekend hun weg gaan. Eerder heeft P zendingsreis gemaakt, gemeenten gesticht in Kl.Azië (nu Turkije). Nu zegt P (15:36): kom, laten we die gemeentes weer opzoeken. Dat gebeurt – wordt maar heel kort verteld. En dan? Waar naartoe? Naar huis? Verder? Verder!
– Staan ze daar: waarheen? Bidden om Gods leiding. En wonderlijk: vooral duidelijk waar níet heen. Niet naar Asia (West-Turkije) [citeer]. Dan maar meer naar t noorden. Naar Bythinië dan (Noord-Turkije?) Nee, ook niet [citeer]. Steeds verder, alleen reizen, niet preken, en zo komen ze in Troas, aan de zee bij Griekenland
– Zitten heel wat lessen in dit stukje over Gods leiding. Bv. dat God gewoonlijk de weg stap voor stap wijst, niet de hele weg ineens. Of dat God ook de weg kan wijzen doordat er mogelijkheden worden afgesneden. Maar… ik denk niet dat dat hoofdzaak is van gedeelte.
– Er kunnen, als je dit leest, ook vragen opkomen. Hoe leidde de H. Geest hen dan zo duidelijk? En hoe kan ik dat ervaren in mijn leven? Over het ‘hoe’ van Gods leiding gaat het Lukas echter niet in wat hij schrijft. Het gaat hem niet over het ‘hoe’ van Gods leiding, maar over het ‘doel’.
– Dat doel is duidelijk: het ev. moet verder, verder dan P. zelf had gedacht. Vérder, steeds verder. Daar gaat het over in héél het boek Handel. – eerdere preken al genoemd. Gods grote plan is dit: de goede boodschap v Jezus moet de wereld door! Mensen overal moeten delen in het heil dat Hij geeft. Levens moeten veranderd, Gods koninkrijk moet gebouwd!
– daar gaat het ook in dit Bijbelstukje over: niet zozeer over Gods leiding, vooral over Gods grote plan. Dáárom ziet Paulus in n droom die man roepen: kom over en help ons! Want daardoor gaan ze de zee over, naar Griekenland. Zo gaat het ev. Europa in, uiteindelijk naar Rome, het hart van de wereld van toen – doel v. Bijbelboek Hand.

[De roep voor Paulus]
– Paulus c.s., ze zijn in Troas. Havenstad, weg stopt. Waar nu heen? Schepen in div. richtingen… Eerst maar eens uitrusten! Want inmiddels 1200 km te voet afgelegd in 10 Bijbelverzen! Stel je voor!
– Paulus slaapt vast. En dan droom – eig: visioen. Boodschap v Boven. P. ziet n man. Ik stel me zo voor: hij ziet de zee voor zich. Aan horizon: bergen v Gr. En dan een man (beetje zwevend): steek over naar M. en kom ons te hulp! Wenkend…
– P. schrikt wakker. Beeld heel helder voor zich. Niet zomaar droom, zégt iets
– Bespreekt met reisgenoten. Conclusie snel getrokken: dáár moeten we heen! Weg nu gewezen.
– Geestelijke nood: ze kennen God niet, weten niet v Jezus. God laat ze de roep horen. God wil dat er iets aan de nood gebeurt, en hoe: door hen. Hij schakelt ze in! 

[De roep voor ons]
– En zo is het nog. Er is nood genoeg in de wereld, geestelijk en materieel. Mensen zeggen weleens: ‘waarom doet God er niets aan?’ Maar dan zie je een ding over het hoofd: God ziet de nood, en… Hij wil er iets aan doen via zijn mensen. Hij zorgt dat zijn kinderen, dat ook wij een roep horen, de nood zien. Zodat zíj er iets aan gaan doen. Geleid door God, en in zijn kracht.
– Ik denk niet dat u/jij ik vaak zo’n visioen – al kan dat wel, echt! De manier waarop Lukas hier vertelt over Gods leiding kan ver van ons af staan. Maar God wil ook ons de roep laten horen van waar nood is. Die roep klinkt ook nu: kom en help ons!

[materiële nood]
– Die roep is breed. Hier gaat t om geestelijke nood – in M. kennen ze de Heer niet. Maar Gods heil beslaat héél het leven. Overal schreeuwt het om de komst van Gods koninkrijk en zijn gerechtigheid! En de vraag is: horen wij die roep ook?
– Allereerst de roep waar materiële nood is. Als je hoort van honger, van vluchtelingen ver weg – en helaas ook van vluchtelingen dichtbij, in Ter Apel. Als je beelden ziet, verhalen hoort: het doet een appél op je: kom, help! Of heel simpel: als je merkt dat iemand in je straat vereenzaamt, of in problemen komt door de prijsstijgingen. Of als een klasgenoot alleen staat. Gaat een roep van uit, naar jou! Niet dat die mensen jou letterlijk roepen – meestal niet zelfs. Maar als je met God leeft, laat Hij je de stille roep horen die door de wereld gaat: kom, hier is iets te doen!
– Vraag is: horen wij die roep? Wát je dan kunt en moet doen, is nog vers twee, kom ik zo nog op. Maar eerst: horen we die roep? Want je kunt doof zijn, afgestompt. Misschien ook wel onvermijdelijk.
o Zoals iem. deze week schreef over die toestanden in Ter Apel: ‘nu komt t dichtbij, vinden we t “mensonterend”. Maar: voor ieder die híer is, zijn er in t land van herkomst 1000en, waar omst. nog veel slechter zijn…’ Tja, die hebben we niet op netvlies, die roep horen we niet of nauwelijks.
– En dat is dan ver weg, maar ik zei al: ook in je eigen straat, stad, land is er waarschijnlijk nood die roept.
– Weet je, Jezus écht volgen is in bep. opzicht vervelend – maakt onrustig. Je oren gaan open voor de roep van waar nood is. Wíl je dat eigenlijk wel horen? Want waar leidt dat toe? Paulus moest 1200 km lopen, en wij blijven misschien liever zitten…
[geestelijke nood]
– En daar komt nog iets bij, dat we juist in dit stukje duidelijk zien. Als je bij de Heer hoort, krijg je ook een ándere blik op wat nood is. Er is ook gééstelijke nood. In M: ws. welvarend, maar zonder God. En dat is er nog. Hoeveel mensen om ons heen: rijk, maar geestelijk straatarm? Jezus “met innerl. ontf. bew, want: als schapen die geen herder hebben”. Voel je die nood wel eens? Hoe de hele cultuur in ons land, als weten ze het zelf niet, schreeuwt om de goede boodschap van God?
– En dan natuurlijk kan dit ook veel breder. Wereldwijd: hoevelen zijn er die nooit van de Heer hoorden? In de miljoenensteden van Azië, in bergen en op vlaktes ver weg, in Oost-Eur. en in West-Eur? Oud lied: “hoort gij die stemme, roepend in de verte”? En dichtbij net zo goed. Tegenstelling tussen daar en hier, tussen chr. Eur. en heidenvolken ver weg is compleet achterhaald.
– Juist als je Jezus volgt, zal Hij je die roep laten horen. Want Hij wil niet dat het zo is! Ieder moet Hém kennen, dat geeft werkelijk leven. En dat zal de aarde veranderen. Zijn grote plan is nog hetzelfde: zijn koninkrijk vestigen op aarde. Eens, als Jezus komt, maar ook nu al tekens ervan. In woord en in daad. Dat ieder zijn liefde leert kennen. Dóór mensen heen die Hij daarvoor gebruikt. Ook u en ook jou en mij!

[Antwoorden met beschikbaarheid]
– Ook nu, als je bij de Heer hoort, laat Hij je echt wel een roep opvangen: kom en help!
– Gelukkig niet alles tegelijk. Je kunt hele wereld niet op schouders nemen, dat kan alleen God. Maar Hij laat jou, u, vast wel één of twee dingen heel helder horen: hier is nood, hier is een roep! Bij de buren, of bij GAiN, of… u weet het zelf wat op uw hart ligt. En zo niet: zoek Gods leiding, zoals Paulus deed.
– En dan is vervolgens de vraag: Ben je beschikbaar voor God? Dus niet meteen: wat doe je? Maar eerst dat andere: ben je beschikbaar? Overgave, om als mens van God, als deel van het lichaam van Christus, ook werkelijk zijn hand of oor of mond te zijn? Om méé te werken?
– Overgave: dat is spannend. Want je weet niet waar dat eindigt. Net als Paulus: hij gaf zich toegewijd aan de Heer, en hij ging lopen, zonder te weten waar het zou eindigen. Hij liep 1200 km naar Troas, en toen vroeg de Heer hem om nóg verder te gaan.
– Ja, geloven is een spannende sprong! Ook nu. Durf je echt te luisteren naar de vele noodroepen in de wereld? Durf je te vragen of God je oren opent voor de roep van waar nood is? Durf je op die roep ín te gaan? Eén troost: je hoeft vast geen 1200 km te gaan lopen. Maar mag het je geld kosten? Tijd? Tegenstand? ‘Bezint eer u begint’, zei Jezus al – bereken eerst de kosten voor je Hem volgt.

[God die de eerste is]
– En tegelijk: wie Jezus volgt, wordt niet arm, maar is rijk! Anders wordt het vandaag een preek waarin van alles moeten.
– Wij kunnen onszelf wel meteen aan de kant zetten van hen die helpen moeten. Maar is het ook niet andersom? Die man die riep ‘k.o.e.h.’ – dat was eigenlijk de stem van Europa, van ons! Wij zijn, ook als christenen in Europa, allereerst degenen die zelf nood hadden. En nog hebben: is God, is zijn goede boodschap niet buitengewoon hard nodig in Europa?
– En dan het wonder. God dank: Hij is gekomen. Niet alleen toen zendelingen bij onze voorouders kwamen, maar nog veel eerder. God hoort de noodroep van een wereld zonder Hem. En Hij ís gekomen. Jezus is gekomen. Hij hééft geholpen. Nieuw leven gebracht, dat nu kiemt in zijn kinderen. Hij is het allereerst die helpt, óns helpt en zegent en geeft. Hij hoort het als jij bidt, als jij roept tot Hem. Hij luistert en komt en laat ons niet in de steek. Hij zegent ons met zóveel: materieel, en bovenal geestelijk. Met genade en liefde en eeuwig leven.
– De Heer kwam en hielp, hij komt en helpt. Daar begint het. Daar mag je uit leven.
– En dan, dan komt er ook een vervolg. Dan mogen we als chr. gemeente van roepende mensen, tot geroepen mensen worden. Mensen die met God meewerken, mensen die hij ook de noodroep laat verstaan die op zoveel plaatsen klinkt. Dan mogen we doorgeven, doorgeven wat Hij ons éérst heeft gegeven.

[Zoek wat God van jou wil, toen en nu]
– ‘Kom en help ons!’ Die roep klonk toen, die roep klinkt nu. Ik hoop dat onze oren ervoor open zijn.
– Je hoeft niet te wachten tot je speciale opdracht v God krijgt! Hoor die roep, die is er al. Als christen mogen we niet alleen ontvangen, maar ook dóórgeven. Niet meeliften naar, maar meewerken aan Gods koninkrijk.
– En daaarom tenslotte: doe wat je kunt. En dat kan heel verschillende zijn. Paulus moest gáán, wij moeten er misschien juist zíjn. De noodroep is niet alleen van de andere kant van de zee! Er is ook hier, in je eigen omgeving, veel waar je een roep kunt opvangen, kunt helpen, soms heel bescheiden. Met je tijd, je geld, je aandacht, met het evangelie. Ik ga dat bewust niet invullen. Laat je leiden, bid en zoek, zoals Paulus en zijn reisgenoten. Misschien vind ook jij niet meteen je plaats waar je nodig bent – maar God zal je leiden, als je het Hem vraagt. Misschien ook wel door deuren die dichtgaan, maar ook door opties die zich openen.
– En ja, dan kan het óók zijn dat de Heer jou of u roept om verder te gaan. Dat je moet gáán, letterlijk of figuurlijk. Uit je comfortzone, of uit je land. Want er is zóveel nood, zoveel roept om helpers. Is dat misschien een roep voor jóu? Om te gaan, dingen achter te laten, en je helemaal te geven aan het werk van de Heer? De Heer roept ook nu! De één om dominee te worden, de ander om onder de armsten te werken, een derde om het evangelie ver weg te brengen. Houd je oren open, voor de noodroep, voor de roep die Gód je laat horen!
– En als allerlaatste: je kunt ook simpelweg géven. Voor ieder die gaat, zijn er wel 20 nodig die geven. Juist als je vast zit in werk en baan en dergelijke, heb je misschien geld om te geven. Doe dat, je zult gezegend zijn! Maar bedenk: het persoonlijk volgen van de Heer kun je niet afkopen…

[Slotje]
K.o.e.h: hoor je die roep?
En laten we nu niet alleen driftig bezig gaan.
Laten we eerst en vooral leren luisteren.
– Naar de roep van waar nood is – durf je je echt te laten raken?
– Naar de leiding van de Heer – durf je je echt beschikbaar te stellen?
Laten we luisteren naar de nood, laten we luisteren naar de Heer, naar zijn woord en zijn Geest. Dan zullen we niet passief blijven, maar vervuld zijn van Gods passie! Dan zal Gods grote plan ook ons voor ogen staan.

We gaan ervan zingen: “Heer, toon mij uw plan; maak door us Geest bekend, hoe ik u dienen kan/ en waarheen u mij zendt. Als ik de weg niet weet, de hoop opgeef, toon mij dat Christus heel mijn weg gelopen heeft”

Amen.