Tags
Gemeente van Jezus Christus,
[intro: dankzegging na het HA]
We hebben het Heilig Avondmaal mogen vieren. Mogen proeven van de goedheid van God. Of als u of jij niet deelnam, je hebt het gezien. Brood gebroken, wijn gegoten, die wijzen naar het sterven van Jezus Christus – voor ons. En nu is de viering voorbij. Straks is de zondag voorbij. We gaan weer de wereld in, het leven van alledag. Hoe houd je dan iets vast van wat we vandaag vierden? Hoe leef je daaruit? Daar wil ik vanavond met u en jou bij stilstaan. Juist als je mocht proeven dat de Heer goed is, dat je niet daarna in een gat valt. Maar dat je eruit mag leven, en hopelijk ook in het alledaagse bestaan die smaak mag vasthouden.
Hoe ziet het leven eruit van iemand die Gods goedheid proefde? Of… misschien proefde je Gods goedheid niet speciaal. Je nam niet deel aan het Heilig Avondmaal. Of je nam wel deel, maar het deed je eigenlijk niets. Of wellicht zit je wel in een moeilijke periode in je leven, proef je meer de bitterheid van het bestaan dat de goedheid van God. Heb je dan iets aan de preek die nu volgt? Ik denk het wel! Want de dingen die passen bij een leven dat Gods goedheid proefde, passen ook bij het leven van iemand die het zou wíllen proeven.
Ik heb mijn preek in 3 punten verdeeld, het staat er ook op de sheets: Wie Gods goedheid proefde
1. Looft en dankt
2. Gaat op Gods weg
3. Leeft in vertrouwen
We zullen merken dat al deze dingen genoemd worden in de psalm die we vanavond opnieuw lazen.
[PUNT 1: loven en danken]
Als eerste: wie Gods goedheid proeft, die looft en dankt Hem! We hoorden het ook net in de lofprijzing na de avondmaal. “Broeders en zusters, laten wij de Heer prijzen voor Zijn genade, nu Hij ons gevoed heeft aan Zijn Avondmaal”. Het is precies wat we de dichter horen doen in psalm 34, hij begint ermee: “de Heer wil ik prijzen, elk uur van de dag”. En hij roept vervolgens anderen op om mee te doen. In vers 4 “roem met mij de grootheid van de Heer, sluit u aan om zijn naam te verheffen”.
God loven en prijzen, het zijn misschien een beetje van die kerkwoorden. Maar wat is het? Als je iets mag proeven van Gods goedheid, in het heilig avondmaal, doordeweeks, of in wat dan ook, dan volgt het bijna vanzelf. Als je voelt dat God goed is, wil je dat ook zeggen of zingen. Letterlijk zegt de psalm er dit over “maak God met mij groot, verhef zijn naam met mij”. Een beetje een merkwaardige uitdrukking: God groot maken – Hij is toch al de grootste? Zijn naam verheffen, letterlijk optillen – zijn naam is toch al de hoogste? Ja, dat is zo. Maar het gaat erom dat je dat uitspreekt of uitzingt. Want daardoor wordt Hij ook groot voor jou, en misschien mogen anderen erdoor ook iets gaan zien van die grootheid. Hij de hoogste, de schepper van hemel en aarde. En meer nog: Hij is goed. Hij is vol liefde en genade, zelfs voor slechte mensen. En dat mag, dat moet gezegd worden. Dat verdient Hij!
God loven en prijzen, hoe doe je dat? Het kan als je bidt. Dat je liefde en dankbaarheid uitspreekt, zegt hoe bijzonder Hij is. Doe je dat wel eens in je gebed? Meer dan vragen, en ook meer dan danken voor concrete dingen. God eren om wie Hij is! Maar misschien gaat het nog wel beter als je zingt. We zingen hier in de kerk om God te eren. Je kunt ook zelf zingen, thuis, of in de auto, of wanneer dan ook. Doe je dat wel eens, voor God zingen, anders dan in de kerk? Ik kan het aanraden! En waarom? Omdat je al zingend of biddend dan weer iets gaat proeven van Gods goedheid. Zoals we vanmorgen nog zongen “soms groet een licht van vreugde, de christenen als hij zingt”. Ik merkte zelf, bij het voorbereiden van deze preek, dat ik dat te weinig doe: gewoon een lied zingen. Wel Bijbellezen, bidden, mediteren… allemaal goed. Maar gewoon zingen dat God goed is. Dat doet je goed, ik merkte het weer toen ik het deed! En de Here God verdient het – dat we hem eren, om zijn onuitsprekelijke goedheid en grootheid. Bovendien helpt het jou om op Hem te vertrouwen. Gods lof zingen geeft méér dan een goed gevoel, het geeft God eer en bouwt geloof.
En daarom: doe dit! Volg de oproep uit de psalm “sluit je aan om zijn naam te verheffen”. Om alles wat Hij geeft, groot en klein, tijdelijk en eeuwig. En ja, óók als je momenteel Gods goedheid niet echt proeft. Dan is er toch reden om Hem te danken en eren – al was het maar om wat Jezus wilde doen. Doe het, desnoods tegen de klippen op. En vaak brengt het jezelf ook licht.
[PUNT 2: gaan op Gods weg]
Maar naar het tweede punt. Het is goed om God te loven. Echter, dat klinkt nogal los van het gewone leven. Want als je gewoon de werkweek weer ingaat? Kan het misschien ook iets praktischer? Wat je kan moeilijk de hele dag zingen en loven. Gelukkig geeft de psalm die we lazen ook daarvoor aanwijzingen. In vers 8 en vers 10 staat driemaal dezelfde uitdrukking. Het gaat daar over “wie hem vrezen ” – en dat is een levenshouding, elke dag. Het woord ‘vrezen’ kan misverstand oproepen, vrezen is immers een ouderwets woord voor bang zijn. Maar dat is niet bedoeld! Daarom wordt het in vers 10 ook nog op een andere manier vertaald, en zeer terecht “heb ontzag voor de Heer”. De Heer vrezen, dat wil zeggen: liefdevol ontzag voor Hem hebben. En dat is een houding die mag blijken in het dagelijks leven, die doorwerkt in alles wat je doet. Liefdevol ontzag. Dat je beseft dat de goede God boven jouw leven staat.
Wat dat doet is heel praktisch, ik zal het gewoon voorlezen uit vers 12 tot 15: “luister naar mij, ik leer je ontzag voor de Heer. Hebben jullie het leven lief, wil je goede jaren genieten? Behoed dan je tong voor het kwaad, je lippen voor woorden van bedrog. Mijd het kwade, doe wat goed is, streef naar vrede, jaag die na”. Als je je dankbaarheid wilt Laten zien voor Gods goedheid die je mocht proeven, dan ga je leven zoals hij graag wil. Dan ga je zijn weg volgen. Met vallen en opstaan uiteraard!
Allereerst wordt je spreken genoemd. “Behoed je tong voor het kwaad, je lippen voor woorden van bedrog”. Uit hoe je spreekt, blijkt wie je bent. Uit wat je zegt, blijkt of je God kent. En misschien nog wel meer uit wat je niet zegt: geen kwaad, geen bedrog. Wat kunnen woorden veel kwaad aanrichten! Hoeveel oorlogen zijn er niet begonnen met woorden, hoeveel vriendschappen verwoest? En daarom: let op wat je zegt! Zoals een kerkvader het zei: ‘laat de lippen die Gods goedheid proefden (hij bedoelde in brood en wijn), laat die lippen nu goedheid spreken’. Wat is dat weldadig, juist als ergens de sfeer hard is. Wat zijn goede woorden nodig in onze maatschappij vol polarisatie!
Je spreken dus. En de psalm vervolgt ” mijd het kwade, doe wat goed is”. Heel algemeen. Maar zoals ik pas in het kerkblad al schreef: wel alletwee die kanten. Niet alleen een oppassend mens zijn die geen kwaad doet, ook positief en actief het goede doen en zoeken. Daar mag je hopelijk een mens aan herkennen, die aan de tafel van Gods genade zat. En tenslotte: “streef naar vrede, jaag die na”. Je kunt niet altijd met iedereen in vrede leven. Maar je kunt er wel naar streven, naar jagen zelfs. “Zalig zijn de vredestichters” – Jezus zegt het zelf. Wie Gods goedheid proefde, wil zo zijn. Dat is niet altijd makkelijk. Maar het mooie: terwijl je het probeert, mag je soms ineens iets van Gods goedkeuring proeven, en zijn goedheid.
Gaan op Gods weg, heel concreet. Dat mag onze reactie zijn op Gods onverdiende goedheid voor ons. En niet uit eigen kracht, maar uit kracht die God geeft. Die hij geeft, óók in en door het heilig avondmaal. Doe je mee? Loven, én leven!
[PUNT 3: leven in vertrouwen]
En dan is er nog het derde. Wie Gods goedheid proefde, leeft in vertrouwen. Ik had het bij het vorige punt al over leven in liefdevol ontzag voor de Heer. Dat werkt uit in je handelen, in gaan op zijn weg. Maar het werkt ook uit in een houding van vertrouwen. Want Hij staat boven je leven, en boven de wereld. Hij heeft alles in de hand, en het gaat uiteindelijk zoals Hij wil. Als je dat beseft, met liefdevol ontzag, dan kun je vertrouwen. Want God is goed, en met Hem kómt het goed!
De psalm spreekt er uitgebreid van hoe de Heer de mensen helpt die met hem leven. “Het oog van de Heer rust op de rechtvaardigen… de Heer redt het leven van zijn dienaren” en zo zou ik nog veel meer kunnen aanhalen. Dan moet ik wel even een misverstandje voorkomen. Gods hulp wordt hier niet beloofd áls mensen maar rechtvaardig genoeg zijn. Dan zou je het zelf moeten verdienen. Dat zou mij geen vertrouwen geven maar juist onzekerheid! Maar het gaat over die houding van liefdevol ontzag. Of je zelf nog de hoogste bent, of dat je God boven je herkent.
In vers 10 worden de mensen die zo in het leven staan ‘vromen’ genoemd – tenminste in de vertaling die wij lazen. Maar letterlijk staat er ‘heiligen’. Wie zou zeggen dat hij of zij een heilige is? Ik niet hoor! Maar toch kan een mens het zijn in Gods oog. Niet omdat je zelf perfect bent, maar als je in geloof bij Jezus Christus mag horen. Want Híj is heilig. Hij is helemaal de rechtvaardige waar deze psalm van spreekt. En wie bij Hem hoort, die wordt in Gods oog aangezien als een heilige en rechtvaardige, ook al ben je dat in jezelf niet. Zoals het Heilig Avondmaal het uitbeeldt, waar Jezsu zelf als het ware zegt: Ik kom in jou, zoals brood en wijn je lichaam binnentreden. Wij raken onafscheidelijk verbonden. Jezus en ik – één. En daarom mag ik toch een heilige heten, mag ik de beloftes uit de psalm toch op mezelf betrekken, al ben ik uit mezelf geen rechtvaardige. Om Jezus’ wil mag het wel!
Ja, dan mag je diep vertrouwen, wat er ook gebeurt. Want de Heer is boven je leven, en maar nog: hij is om Jezus’ wil je goede en genadige vader. De psalm zegt het zo diep, in vers 19 “Gebroken mensen is de Heer nabij, Hij redt wie zwaar wordt getroffen”. Wat er ook gebeurt, Hij is erbij. Zwaar getroffen kun je worden, ook als je bij de Heer hoort. Vers 20 “de rechtvaardige blijft niets bespaard”. Maar… “de Heer zal hem steeds weer bevrijden”. Soms mag je, midden in de nood, ineens iets van zijn goedheid proeven. Met vertrouwen verder gaan, in de onzekerheid. Want Hij is erbij! En Hij is goed. Dan komt het eeuwig goed, ook met mij! In dat vertrouwen mag je je weg gaan.
[slot]
Zo mogen we de week in gaan. Met die drie dingen. Met vertrouwen. Met gaan op Gods weg in doen en laten, in spreken en zwijgen. Met een loflied op de lippen. Dat is de manier! Als je Gods goedheid mocht proeven, en óók als je dat mist maar ernaar uitziet. Want God is goed. Toen, en nu. Altijd, door Jezus Christus. Léér Hem te vrezen, te leven in liefdevol ontzag voor Hem, en leer het meer en meer. Soms mag je het dan ineens even proeven, hoe goed Hij. Misschien vandaag wel. En dan staat, hoe dan ook, de grote belofte uit van wat nog komt. Verzadiging van vreugde voor zijn aangezicht.
Amen.