Uit de Bijbel is gelezen: Mattheus 9:1-13. In de dienst is zojuist een kindje gedoopt dat Matthew heet.
Gemeente van Jezus Christus, Joke en Patrick, familie en gasten,
[intro: Mattheüs/ Matthew] IN STEEKWOORDEN
• ‘Matthew’. Niet zomaar: Matthew – Mattheus – hebr. Mattit-jahu. “geschenk van God”
• Zo uiten: cadeau van boven. Ervaren dat niet vanzelf gaat, ouders worden.
• Ook rond geboorte spannend geweest. Moeder en kind in ziekenhuis. Maar: goed gekomen.
• Nu: dankbaarheid. Matthew: ‘Geschenk van God’
• Vanmorgen daarom uit Bijbel: over Mattheus – Matthew. Hoe hij geroepen werd door Jezus.
• Veel verbindingen met de doop in wat we lazen!
• Preek in drie punten:
o -Vergeving
o -Volgen
o -Aanvaarding vooraan
[punt 1: vergeving]
Waar komt dit thema vandaan? Het staat al aan het begin van het gedeelte dat we lazen, nog vóór de roeping van Mattheüs. Maar het hoort bij elkaar.
De doop betekent dat je je kind bij God brengt. Dat doe je uit dankbaarheid — ik zeg het je meteen eerlijk — maar ook om Zijn hulp en zegen te vragen over het leven van je kindje. Opdat de Heer het goede zal geven.
En dat is precies wat we ook in het Bijbelgedeelte hoorden. Een paar mensen brengen een verlamde man bij Jezus. Net zoals jullie nu Matthew brengen. Waarvoor brengen ze hem? Voor hulp. Voor genezing, heel concreet.
Je zou verwachten dat Jezus hen dan ook gewoon helpt. Maar het loopt anders. Hij zegt iets heel anders: “Je zonden zijn je vergeven” — of, volgens andere Bijbelhandschriften: “je zonden worden je vergeven.” Hij geeft hun iets anders dan waar ze voor kwamen: vergeving.
Zo is het ook met de doop. Je komt met je kindje, dankbaar, om zegen te vragen. Maar waar gaat de doop eigenlijk over? Over zondenvergeving! Het water staat immers voor het schoonwassen. En het doopformulier spreekt die zware woorden: “Wij allen delen in zonde, schuld en oordeel, en wij kunnen alleen in Gods rijk komen als wij opnieuw geboren worden uit water en Geest.”
Dus: in de doop geeft God iets anders dan wij misschien voor ons kindje zouden vragen. Net zoals Jezus die verlamde man eerst iets anders gaf dan waarvoor ze hem brachten: vergeving van zonden.
Is dat dan wel nodig? Ja! Verderop vergelijkt Jezus zichzelf met een dokter. Hij is gekomen omdat wij mensen ziek zijn — niet lichamelijk, maar geestelijk. We lijden aan de zondeziekte. U, jij, ik, en ja, óók een lief klein kindje als Matthew.
Dat kan negatief klinken: oh, gaan we het weer over zonde hebben, wat zwaar. Maar ik zal je vertellen: eerlijk praten over onze zondeziekte is juist bevrijdend!
En wat is zonde dan eigenlijk? Het is veel meer dan alleen maar verkeerde dingen doen. Het is allereerst een verkeerde gerichtheid. Van nature zijn wij op onszelf gericht, ik voorop. Niet op God, niet op anderen — die komen pas aan de beurt als er nog ruimte en tijd over is. Maar eerst ik!
We hadden het hierover tijdens het doopgesprek: die neiging zit al in het kleinste kind. Nee, Matthew heeft nog geen zonde gedaan. Maar als je wacht, dan zie je die neiging al gauw in een klein kind naar boven komen: ikke, ikke. Het zit in ieder mens.
Zo mis je het doel van je leven. Want daarvoor heeft God ons niet gemaakt, maar om Hem en anderen lief te hebben. De zondeziekte zet ons echter verkeerd tegenover Hem. Ze scheidt ons van onze Schepper. En ze zorgt ervoor dat er zoveel verkeerd gaat tussen mensen onderling.
Wat hebben we dan nodig? Wij hebben vast wel eigen ideeën: hulp van boven, zegen misschien. Maar de hemelse dokter stelt de diagnose. En Hij zegt: vergeving, díe is nodig. Dat het weer goed wordt tussen jou en God. En die vergeving, die is er. Daar zorgt Jezus voor. Hij heeft vergeving mogelijk gemaakt door Zijn leven te geven voor onze zonden.
En die vergeving belooft Hij aan mensen. Aan die verlamde man die ze bij Hem brachten. En ook aan elk kindje of elke volwassene die gedoopt wordt. Dan zegt de Heer: “Je zonden worden vergeven” — zo waar als het water wast, zo was Ik je van binnen. Zodat het weer goed is tussen jou en God. Zodat je anders in het leven leert staan, niet langer alleen op jezelf gericht.
Dat belooft de doop! Voor Matthew, en voor iedereen hier die gedoopt is. Jezus zegt: Ik maak het goed tussen jou en God. Vergeving — die wordt beloofd.
Dus als er hier iemand zit met zonden, met dingen waarvan je weet dat ze verkeerd waren en die op je drukken, en je bent gedoopt… belijd dan die zonde, en vraag om vergeving. Maar doe dat met vertrouwen, want Jezus heeft het bij je doop beloofd: er is vergeving, voor jou!
En ben je niet gedoopt? Ook dan mag je bij de Heer komen!
[Punt 2: volgen]
De doop is dieper dan we vaak bedenken: vergeving wordt erin uitgebeeld. Maar er zit nog meer in de doop. Als dit alles zou zijn, is dat al heel veel. Maar er schuilt een gevaar in: dan wordt het al gauw iets wat je “in je zak hebt.” De Heer geeft jou iets moois! Maar er zit ook een andere kant aan de doop.
Dat zien we op het moment dat Jezus Mattheüs roept. Mattheüs zit in het tolhuis, en Jezus zegt: “Volg Mij!” En wat doet Mattheüs? Hij aarzelt niet. Hij staat op en gaat met Jezus mee.
Kijk, dát zit óók in de doop. De doop is een oproep om Jezus te volgen. De doop is een begin, geen eindpunt! Jezus riep Mattheüs om Hem te volgen. En zo roept Hij ook Matthew vandaag, om Hem voortaan te volgen. Zo geldt het voor ieder die gedoopt is: je bent geroepen, niet alleen om het geschenk van vergeving te ontvangen, maar ook om Jezus te volgen! De doop vraagt om een antwoord, als je ouder wordt — om met Jezus mee te gaan, Hem te volgen op je levensweg.
Daarin hebben ouders een belangrijke taak. Niet alleen om Matthew, of jouw kind(eren), te vertellen over God en over het feit dat ze gedoopt zijn. Maar ook, en vooral, om je kinderen te laten zien wat het betekent om Jezus te volgen. Dat je het zelf voorleeft, in je eigen leven. Dat ze jou kunnen volgen. Of nog beter: dat je samen, als gezin, Jezus volgt.
Wat betekent dat dan concreet, Jezus volgen? Anders gezegd: leven als christen? Allereerst dat je luistert naar zijn lessen. Dat je leeft naar Gods geboden, de tien geboden, maar nog meer naar wat Jezus daarover zegt. Maar Jezus volgen is méér dan lessen volgen. Anders word je nog zoals de Farizeeën, die ook heel netjes volgens Gods regels leefden. Jezus volgen is een Persoon volgen. Het betekent dat zijn levenshouding, zijn liefde, ook jouw bestaan gaat stempelen. Dat je je laat vormen door zijn Geest — die trouwens in de doop wordt beloofd. Want uit jezelf zul je nooit worden zoals Jezus. Het is levenslang leren, door dicht bij Hem te blijven in gebed.
Jezus volgen: dáár is de doop, als het goed is, een begin van. En het is goed om jezelf daar vandaag, op deze doopdienst, eens op na te kijken. Bent u, ben jij gedoopt — ben je een volgeling van Jezus? Heb je, net als Mattheüs, die stap gezet: al het andere moet wijken, ik laat het los, ik wil Jezus volgen. Doen wat Hij vraagt, worden zoals Hij? Ja, natuurlijk, met vallen en opstaan. Maar dat hoorden we al bij punt 1: er is altijd vergeving!
De vraag blijft: volg jij Jezus? Heb je de doop beantwoord met overgave, met meegaan? Zo niet, zet dan nu die stap! Want anders, zo vrees ik, is de doop maar half af. God stak zijn hand uit — maar heb jij die ook gepakt? Ben je met de Heer meegegaan?
(En voor wie niet gedoopt is: ook jou roept Jezus. Voor jou is de doop dan stap één om te zetten).
[punt 3: aanvaarding vooraan]
Zo hoorden we: in de doop belooft God vergeving, maar het is ook een oproep om Jezus te volgen. Maar dat laatste wil ik niet als afsluiting laten staan.
Want als je hoort dat de Heer je oproept om Hem te volgen, kan alle nadruk op jou komen te liggen. Volg ik Jezus wel echt? Doe ik het goed, en slaag ik daarin? Dan zou je al snel de indruk krijgen dat je pas dán door God aanvaard wordt, als je goed genoeg Jezus volgt. Dat je zijn liefde zou moeten verdienen. Maar gelukkig is het zo niet! En daarom sluit ik af met het derde punt: aanvaarding gaat voorop.
Ook dat zien we in het Bijbelgedeelte. Er staat dat Jezus met tollenaars en zondaars eet. Samen lagen ze aan bij een feestelijke maaltijd. Hij ging dus vriendelijk en vrij met hen om — met mensen die slecht bekend stonden, en dat waarschijnlijk ook wel waren. Hij aanvaardde hen, wilde in hun gezelschap zijn, met hen eten en drinken.
Waren dat dan tollenaars en zondaars die Jezus al waren gaan volgen, net als Mattheüs? Nee, dat staat er niet. Misschien zijn sommigen dat later wel gaan doen, dat kan best. Maar er staat niet dat Jezus alleen at met Mattheüs en met anderen die al een nieuw leven waren begonnen. Nee, gewoon met tollenaars en zondaars. Ze worden door Hem aanvaard. Ze mogen erbij horen, mee-eten… proeven en ervaren dat ze waardevol zijn in Jezus’ ogen. Uiteindelijk in Gods ogen. En wat is dat geweldig!
Dat is ook waar de doop op wijst: Gods aanvaarding gaat voorop. Mattheüs had Jezus nog geen meter gevolgd, en toch zitten ze samen aan tafel. En hij niet alleen — nog veel meer dubieuze figuren zaten erbij. Niet pas nadat ze goed genoeg waren geworden. Meteen al. Jezus aanvaardt hen als gezelschap. De aanvaarding gaat voorop!
En dat is ook het mooie van de kinderdoop. Ja, het is een oproep om Jezus te volgen. Maar Jezus zegt niet: laat het eerst maar eens zien. Hij aanvaardt een kindje als lid van zijn kerk, dat nog geen stapje op de weg van de navolging heeft gezet. De aanvaarding staat voorop! De belofte van vergeving waar de doop van spreekt, hoef je niet te verdienen. Die krijg je van Jezus, omdat Hij de hemelse dokter is. Omdat Hij zieken opzoekt. Zondaars. Om ze te vergeven en te veranderen. U, jou en mij.
Zo mogen jullie Matthew ook opvoeden. Niet: “Matthew, leef goed, anders kom je niet in de hemel,” maar: “Matthew, God houdt van jou! En Hij roept jou!” De aanvaarding gaat voorop.
Ja, en natuurlijk is het niet om het even of je Jezus volgt, of liever je eigen wegen gaat. Natuurlijk is het belangrijk dat je jezelf kent, weet dat je dokter Jezus nodig hebt, en niet denkt dat alles wel deugt aan jou. Maar laat in dit alles de aanvaarding onze basis zijn: God zoekt mij al, voordat ik Hem zoek. Hij heeft mij op het oog, ook als ik Hem uit het oog verlies.
In de Bijbelkringen behandelen we het boekje van Tish Warren, hoofdstuk 1 — sommigen hebben dat al gedaan, anderen binnenkort. Het gaat helemaal hierover. Ze schrijft daar bijvoorbeeld dit: “als christenen worden we elke morgen wakker als gedoopte mensen. We zijn verenigd met Christus, en de Vader heeft zijn goedkeuring over ons uitgesproken (…). Een identiteit die veel dieper is dan welke andere identiteit ook.”
We mogen als christen leren om zó de dagen door te gaan. Gods aanvaarding gaat voorop. Wat een ontspanning, wat een zegen over je leven! En dáárna komt pas de vraag — ook belangrijk — wat doe je ermee? Maar dat was punt twee.
[slot] IN STEEKWOORDEN
• Wat is de doop dan diep! Wat hoop ik dat deze dingen werkelijkheid zijn in ’t leven van ieder gedoopt mens hier. En dat ze werkelijkheid worden, als je nog niet gedoopt bent. Je bent welkom bij Jezus!
• Ja, doop diep.
• Dat we dat diepe krijgen, wat we misschien niet eens wisten dat het allernodigste is: vergeving. Schoongewassen worden. Heb jij het niet nodig? De doop als basis
• Dat we geroepen worden, om Jezus te volgen. De doop als begin van een weg
• En in dat alles: Gods aanvaarding vooraan. Aan het begin van Matthews leven, aan het begin van ieder christenleven. Aan het begin, en tot het einde.
• Lof zij Christus in eeuwigheid!
Amen
