Gemeente van Jezus Christus,
[intro]300
de eerste christengemeente in Jeruzalem – wat moet dat een mooie tijd zijn geweest! Eenheid en toewijding, vol van de heilige Geest, alles nieuw en fris en veelbelovend. In de beschrijving van de eerste christenen die we lazen is geen wanklank te vinden, alleen positieve dingen. Een soort gouden eeuw, een ideaal dat latere eeuwen niet konden evenaren. Zou u niet in die tijd hebben willen leven? Eén grote familie, tekens en wonderen die gebeuren, dagelijkse groei van het aantal christenen…
Ik pik er even een paar dingen uit: ze eten bij elkaar thuis. De gemeente was echt één grote familie! Maar dat niet alleen: ze hadden alle dingen gemeenschappelijk – een soort gemeenschap van goederen. Niemand hield zijn bezittingen voor zich zelf, maar ze werden vrijelijk gedeeld. En als er nood was, geld ergens voor nodig, dan verkochten mensen zó hun bezittingen, en gaven het geld om te gebruiken waar nodig. In de volgende hoofdstukken lezen we daar meer over. Alles samen, alles delen!
In de kerkgeschiedenis is er vaak teruggegrepen op deze beschrijving. Als in later tijden de zaken er niet zo bloeiend voorstonden, Lees verder