Gemeente van Jezus Christus,
[inleiding: de dood tegemoet]
opnieuw een stuk uit het boek van Jona. De vorige keer hoorden we dat hij overboord werd gegooid tijdens een storm, en nu hoorden we dat een grote vis hem opslokte en drie dagen later weer aan land spuugde. Als je het zo leest, klinkt het simpel: die vis kwam Jona redden! Maar laten we het eens vanuit het perspectief van Jona bekijken. Dan ziet het er heel anders uit.
Jona wordt overboord gegooid van een schip – gejonast – tijdens een vliegende storm. Hij weet: die storm is een straf van God, want ik vluchtte voor mijn taak. Dáár wordt hij opgepakt, dáár naar de reling gedragen, en zó vliegt hij de kolkende golven tegemoet. Dan kan hij toch niet anders denken dan: ‘dit is het einde!’. Lees verder