Tags

9 april 2026

Heerlijk weer, in deze dagen na Pasen. Overdag steeds warmer, maar ’s nachts nog koud. En vooral heel helder in de nacht. Wie al jaren in Beekbergen woont, beseft het misschien niet meer, maar wat zie je hier veel sterren! Alleen naar het noorden is er verstoring door de lichten van Apeldoorn, in de andere richtingen is het goed donker. Hoe langer je kijkt, hoe meer sterren je ’s nachts ziet.
Onder zo’n koepel vol sterren te staan, dat doet iets met je! Je voelt je klein worden. Zeker als je bedenkt dat elke ster eigenlijk een zon is als de onze! Wat stelt een mens dan helemaal voor? “Het besef / een broodkruimel te zijn op de rok van het universum” zegt de dichter Lucebert. Als je het zo zegt, is dat geen erg fijne gedachte. Een kruimel, die veeg je zo weg. Het enorme heelal draait zijn rondjes, en wij doen er niet toe. Een andere dichteres, Moes Wagenaar, zegt zelfs: “de lichten in de stad / verblinden de sterren./ Met elk een eigen ster / ziet niemand, niemand, / hoe nietig hij is. / Gelukkig maar!” Blij met lichtvervuiling…?
Een ander lied spreekt mij meer aan. Een aloude psalm. “Zie ik de hemel, het werk van uw vingers / de maan en de sterren door U daar bevestigd / wat is een mens dan dat U aan hem denkt / het mensenkind dat u naar hem omziet?” Als je sterbespikkelde hemelkoepel ziet, voel je soms: wat stel ik nu helemaal voor? Maar het kan ook een diep besef oproepen van ontzag voor de Maker van het ontzaglijke universum. Hoe groot moet Die wel niet zijn? En dan zegt dat oude lied ineens: ‘wat is een mens dan dat U naar hem omziet?’. Want dat doet God: omkijken naar mensen. Dat staat niet aan de hemel geschreven. Dat staat geschreven in de Bijbel: de machtige Maker van al die sterren wil zich aan mij verbinden! Wie daarvan weet, raakt nog dieper verwonderd.

ds. A.J. Molenaar