Tags

, ,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro: alfabetische psalm]
Psalm 34 is een alfabetische psalm. Elk vers in de grondtekst begint met een volgende letter van het Hebreeuwse alfabet – dat hielp de mensen van destijds bij het onthouden van de psalm. Maar… het is natuurlijk meteen wel een uitdaging voor de dichter! Ik heb zelf voor De Nieuwe Psalmberijming delen van psalm 119 berijmd, en dat ging ook op alfabet. Ik heb er toen iets van ervaren, hoe je dan soms dingen anders moet zeggen om uit te komen. Bij de F bijvoorbeeld “Fluister mij in, HEER, wat uw wet verlangt”. Dat had ik anders nooit zo verwoord, maar de alfabet-eis liet het er zo uitkomen. En dat is helemaal niet erg – het opende juist een ander perspectief. Gods wet niet als een harde eis, maar als een zachte fluistering…
Bij de psalm van vandaag zat de dichter dus ook aan het alfabet vast. En ook hier zorgt dat, onder leiding van Gods Heilige Geest, júist voor verrassende verwoordingen, voor onverwachte verdieping. We staan vanmorgen speciaal stil bij vers 8 van de psalm. Daar staat “Proef en geniet de goedheid van de HEER” – of letterlijker vertaald “Proef en zie dat de HEER goed is”. Maar hoe dan ook, “Proef!” Daar begint het mee. Waarom? Nou, er moest iets met de letter ‘teet’ staan, daarom. En tegelijk, wat is dit móói, wat komt dit dichtbij… Proef dat God goed is! Proef, dat het bij Hem zoet is. Gebruik de smaakpapillen van je ziel.

Candlelit rustic table with bread, chalice, candles, and people gathered

[‘proeven’ vs. ‘het is zo’]
Ik hoop dat wij er ook iets van proeven vanmorgen. “Proef en zie dat de HEER goed is”. Het wonderlijke is, de dichter had ook gewoon kunnen schrijven ‘God is goed’. Dat begint in het Hebreeuws met dezelfde letter. Maar ik ben blij dat de Heilige Geest hem inspireerde tot wat er staat. ‘God is goed’ – dat is een algemene mededeling. Dan reageer je van ‘OK’. Of misschien wel van: ‘o ja, is dat zo?’ En voor je het weet zit je in allerlei discussie over de ellende in de wereld. Maar de dichter zegt van morgen “Proef en zie dat God goed is”. Dat is geen algemene mededeling. Dat komt op uit eigen ervaring! Als je tegen iemand zegt ‘moet je proeven zeg!’ dan doe je dat toch alleen als je het zelf eerst geproefd hebt?
Zo is het hier ook. De dichter heeft erváren dat God goed voor hem is geweest. Hij vertelt ervan in de voorgaande verzen ‘ik zocht de HEER en Hij gaf antwoord… Hij heeft geluisterd en mij uit de nood gered’. Dáárom is deze psalm gemaakt, uit dankbaarheid en blijdschap. Dan zegt de dichter, in vers 4 ‘Roem mét mij de grootheid van God’. En in onze tekst “proef en zie dat de Heer goed is!” Ik heb het zelf ondervonden – je kunt op Hem vertrouwen, altijd! Er zit vúúr in deze psalm, en de dichter wil iedereen aansteken.
Ja, God is goed. Dat is waar, zeker. Maar het is geen droog feit. Het is iets dat je moet proéven, om te weten wat het is. Ik hoop dat u en jij het ook wel eens hebt mogen proeven. En vandaag is het wel in het bijzonder te proeven, als we brood en wijn aangereikt krijgen bij het Heilig Avondmaal.

[Gods goedheid te proeven]
‘Proef en zie de goedheid van de HEER’. Dat zegt de dichter. Een smaak is vaak moeilijk in woorden te vangen. Probeer maar eens uit te leggen hoe vanille smaakt! Zo is het ook met de ervaring dat God góed is, en goed doet, en genadig is. Je moet het zélf proeven om te weten wat het is.
Maar hoe dan? denkt iemand misschien. Gods goedheid proeven, dat kan op heel verschillende manieren. De dichter proefde het toen hij heel concreet geholpen werd in nood. En zo kan dat nog zijn. Als alles uitzichtloos leek, maar de Heer je eruit hielp. Wat kun je dan zijn goedheid proeven! Of wat kleiner: je zat ergens mee, een probleem op je werk. Je bad tot God om hulp. En… je vond een uitweg. Als je het je realiseert, zegt je: dank u, Heer! Een glimlach op je lippen, een goede smaak in je ziel.
Gods goedheid proeven, dat kan ook als alles goed gaat. In een spelend kind, in het zonlicht op je vel op een septembermiddag. Zijn zon die je zacht verwarmt – God is goed!
Ja, je moet er wel geopende ogen voor hebben. Een ander voelt die zon en denkt alleen ‘lekker’. Of een probleem smelt weg en iemand denkt ‘gelukkig toeval’. Maar je mag het léren proeven: in en achter al het goede is Góds goedheid te proeven. Dat mogen wij leren, hier in de kerk. Dat mogen wij leren, van deze psalm. Niet te beredeneren, niet te bewijzen. Maar het word je toegeroepen vandaag: proef toch! Ga niet redeneren of filosoferen over de goedheid van God, maar proef!
Daarvoor geeft God ons onder andere het Avondmaal. Omdat alle menselijke woorden Hem niet vangen, en nog minder bewijzen. Omdat wij mensen zijn met een mond die meer kan dan praten. Daarom geeft Hij ons vandaag brood en wijn. Om te laten proeven dat Hij goed is. Dat Hij zelfs meer is dan een helper in nood, of degene die de zon laat schijnen. Hij is het die mensen, op weg naar de dood, léven geeft. Het leven van Jezus. Hij is het die zonden vergeeft. Die genade geeft. Dáárheen wijst brood en wijn. Proef en zie dat de Heer goed is. Boven alle woorden uit!

[proeven alleen soms]
‘Proef het, God is goed’ – zegt de dichter. Hij heeft het immers zelf net geproefd en kan wel juichen! Echter: niet altijd is Gods goedheid zo te proeven. ‘Proeven’ is iets anders dan eten. ‘Proeven’ is maar een klein beetje eten, zodat je net de smaak ervaart. En zo is het in de dingen van God. Soms mag je iets van Gods goedheid en zoetheid proeven, en dat is geweldig. Misschien wel als je aan de avondmaalstafel zit, in die stille hoge ruimte hier, en licht valt door de ramen… Maar het is hier de hemel nog niet. De volle verzadiging is niet in deze wereld te vinden. Sóms, door een Bijbeltekst. Door een lied. Door een lichtstraal. Maar soms ook niet. Vaak niet, helaas.
Streef daarom maar niet naar voortdurend grootse gevoelens bij je geloof. Onze tijd neigt daartoe, gevoel voorop te zetten. Maar zo werkt het bij God niet. Oók aan het avondmaal is er geen garantie dat je iets bijzonders voelt. En ja, dat is lastig! God alleen bepaalt hoe zijn genade raakt. En soms mag een mens het proeven, zomaar.
Soms lijk je in het leven zelfs het tegendeel te proeven. Als het leven bitter is. God goed? Ik gezegend? Er zijn genoeg psalmen die klagen ‘God, waar bent u?’ En ook de psalm van vandaag is eerlijk. Vers 20 ‘de rechtvaardige blijft niets bespaard’. Soms is er weinig te juichen in het leven, weinig te proeven van goedheid en zoetheid. Juist dáárom, denk ik, gaf de Heer ook het Heilig Avondmaal. Om op gezette tijd tóch iets van zijn goedheid en genade te laten proeven, midden in een wereld waar je niets bespaard blijft. Om te zeggen: en tóch, God is goed. Zo waar ik brood en wijn proef.

[schuilen bij Hem]
‘Proef en geniet de goedheid van de HEER’ zegt onze tekst. Maar de zin is nog niet af. Gelukkig de mens die voortdurend grootste geloofservaringen heeft? Nee! ‘Gelukkig de mens die schuilt bij Hem’. Dat staat er als slot.
Want dat is uiteindelijk de kern. Het is fijn, als je Gods goedheid mag proeven, in grote en kleine dingen. Het is mooi, als je er iets van mag merken. Maar geloof is: schuilen bij Hem. Een andere vertaling zegt ‘je toevlucht zoeken’. Bij nood en moeilijkheden – roep naar Hem! Bij mooi weer en zegen – dank Hem. Geloven is, dat je weet dat God góed is. Altijd, ook als je het niet proeft. Dat Hij liefdevol is, wat er ook gebeurt. Dat Hij genadig is, wat jij ook doet of laat. En dat je schuilt bij Hem.
Soms helpen moeilijke dingen daarbij. Soms ook mooie. Dat de vonkjes goedheid die je voelt, je laten zoeken naar het Vuur – naar Hem. Wie Hem vindt, die mag soms proeven hoe goed het is bij Hem. Dat geeft moed als het moeilijk is. Dat is een voorproefje van wat nog komt. ‘Proef en geniet de goedheid van de HEER’ – vandaag, en alle dagen.

Amen