1. Ik dacht: ‘Pas op! Er mag in wat ik zeg
niets zondigs zijn, zelfs niet één woord.
Ik zorg dat ik mijn tong aan banden leg,
omdat wie God niet kent mij hoort.’
Er kwam geen enkel woord meer uit mijn mond,
maar zonder dat ik vrede vond.
2. Ik zuchtte, want er broeide iets in mij;
mijn leed werd tot een laaiend vuur.
Toen hield ik het niet langer uit en zei:
‘HEER, wanneer slaat mijn laatste uur?
Toon mij de dag waarop ik heen zal gaan.
Laat mij mijn kwetsbaarheid verstaan.’
3. Een handvol tijd, dat is wat U mij geeft. Lees verder