Tags
In de dienst werden uitgevoerd Cantate BWV 22 en 23 van J.S. Bach, respectievelijk vóór en na de overdenking. Uit de Bijbel is gelezen: Lukas 18:3-34.
Gemeente van Jezus Christus,
[onbegrip bij de leerlingen voor Jezus’ lijdensweg]
Hoe duidelijk wil je het gezegd hebben? “De leerlingen begrepen er niets van” – dat is één. “De betekenis van Jezus’ woorden bleef voor hen verborgen” – dat is twee. “Ze konden maar niet bevatten wat Hij had gezegd” – dat is drie. Op maar liefst drie manieren wordt in Lukas 18 vers 34 benadrukt dat de leerlingen niets kunnen met wat Jezus zojuist tegen hen gezegd heeft. Wat zei Jezus dan? Dat Hij zal gaan lijden en sterven in Jeruzalem. Dat hij zal worden bespot, vernederd, mishandeld, gedood. Ja, én dat Hij zal opstaan uit de dood, maar dat laatste horen zijn leerlingen al niet eens meer vrees ik. Wat Jezus hier zegt, past gewoon niet in het beeld dat ze van hun Heer hebben. De wijze rabbi, de grote genezer, de man met macht… De komende Koning, door God gestuurd, die alles goed zal maken. En zal díe ondergaan? Ze kunnen er niets mee.
Traditioneel staat dit gedeelte bekend als ‘de derde lijdensaankondiging’, ook daar drievoudige herhaling. Maar de herhaling helpt niet. Zij kunnen er niets mee. Zoals de cantate het zojuist zong: Jezus in heerlijkheid, op de berg Tabor – dat is mooi. Maar op weg gaan naar Jeruzalem, waar Jezus lijden zal en sterven? Nee, daar kunnen ze niet inkomen.

[idem bij ons]
De cantate die we hoorden zet óns, kerkmensen van nu, naast die leerlingen van toen. En ik denk





